Nieuw verzekeringsstelsel glanst niet meer

Een nieuw verzekeringsstelsel voor de gezondheidszorg hangt al jaren als een beloftevolle ster van Bethlehem boven de Nederlandse politiek. Maar de laatste weken begint de glans te vervagen achter de donkere wolken die erlangs razen...

Jet Bruinsma

Het plan-Balkenende, zoals neergelegd in het Strategisch Akkoord van 3 juli 2002, gaat uit van een verplichte, private basisverzekering voor iedereen, uit te voeren door particuliere verzekeraars. Ze zijn verplicht om iedereen voor het van overheidswege vastgestelde basispakket te accepteren; een verzekeraar moet ál zijn verzekerden voor dat pakket dezelfde nominale premie in rekening brengen. Wie die premie niet kan betalen, krijgt geld terug in de vorm van belastingverlaging. Het stelsel zou in 2005 worden ingevoerd.

Pikant was de voetnoot hierbij: 'Uitgaand van de veronderstelling dat het gemeenschapsrecht daartoe voldoende ruimte laat'. Lees: als het mag van Europa. Daar zit 'm de pijn. Want volgens de landsadvocaat vindt Europa het niet goed. Nederland moet kiezen: óf een sociaal ziektekostenstelsel dat níet onderhevig is aan de Europese mededingingsregels, óf een privaat stelsel, maar dan gelden alle concurrentieregels die voor andere schadeverzekeringen ook van kracht zijn. En daarin passen geen acceptatieplicht, premievoorschriften en wettelijk voorgeschreven pakketten.

Tegelijk met de landsadvocaat kwam ook de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg RVZ met een rapport van gelijke strekking. Zelfs de Rotterdamse hoogleraar sociale zekerheid Wynand van de Ven, de goeroe van de stelselherziening, vindt het inmiddels verstandig om voorlopig maar voort te gaan op de oude weg, met ruwweg twee verzekeringen: het ziekenfonds voor personen onder de loongrens van 31.750 euro en de particuliere ziektekostenverzekering voor de rest.

PvdA-lijsttrekker Bos greep onmiddellijk de kans om voor uitstel van het nieuwe stelsel te pleiten. De financiële compensatie kan beter rechtstreeks aan zorg worden besteed, riep hij. Niet zo gek, want een basisverzekering is in principe politiek niet zo omstreden, maar de kwesties publiek-privaat, de omvang van de nominale premie en het pakket zijn dat wél. Uitstel haalt een potentiële grote angel uit de komende kabinetsformatie.

Het CDA - met veel particuliere verzekeraars in de achterban die niets voelen voor een publieke basisverzekering - heeft ook geen haast. Eerst de wachtlijsten en de bureaucratie weg; een nieuw stelsel is het sluitstuk, zegt Tweede-kamerlid Siem Buijs. De VVD-er Hans Wiegel, tevens voorman van Zorgverzekeraars Nederland, pleit ook voor een pas op de plaats. Begrijpelijk, want zijn achterban is tot op het bot verdeeld.

En zo raakt het visioen van die ene basisverzekering steeds verder achter de mistbanken. De volksverzekering uit de jaren zeventig transformeerde in de loop der jaren tot basisverzekering - eerst publiek, toen privaat en nu weet niemand het meer. Wiegel maakte de vergelijking met de processie van Echternach: vijf stappen vooruit, drie achteruit. Het is de vraag of twee stappen vooruit niet te ruimhartig is uitgedrukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden