Nergens moeilijk over doen

In november 2007 dient Jaap van Dijk, de financieel directeur van DSB Bank, tijdens een emotionele bestuursvergadering zijn ontslag in. Gerrit Zalm, hoofdeconoom van de bank, is bij het overleg aanwezig. Er zit Van Dijk een aantal dingen dwars. Door de kredietcrisis in de Verenigde Staten is het moeilijker geworden om geld aan te trekken. De bank wordt afhankelijker van spaargeld, maar dat is een onzekere financieringsbron. Klanten kunnen hun spaartegoed immers met een paar muisklikken weghalen. DSB Bank verstrekt bovendien hoge leningen aan klanten die zich dat niet kunnen veroorloven. De kans op forse verliezen door wanbetalingen is daardoor groot. Van Dijk voelt zich ook ongemakkelijk omdat Dirk Scheringa desondanks veel geld uit de bank haalt voor zijn hobby’s.

Van Dijks zorgen worden gedeeld door De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). DNB heeft DSB Bank dan al minstens een jaar op de korrel. De centrale bank prest Van Dijk voortdurend het riskante beleid aan te passen.

Van Dijk wil DNB tegemoetkomen en probeert zijn medebestuursleden te overreden. Maar hij loopt tegen een muur. Hans van Goor, de operationeel directeur, en Dirk Scheringa slaan zijn waarschuwingen in de wind. Scheringa’s belangrijkste zorg is of de bank hem de tientallen miljoenen oplevert die hij voor zijn hobby’s nodig heeft. Dat de bank onverantwoord bezig is, gaat er bij hem niet in. DSB bank maakt toch jaar op jaar een mooie winst?

Wanneer Van Dijk in zijn laatste vergadering als financieel directeur nog eens zijn grieven ventileert, houdt Zalm zich op de vlakte. Als hoofdeconoom draait hij mee in de raad van bestuur, hoewel hij daar formeel nog geen lid van is. De enige die Van Dijk steunt, is bestuurslid en hoofd ict Reggie de Jong. Ook zij pakt kort na Van Dijk haar biezen. Twee maanden later heeft Zalm Van Dijks baan.

Eerder dat jaar belde Zalm Scheringa bij wijze van open sollicitatie. De selfmade bankier hoeft niet lang na te denken. Als minister van Financiën heeft de VVD’er een glanzende reputatie van financiële degelijkheid opgebouwd. Scheringa kan hem daarom goed gebruiken. Hij hoopt dat Zalms reputatie afstraalt op zijn onderneming, die minder goed bekendstaat.

Afgezien van die pr-overweging kunnen de mannen het ook persoonlijk goed met elkaar vinden. Ze zijn beiden West-Friezen, bijna even oud en allebei van eenvoudige komaf. Zalm is de zoon van een kolenboer, Scheringa’s vader was kaasmaker. Beiden hebben zich op eigen kracht opgewerkt. Bovendien hebben ze elkaar iets te bieden. Scheringa is rijk en als voetbalmecenas populair bij de gewone man, maar hij hunkert naar erkenning door de maatschappelijke elite. Die beschouwt hem als een parvenu. In bankierskringen wordt hij amper serieus genomen.

Zalm ligt wel goed bij de gevestigde orde, maar hij heeft zijn schaapjes niet op het droge. Van zijn ministerssalaris moest hij vijf kinderen, een vrouw en een ex-vrouw onderhouden. Scheringa biedt hem een vorstelijke beloning: als financieel directeur gaat hij voor een vierdaagse werkweek 750.000 euro per jaar verdienen.

Bij de buitenwacht heerst verwondering over Zalms verbintenis aan een bank met een dubieuze reputatie. Als minister maakte hij zich immers sterk voor aanscherping van de leennormen. DSB Bank staat bekend als een bank die het daar niet zo nauw mee neemt. Financieel ombudsman Jan Wolter Wabeke heeft diverse keren met minister Zalm over het leenbeleid van DSB gesproken en maakt in zijn jaarverslagen gewag van de klachten over die bank.

Op Radio 1 zegt Zalm in juni 2007, net na zijn overstap, dat DSB Bank heel scherp let op de kredietwaardigheid van potentiële klanten. Overkreditering, waarbij mensen meer geld lenen dan zij financieel kunnen dragen, komt volgens hem niet voor. Op 11 februari 2008 herhaalt Zalm die bewering in Pauw & Witteman. ‘Een lening moet passen bij de klant. De kredietverlening wordt door DSB op een heel zorgvuldige manier gedaan’, zegt Zalm. ‘Dat is ook eigenlijk de kracht van de bank.’

De oud-minister speelt voor de buitenwacht mooi weer, terwijl hij dan al talrijke signalen over misstanden heeft gekregen. Niet alleen is hij bij de bestuursvergadering waarin zijn voorganger Van Dijk een boekje open doet, ook is in diens kielzog een leegloop aan de top op gang gekomen. Een aantal managers geeft er eind 2007 en begin 2008 de brui aan, omdat zij in aanvaring komen met de raad van bestuur. Hun functies zijn veelzeggend. Zo vertrekt Peter Cornet, die erop moet toezien dat de wet en de integriteitsregels worden nageleefd. Reggie de Jong, lid van de raad van bestuur, stapt op. Evenals de belangrijkste risicomanager, Peter Hekking. Vijf van de zes medewerkers van de interne accountantsdienst, onder wie afdelingshoofd Ruud van Dijk. De directeuren van de twee verzekeringsmaatschappijen van DSB, Rob Straathof en Angelique Ruijgrok. Nog twee verkoopdirecteuren.

Deze ontslagen worden in aanwezigheid van Zalm besproken in bestuursvergaderingen. Vrijwel alle managers vertrekken omdat er zaken gebeuren waarvoor zij geen verantwoordelijkheid wensen te dragen. En omdat de top doof blijft voor hun kritiek. Hun grieven zijn onder meer dat Scheringa medewerkers expliciet heeft verboden bepaalde zaken op papier te zetten, omdat hij niet wil dat DNB daar achter komt. Om de inkomsten die door de kredietcrisis wegvallen te compenseren, laat de verkoopafdeling in 2007 de remmen op de kredietverlening los: zoveel mogelijk hypotheken en koopsommen verkopen, is het parool. Ook vinden de managers dat Scheringa onverantwoord veel geld aan de bank onttrekt.

Na hun afscheid storten ze hun hart uit bij DNB. Het is gebruikelijk dat die exitgesprekken voert met vertrekkende hoge functionarissen. Begin 2008 is DNB volledig op de hoogte van de misstanden.

Diverse betrokkenen zijn verbaasd dat DNB niets met de ontboezemingen doet, hoewel DSB Bank al meer dan een jaar onder verscherpt toezicht staat. Alle vermaningen en adviezen die de toezichthouder in die tijd heeft afgegeven, hebben weinig geholpen. Een oud-medewerker verklaart: ‘Scheringa had gewoon maling aan De Nederlandsche Bank, aan iedereen die kritiek op hem had. Mensen die het niet met hem eens waren, konden vertrekken.’ Een andere betrokkene: ‘Dat verhoogde toezicht betekende slechts dat DSB wat frequenter vragen moest beantwoorden. Het grote verloop van kaderleden, wat alarmbellen had moeten laten rinkelen, veranderde daar niets aan. Vergelijk DNB met een agent die iemand op straat een overtreding ziet begaan en niets doet. Wat moet je van zo’n toezichthouder denken?’ Een derde ingewijde: ‘Je kunt je afvragen of het allemaal zo slim is wat DNB met de informatie heeft gedaan.’

Ook de raad van commissarissen, die andere toezichthouder op de raad van bestuur, grijpt niet in. Niet verwonderlijk, stelt een oud-medewerker van de bank. ‘Commissarissen worden benoemd door de aandeelhoudersvergadering. Bij DSB was er maar één aandeelhouder: Scheringa. Die vroeg alleen vriendjes als commissaris.’

Volgens de betrokkenen vraagt Zalm de vertrokken managers niet zelf naar hun beweegredenen. ‘Hij was altijd heel relaxed en kon het goed vinden met de rest van het bestuur. Hij deed nergens moeilijk over’, zegt de een. Anderen zeggen dat Zalm wel kritische vragen stelde aan Scheringa en Van Goor. Maar als oud-politicus is hij gewend compromissen te sluiten en drijft hij de zaken niet graag op de spits. Zalm denkt dat de problemen in goed overleg kunnen worden opgelost en dat ze tijdelijk zijn, want te wijten aan de crisis. Zolang de bank winst maakt, zijn de problemen niet acuut. Scheringa krijgt van Zalm de tijd het verdienmodel dat op provisies is gebaseerd, te veranderen.

Een aantal oud-DSB’ers vraagt zich af of Zalm wel voor zijn bankierstaak toegerust is. ‘Hij kwam volledig blanco binnen. Als minister krijg je alles aangereikt van een heel ambtenarenapparaat. Bij DSB bleek dat hij gewoon niet wist hoe het werkt bij een bank.’ Zalm is wel intelligent en leert snel bij. ‘Hij pikte dingen heel snel op.’

Voorkwam Zalm als financieel directeur dat de bank te veel risico’s nam? Onder zijn verantwoordelijkheid verhoogde de bank in elk geval de lening aan DSB Beheer, het vehikel dat AZ en het Scheringa-museum voedde, van 41 miljoen naar 75 miljoen euro. DNB stond daar uitgesproken kritisch tegenover. Op deze lening moet na het faillissement van de bank zeker 30 miljoen worden afgeboekt.

Financieel ombudsman Wabeke krijgt ook in 2007 en 2008 veel consumentenklachten over DSB. De AFM besluit onderzoek te doen. Dat vindt plaats tussen april en juni 2008. De toezichthouder bestudeert tientallen klantendossiers. De bevindingen liegen er niet om: DSB schiet op meer dan tien punten tekort in het beschermen van klanten. Zo stellen de adviseurs van de bank zowel de rentelasten als de aftrekmogelijkheden te gunstig voor. Ook blijkt nergens uit dat zij maatwerk leveren.

Zalm schrijft op 20 augustus een door de Volkskrant gelezen brief, waarin hij het kredietbeleid van DSB verdedigt. Hij wijst daarin de AFM-bevindingen van de hand. Op een paar punten geeft hij de toezichthouder gelijk, maar hij schrijft dat deze fouten tot het verleden behoren. Ook verdedigt hij zich met de ‘kredietnota’ van de bank, waarin de normen voor kredietverlening zijn vastgelegd. Daarin staat dat klanten maximaal 5,5 keer hun jaarinkomen kunnen lenen. Eerst was dat 6,5 keer, schrijft hij. Ook het maximale aflossingsvrije deel van de hypotheek is verlaagd van 130 naar 100 procent van de executiewaarde van de woning. DSB heeft zijn leven dus gebeterd, betoogt Zalm.

Maar ook die aangescherpte normen liggen boven die van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen uit 2007. Die AFM-regels geven aan dat een ratio van 5,5 in de meeste gevallen pas verantwoord is bij een jaarinkomen van 60 duizend euro. Dat is bijna twee keer modaal. De gemiddelde DSB-klant heeft een veel lager inkomen.

Bovendien verstrekt DSB hypotheken tot wel 6,5 keer het jaarinkomen aan klanten die voor minimaal 50 procent van de bruto hypotheeksom een arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsverzekering afsluiten. Dat zijn de beruchte koopsommen. Oftewel: Zalm vindt het oké dat DSB het eigen ruimhartige leenbeleid nog verder oprekt, mits de bank de hypotheekschuld van de klant verder verzwaart met koopsommen.

Een ratio van 6,5 is volgens de AFM alleen toelaatbaar onder bijzondere voorwaarden. Zelfs mensen die meer dan een ton verdienen mogen volgens de AFM-norm in principe niet meer dan 6,1 keer hun inkomen lenen, en dan nog alleen bij een lage rentestand.

De overkreditering door DSB gaat dus niet alleen volop door onder Zalms bewind, hij verdedigt die zelfs. ‘DSB Bank stelt vast dat zij in de kredietnota de criteria heeft vastgelegd voor de beoordeling van kredietaanvragen en dat deze criteria ook worden toegepast’, schrijft Zalm. ‘Op basis van het opnieuw door ons uitgevoerde dossieronderzoek concluderen wij dat ieder dossier voldoet aan de door DSB vastgestelde definitie van verantwoordelijke kredietverstrekking. Er is derhalve in geen van de dossiers sprake geweest van overkreditering.’

Onder aanvoering van een andere oud-VVD-minister, Hans Hoogervorst, komt de AFM tot een heel andere conclusie. De toezichthouder legt DSB een boete van 96 duizend euro op, omdat DSB Bank ‘beoordelingscriteria hanteert die niet zijn gericht op het voorkomen van overkreditering.’ De DSB-adviseurs kregen ‘alle ruimte om hoge en risicovolle kredieten naar eigen inzicht af te handelen.’ Ook geeft de AFM een boete van 24 duizend euro omdat ‘DSB Bank bij consumenten die zij adviseerde in verschillende gevallen niet voldoende informatie heeft ingewonnen.’

De boetes voor DSB Bank worden in juli openbaar. Zalm, die dan al bij ABN Amro zit, distantieert zich ervan. Hij zegt dat de AFM-dossiers van vóór zijn tijd dateren. Dit meldt Zalm ook aan minister Wouter Bos, die het weer aan een kritische Kamer doorgeeft. Maar als de AFM onthult dat de onderzochte dossiers uit de periode november 2007-april 2008 stammen, bekent Zalm dat hij zich heeft ‘vergist’.

Zalm wordt bij DSB opgevolgd door zijn partijgenoot Frank de Grave. Ook die heeft nauwelijks bancaire ervaring. Vooraf wordt hij gebrieft door zowel Zalm als DNB. De Grave houdt aan die gesprekken blijkbaar niet de indruk over dat er van alles loos is, want hij begint vol goede moed. Maar ondanks zijn onervarenheid als financieel directeur legt hij wél direct de vinger op de zere plek. Scheringa stuurt ook hem na twee maanden de laan uit, omdat de VVD’er te veel lastige vragen stelt.

Aanvulling: Maar ook die aangescherpte normen liggen boven die van de Gedragscode Hypothecaire Financieringen uit 2007. Die AFM-regels geven aan dat een ratio van 5,5 in de meeste gevallen pas verantwoord is bij een jaarinkomen van 60 duizend euro (Economie, pagina 13, 21 november). De regels zijn opgesteld door de sector zelf, verenigd in het Contactorgaan Hypothecair Financiers. De Autoriteit Financiële Markten gebruikt ze als leidraad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden