Nieuwe Henry Ford is Japans

Henry Ford (lopende band, T-Ford) kent iedereen, maar wie kent Kiichiro Toyoda? Toch is de man evenals de Ford-oprichter verantwoordelijk voor een even revolutionair productiesysteem als de lopende band, en stond hij aan de basis van wat nu de grootste autoproducent ter wereld is, de Toyota Motor Company....

Toyoda begon in 1937 auto’s te bouwen als een spin-off van zijn vaders machinefabrieken in de Japanse plaats Toyota. Zijn grootste verdienste ligt niet eens in dat blote feit, als wel in de manier waarop hij de productie ervan organiseerde. Hij was de grondlegger van wat later het Toyota Production System (TPS) is gaan heten. Andere medewerkers hebben het uitgebouwd en geperfectioneerd en inmiddels heeft de halve industriële wereld de principes afgekeken.

Toyota hanteert het zogenoemde just in time-systeem (jit). De hoeveelheid onderdelen en materialen worden precies op tijd en in exact de juiste hoeveelheden bij de productielijn afgeleverd. Verspilling van ruimte, tijd en materiaal door opslag of beschadiging werd hierdoor sterk teruggedrongen, waardoor een efficiënte productie mogelijk werd. Het systeem is zo succesvol omdat het zeer hoge eisen stelt aan de kwaliteit van de onderdelen. Een defecte motor of een beschadigde ruit leiden bij een jit-systeem tot vertragingen in de gehele autoproductie.

Bij de autofabriek van Toyota, die de werknemers even zeer koestert als de kwaliteit van onderdelen, hebben de arbeiders het laatste woord over de productie. Ze mogen de band stopzetten om een kwaliteitsprobleem te verhelpen.

Het systeem van georganiseerde krapte is maar een van de verklaringen voor het succes van Toyota. Een andere verklaring geldt innovatie en de kwaliteit van de auto’s. Toen in het begin van de jaren zestig de eerste Toyota in Europa werd afgeleverd, waren bezitters van Italiaanse, Franse en Duitse automobielen eraan gewend dat auto’s in de winterkou vaak niet startten, al in de showroom wegroestten en zeker jaarlijks naar de garage moesten voor reparaties. Maar niet met de eerste Crown’s (1955) in de VS en de Corolla’s (1966). Die bleven rijden en hadden een onderhoudsinterval dat hoger lag dan van andere automerken.

Toch heeft het nog tot de jaren tachtig van de vorige eeuw geduurd, voordat begon op te vallen dat er kennelijk iets bijzonders was met auto’s uit Japan, en met Toyota in het bijzonder. Ondanks de relatief hoge lonen in het moederland, bleken de auto’s efficiënter, betrouwbaarder en goedkoper dan veel auto’s uit de Amerikaanse of de Europese autofabrieken. Ook kregen de Japanners op hun beurt ook het Europese design langzamerhand onder de knie. Van tamelijk blanco modellen werden het auto’s die acceptabel waren voor brede groepen kopers.

Pas in de laatste jaren wist Toyota langzaam maar zeker de Amerikaanse auto-industrie op de knieën te dwingen. Volgens Jeffrey Liker, auteur van The Toyota Way is het succes gebaseerd op het diepgewortelde streven naar kwaliteit, door het vermogen klanten, medewerkers en toeleveranciers serieus te nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden