De onderneming Moso

Niet alleen reuzenpanda's omarmen bamboe

Bamboe is gewild: klimaatneutraal en in elke gewenste hardheid en kleur te verkrijgen. En die markt heeft Moso in Zwaag grotendeels zelf gecreëerd. Nu zoekt het bedrijf van oprichter René Zaal nog concurrenten.

Het vochtgehalte in bamboe verkeersborden wordt gecontroleerd . Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Met bamboe kun je meer dingen doen dan hengelstokken maken en reuzenpanda’s vetmesten. Maar ook René Zaal, oprichter en directeur van ‘s werelds grootste (of tenminste een van de grootste) handelsonderneming in bamboe was wel verbaasd door een telefoontje dat hij kreeg, de dag voordat dit vraaggesprek plaatsvond. ‘Dat was iemand van een asfaltbedrijf. Die vroeg of wij een composiet konden maken met bamboe en asfalt.’

Het antwoord weet Zaal nog niet, maar hij gaat er wel naar op zoek. Want wie weet is dat wel een goed idee, en tot nu toe komen de meeste nieuwe toepassingen van bamboe voort uit vragen van gebruikers en potentiële klanten. ‘We hoeven zelf nooit toepassingen te bedenken en er dan een klant voor zoeken.’ De klanten vinden Moso. Zo introduceerde de HR Groep onlangs verkeersborden van bamboe, ontwikkeld door Moso. Handig om te weten als de snelheidsborden binnenkort om milieuredenen moeten worden vervangen.

Naam: Moso

Vestigingsplaats: Zwaag

Anno: 1997

Omzet: 27 miljoen

Werknemers: 80 fte

In het kantoor van zijn nog behoorlijk nieuwe bedrijfsgebouw in Zwaag, gemeente Hoorn, is bamboe alom aanwezig. De gevelbekleding is van bamboe. Kozijnen, tafels, trappen, de vloer, het plafond. De zonwering ook.

Het duurde tot eind vorige eeuw voor deze grassoort als bouwmateriaal en als grondstof voor de meubelindustrie in Europa op enige schaal in zwang kwam. En Zaal claimt dat hij met Moso die markt grotendeels heeft ontwikkeld. Dat begon in 1992. Zaal (anno 1958) was toen nog sportleraar op een Hoorns MBO. Een vriend handelde in bamboe voor gebruik in tuinen.

Met zijn tweeën dachten ze nieuwe mogelijkheden te zien in China. Daar vervaagde de invloed van Mao’s Rode Boekje steeds meer, en won de leuze van diens opvolger Deng Xiaoping snel aan invloed: ‘Rijk worden is glorieus.’ De Chinese variant op Gordon Gekko’s ‘Greed is good’. De Chinezen begonnen als gekken te ondernemen. Zaals compagnon had contacten met de bamboeleveranciers, die in fabriekjes bamboe hekwerken gingen vlechten. En enkele van die fabrikanten experimenteerden met iets nieuws: parket.

‘De eerste blokjes die we in handen kregen, deugden helemaal niet. De maat klopte niet, de lijm niet, de lak niet. We hadden een lijst van tachtig punten waaraan zo’n blokje moest voldoen, en op de helft van die punten klopte het gewoon niet. Ze werkten daar met Chinese machines die niet goed genoeg waren. We zijn toen met een paar fabrieken gaan samenwerken om het te verbeteren. Het duurde wel drie tot vijf jaar voordat de kwaliteit hoog genoeg was voor de Europese markt.’

Het waren barre tijden voor Zaal, die zegt tien jaar lang op een minimumjeugdloon te hebben geleefd. Na enkele jaren bleek de combinatie van tuinplanten met parket en meubels niet vruchtbaar, en begon hij voor zichzelf. Geen bank die hem geld wilde lenen voor dat avontuur, maar vrienden en kennissen schoten te hulp zodat Moso toch van start kon.

Moso is een verbastering van mao zhu, Chinees voor ‘grote bamboe’. Bamboe is ’s werelds snelst groeiende plant. De mao zhu bereikt in drie maanden een hoogte van 20 meter, en groeit dus gemiddeld een centimeter per uur. En er is zat van. In China staat 6 miljoen hectare, groter dan Nederland en Vlaanderen bij elkaar.

Een stam is na vier jaar uitgehard, en dan kun je hem kappen. De nieuwe stammen komen vanzelf. Elk jaar neemt het areaal aan bamboe in China nog met 2 procent toe. De Chinezen bouwen altijd al met bamboe, maar zij gebruikten de stammen zoals de natuur ze aflevert. Zo niet de producten die Moso als ‘co-maker’ in China laat maken. De holle stammen worden in strips gesneden die op elkaar worden gelijmd. Zo worden balken, planken en platen gemaakt, met eigenschappen naar wens. De kleur: u zegt het maar. Gewicht en hardheid: veel is mogelijk.

Mede-eigenaar en oprichter van Moso Bamboe René Zaal. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Harder dan het hardste hardhout

Dat merkte ook AREP, het vaste architectenbureau van de Franse spoorwegen. AREP was plannen aan het maken voor de renovatie van het spoorwegstation in Rennes, en benaderde Moso over de mogelijkheden om bamboe te gebruiken als vloer. Zo gaat het steeds, zegt Zaal: ‘Architecten oriënteren zich goed op materialen, en weten ons te vinden. Wij hoeven zelf zelden of nooit op zoek.’ Het was een heel gedoe, want op de Franse markt moet alles weer Frans gekeurd worden, Europese Unie of niet, en uiteindelijk duurde het te lang: in Rennes geen bamboe.

‘Maar AREP had ons wel gevonden. Dus toen het station in Bordeaux moest worden opgeknapt, kwamen ze weer bij ons, en daarna voor het Gare du Nord in Parijs.’ En daar ligt nu een bamboevloer. Gecomprimeerd bamboe. Harder dan eiken, ‘want in eik maken naaldhakken nog wel putjes’, zegt Zaal. In zijn bamboe, zo compact dat het zinkt als een baksteen, is geen put te krijgen, geen spijker in te slaan.

Op de site van Moso staan nog meer bijzondere resultaten van samenwerking met architecten: het ‘baleinen’ plafond van een winkelcentrum in Milaan. En, dichterbij, hotel Jakarta in Amsterdam: gebouwd van hout, afgewerkt met bamboe van Moso. Architectenbureau Search laat weten dat het voor bamboe koos omdat het klimaatneutraal is, en voor Moso omdat dat bedrijf alle gewenste kleuren en varianten binnen de gewenste tijd kon leveren.

‘Van bamboe kun je alles maken wat je ook van hout kunt maken’, zegt Zaal. En zelfs nog iets meer, want bamboe kan harder zijn dan het hardste hardhout. Zo maakt Moso ook houten ‘onderzetters’ voor superzwaar transport van Mammoet Heavy Lifting: balken die een druk van 30 ton per vierkante decimeter aan kunnen. En bamboe heeft een groot voordeel boven hout: ‘Onze producten zijn klimaatneutraal. Dat kun je van hout bijna nooit zeggen.’

Dat argument, klimaatneutraal, is vooral van belang bij het binnenhalen van grote projecten. Die maken meer dan de helft uit van Moso’s omzet. Toch heeft Zaal een probleem met die grote projecten, een origineel probleem: gebrek aan concurrentie. ‘Als andere bedrijven ook dergelijke projecten onderhanden zouden nemen, zouden die de markt ook bewerken, en zouden ze ook certificerings- en keuringstrajecten laten uitvoeren. Nu moeten wij dat allemaal doen. Dat is duur en kost veel tijd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden