Column Koen Haegens

Niet het internet, maar financialisering teistert de winkelstraat

De Nederlandse winkelstraten zijn de Twentse textielindustrie van de 21e eeuw. Het ene faillissement volgt het andere massaontslag op. Na onder meer Intertoys, V&D en Schoenenreus was het deze week modeketen Sissy-Boy dat om uitstel van betaling vroeg. Op dezelfde dag kwamen de 480 verliesgevende Blokker-winkels in handen van de topman. Hij moest er geld op toe krijgen.

Het grote verschil met kledingfabrieken en scheepswerven is dat winkelstraten niet verplaatst kunnen worden naar lage loonlanden. De schuld voor de teloorgang wordt dan ook niet bij de spotgoedkope arbeid in Bangladesh gelegd. Het internet heeft het gedaan. De opmars van de e-commerce – Bol.com, Amazon, Alibaba – luidt de dood van de fysieke winkel in. Over enkele jaren kopen we alles online.

Zou het? Er schuilt een gevaar in dat soort boude beweringen. Economische vergezichten zijn boeiend, maar ze kunnen ook misbruikt worden om de publieke opinie om de tuin te leiden. Vroeger dienden natte zomers, warme winters of slappe Sinterklaasdagen als smoesjes voor winkelketens die er een potje van maken. Nu heeft het e-spook het gedaan.

De cijfers suggereren iets anders. Natuurlijk hebben winkels last van online. Maar dat kan niet het hele verhaal zijn. Zo steeg de omzet in de detailhandel in 2018 voor het vijfde jaar achtereen, met 3,3 procent. En nee, die groei zit niet enkel bij de internetcommercie. Het totale aantal fysieke verkooppunten in Nederland zweeft al jaren rond de 220.000, blijkt uit cijfers van retail onderzoeker Locatus, en neemt slechts licht af. Het  vloeroppervlak is zelfs gestegen. En die faillissementen dan? Het FD rekende begin dit jaar uit dat sinds 2012 minstens 75 keer een winkelketen bankroet is verklaard. In slechts één op de drie gevallen verdween die ook daadwerkelijk uit het straatbeeld. De rest maakte een doorstart.

Wat is hier aan de hand? Een dwarse hypothese: misschien is het niet internet, maar de financialisering die huishoudt in de winkelstraat. Die trend heeft al in de jaren tachtig zijn intrede gedaan in de economie. In plaats van zich toe te leggen op productieve investeringen proberen ondernemers geld te verdienen met geld – daarbij geholpen door forse schulden en andere financiële instrumenten. Denk aan het gegoochel met faillissementen door private equity. Denk aan de lucratieve handel in vastgoed.

Uitgerekend met die twee activiteiten lijkt nog altijd goed verdiend te worden in winkelland. Neem Blokker. De winkelketen schrijft al jaren rode cijfers. Maar het investeringsvehikel van de familie, dat geld steekt in onder meer vastgoed, private equity en aandelen, boekte afgelopen jaar 100 miljoen euro winst. Vlak achter Albert en Els Blokker staat in de Quote 500 een andere winkelgrootheid, Jan Zeeman. Ook al een prominente vastgoedinvesteerder.

Klopt deze verklaring, dan zijn we op dit moment niet getuige van het einde van de winkelstraat. Dan is de huidige faillissementsgolf het nieuwe normaal. Een ander, kortademig verdienmodel. Met het winkelpersoneel als de ultieme verliezer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden