Nieuwe moraal in Polen en oude in Wit-Rusland

Op de markt van Bialystok in Polen is van alles te krijgen en dus stromen de Russen, Wit-Russen, Oekraïeners en Balten toe....

DE BUS die voor de poort van de markt van Bialystok wacht is niet voor mensenvervoer. Voor mensen is geen plaats meer. Naast en achter de bestuurdersplaats wordt elke kubieke decimeter van de vloer tot aan het plafond zorgvuldig volgestouwd. Met wat? Met wat dan ook. Alles wat te verkopen is: pannen, kleding, televisies. Buiten de bus staan rollen tapijt, dozen, en een enorme zak vol pluchen beesten te wachten om als laatste ergens in een loze ruimte te worden gestouwd.

De beesten zijn Allan Selter's handel. Selter en zijn reisgenoten komen uit Tartu, in Estland, maar zestien uur rijden hiervandaan. 'De professor' noemen ze Selter, omdat hij een bril draagt, Engels spreekt en de organisator is van de pendelhandel tussen Tartu en Bialystok (vroeger regelde hij tweedehands auto's uit Nederland).

Selter regelt de formaliteiten en loodst de nokvolle bus langs de Pools-Litouwse grens zonder dat alle balen, dozen en tassen hoeven te worden uitgepakt en ingeklaard. Hoe? 'Je betaalt gewoon de commandant.' Het leven is soms verbluffend eenvoudig.

De markt van Bialystok is beroemd in het Oosten. Russen, Wit-Russen, Oekraïeners en Balten komen erheen om spullen te verkopen, maar vooral om te kopen. Door de ondoorgrondelijke mechanismen van de vrije markt is alles hier in het westerse Polen goedkoper dan in het Oosten dat voorbij de grens begint.

Alles is even goedkoop. Zelfs het publiek is goedkoop. 'Ik haal de Russen er zo uit. Russische vrouwen herken je aan hun kleren, hun gezichten, hun tanden.' Katarzyna Malinowska houdt niet van Russen en niet van deze markt. Ze geneert zich voor de rommel die hier wordt verkocht - Aziatische rommel, dezelfde rommel die aan de overkant van de grens in Grodno in eenzelfde soort kraampjes op eenzelfde openluchtmarkt te koop wordt aangeboden.

Katarzyna geneert zich sowieso voor de kramen, want een markt als deze is toch de allerprimitiefste vorm van vrij ondernemerschap. De drukke grenshandelspost met de voormalige Sovjet-Unie is 'onze laatste verbinding tussen het nieuwe Polen en het oude systeem', smaalt de journaliste van de Gazeta Wyborcza.

De markt is peanuts. Bialystok heeft andere, grotere dingen aan zijn hoofd. Een oorlog van echte reuzen staat voor de deur: de grote supermarkten, die zich opmaken om een einde te maken aan de alleenheerschappij van de lokale 'Marco'. Marco is de grootste en enige echte shopping mall van Bialystok. Een supermarkt van wereldstadformaat in de omgebouwde fabriekshal waar ooit de 'Biazet'-televisies werden gebouwd.

Bij Marco is het altijd druk, maar dat zal niet zo lang meer duren. Het Duitse Metro-concern heeft net voor 3 miljoen dollar een groot terrein in de stad gekocht; de Nederlandse Makro (niet te verwarren met de Bialystokse Marco) heeft een terrein pal naast de plek waar het Franse Au Champs een hypermarché bouwt.

En de Bialystokse bestuurders zijn toevallig deze week alweer naar een ondernemersbeurs vertrokken met nog eens 45 hectare van dezelfde eersteklas lokatie in hun portefeuille. 'De gemeente ruikt geld, en geld is nodig om mooie dingen te kunnen doen voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar', schampert Katarzyna's collega Tomasz. 'Maar dat kan niemand wat schelen, alleen mijn krant maakt zich er druk over.' Het nieuwe geld en de nieuwe moraal gaan in Bialystok voor alles.

Zoals in Bialystok, zo had het ook in Grodno moeten gaan. Achter een bouwval aan de lege brede Boedjonny-straat, in het hart van de stad, staat het half afgebouwde 'business centre' van Grodno: een complex van drieëneenhalf gebouw dat het Poolse consulaat herbergt, een rijtje kantoren, een Poolse school en een goedkoop hotel voor overblijvende Polen.

Stanislaw Boejnitski houdt zelf beneden kantoor - 's avonds bewoont hij boven een stuk van het eenverdiepingshotel. Boejnitski is eigenaar van het hele complex en van het budget-hotel: de restanten van het familieconcern 'Monolit'.

Tien jaar geleden ging Stanislaw met zijn broer in zaken. De hele familie - ouders, grootouders, en de broers zelf - legden alle spaargeld bij elkaar: 100 duizend roebel (destijds zo'n 150 duizend dollar waard, tegenwoordig nog geen drie). Met dat beginkapitaal, en zeer gestimuleerd door de door perestrojka verlichte Sovjet-overheid, gingen zij van start. Ze begonnen een bouwbedrijf. De onafzienbare nieuwbouwwijken rondom Grodno getuigen nog van die tijd, toen de stad een boomtown was en hun bedrijf flatwoningen tot twaalf verdiepingen hoog bouwde.

'Monolit' ging verder: het opende een fabriek voor bouwmaterialen, een textielfabriek, winkels. De Boejnitski's hadden zelfs een eigen bank, de 'Monolitbank', die een mooie winst maakte, en wat belangrijker was: die de financiering voor de eigen onderdelen van de firma kon regelen. Op zijn hoogtepunt had 'de firma' 580 mensen in dienst.

Maar al na een paar jaar, nog voor de Sovjet-Unie uiteen was gevallen, begonnen de Wit-Russissche politici zich af te zetten tegen de nieuwe rijken. Zij schilderden de nieuwe kapitalisten af als vijanden van het volk, uitzuigers en profiteurs. 'Men was jaloers op de nieuwe rijken. En die puur communistische propaganda werkte', zegt Boejnitski.

Na het aantreden van Aleksandr Loekasjenko als president - de kampioen van de 'terug-naar-het-communisme'-retoriek - werd het leven snel onbehaaglijk. Centimeter voor centimeter werd het particuliere zakenleven weer teruggebracht in de vertrouwde staatshanden. De regels voor zakendoen werden steeds ingewikkelder en de belastingen steeds hoger, en het ene na het andere bedrijf begon aan ademnood te lijden.

Ook Monolit kalfde na 1994 snel af. De textielfabriek was nog niet open of zij moest alweer dicht, omdat het de kolchozen werd verboden materiaal te leveren. De fabriek voor bouwmaterialen moest sluiten toen de pacht voor de grond waarop die stond van de ene op de andere dag - per decreet - werd vertweehonderdtachtigvoudigd. Monolitbank moest sluiten.

Het bouwbedrijf bouwt nog, mondjesmaat - geen flats meer, alleen kleine objecten. Verder bestaat 'Monolit' nog uit dit half afgebouwde business-complex. Afgelopen september zijn de belastingen voor het complex opnieuw drie keer verhoogd, met terugwerkende kracht tot januari. Maar Boejnitski laat zich niet verjagen. 'Zelfs president Loekasjenko zal moeten begrijpen dat zijn land - waar het slechter gaat dan ooit - zonder hervormingen niet verder komt.'

In de tussentijd zal Boejnitski zijn geld even niet in Wit-Rusland beleggen. Hij wil niet zeggen waar wel. 'Het is voor Wit-Russen verboden een rekening in het buitenland te hebben', zegt hij. 'Maar tussen hier en Rusland loopt geen grens.' Vanuit Grodno bekeken is zelfs Rusland al een paradijs van vrij ondernemerschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden