‘Nephandel’ in groene stroom aan banden

Veel te doen over groene stroom deze week. Worden bewuste consumenten belazerd?Vijf vragen over hoe het echt zit...

Groene stroom is oplichting, kopte De Telegraaf deze week in reuzeletters. Europarlementariër Dorette Corbey – nota bene van de PvdA – wist te melden dat alle 2,5 miljoen Nederlandse consumenten die tevreden groene stroom afnemen, worden genept. De Consumentenbond raadt het kiezen voor groene stroom inmiddels zelfs af.

Is groene stroom oplichting?

Nee. Groene stroom is niet ‘nep’. Wie groene stroom afneemt, kan erop vertrouwen dat die stroom ergens in Europa duurzaam is opgewekt. Dat wil niet zeggen dat er bij groene consumenten ook echt andere stroom door het stopcontact komt. Iedereen krijgt in feite een mix van groen en grijs.

Een deel van de kritiek snijdt wel hout. Ook de energieleveranciers erkennen dat er niet méér windmolens worden gebouwd wanneer het aantal Nederlandse consumenten van groene stroom toeneemt. Terwijl, vindt de Consumentenbond, je als consument van groene stroom verwacht dat je iets bijdraagt aan een betere wereld en dat er dus windmolens worden bijgebouwd naarmate meer Nederlanders jouw goede voorbeeld volgen. Critici constateren: de markt voor duurzame energie werkt voor geen meter.

Waarom worden er geen windmolens bijgebouwd als het aantal groene consumenten toeneemt?

Simpel gezegd: het is voor energiebedrijven veel goedkoper om groene stroom in het buitenland te kopen, dan om zelf nieuwe windmolens te bouwen.

Een nieuw windmolenpark is heel duur. Alleen wanneer zij fors worden gesubsidieerd, zullen energiebedrijven zich wagen aan de bouw van nieuwe duurzame voorzieningen. Volgens de Consumentenbond worden energiebedrijven bij de beslissing om zulke voorzieningen te bouwen alleen geleid door de hoogte van de subsidies en helemaal niet door de vraag van consumenten.

Van de stroom die we in Nederland gebruiken, is 19 procent groen. Ongeveer eenderde daarvan wordt in Nederland geproduceerd: uit wind, waterkracht, zon en biomassa. Energiebedrijven kopen de rest van de groene stroom in het buitenland. Niet de échte stroom komt naar Nederland. Leveranciers kopen een groencertificaat van buitenlandse bedrijven. Daarmee mogen zij een stukje van hun eigen, grijze stroom, als groen bestempelen. Die certificaten zijn relatief goedkoop: het aanbod is groot, de vraag klein.

Wat is het bezwaar tegen die buitenlandse groencertificaten?

Veruit de meeste certificaten zijn afkomstig van Noord-Europese waterkrachtcentrales die soms al honderd jaar bestaan. Ook als geen enkel Nederlands bedrijf certificaten zou kopen, zouden die waterkrachtcentrales groene stroom produceren. Bovendien is het aanbod aan certificaten groot, waardoor de prijs laag is. Behalve Nederland zijn er maar een paar Europese landen die dit soort certificaten kopen. Daardoor is er voor Nederlandse energiebedrijven weinig stimulans om te investeren in nieuwe groene voorzieningen.

Dat zou anders zijn als in heel Europa consumenten massaal voor groene stroom zouden kiezen. Dan zou de vraag naar certificaten het aanbod overstijgen, en zouden er wel nieuwe wind- of zonnecentrales bij moeten komen.

Waarom wil het Europees Parlement strengere regels?

Twee redenen. De regels over de handel in groencertificaten zijn nu erg onduidelijk. In theorie is het mogelijk dat zowel het land dat de groencertificaten verkoopt (bijvoorbeeld Zweden) als het land dat ze koopt (bijvoorbeeld Nederland) de duurzame energie meetelt voor de Europese doelstellingen rond duurzame energie.

Europese wetgeving bepaalt dat elk land in de EU in 2020 een bepaald percentage van het totale energieverbruik moet hebben verduurzaamd. Voor Nederland is dat 14 procent. Voor Zweden, een land dat makkelijker groene energie kan opwekken, ligt de doelstelling hoger.

Het ‘dubbeltellen’ moet met de nieuwe regels onmogelijk worden. Wanneer een Nederlands bedrijf groencertificaten in Zweden koopt, mag Zweden dat stukje groene energie straks niet meer meetellen bij de Europese doelstellingen. Zweden zal dat verlies aan groene energie op een andere manier moeten compenseren, anders loopt het land de kans dat de Europese doelstellingen niet worden gehaald. De prijs van groencertificaten zal door die nieuwe regel omhoog schieten. Import van groene stroom wordt minder aantrekkelijk. De nieuwe regels stimuleren dus het opwekken van groene stroom in eigen land.

Energiebedrijven maken zich ook zorgen over een ander voorstel. Als het aan het Europees Parlement ligt, moet van elk kilowattuur groene stroom dat door middel van certificaten aan consumenten wordt aangeboden, minimaal eenderde afkomstig zijn uit nieuw gebouwde duurzame voorzieningen. Dat stimuleert nieuwbouw. Elektriciteit uit oude Zweedse waterkrachtcentrales mag dan niet meer zomaar als groene stroom worden verkocht. Dat is raar, vinden energieleveranciers, want het is wél groen. Het is bovendien de vraag of energieleveranciers onder de nieuwe regels nog aan de vraag kunnen voldoen.

Wordt groene stroom straks veel duurder?

Deskundigen denken dat de nieuwe Europese regels de prijs van groene energie zullen opdrijven. Het is onwaarschijnlijk dat Nederlandse consumenten hun groene stroom over vijf jaar nog steeds voor dezelfde prijs als grijze stroom kunnen kopen. Nu kan dat doordat het opwekken van groene stroom wordt gesubsidieerd, er steeds meer concurrentie is tussen energieleveranciers, en door de relatief goedkope buitenlandse groencertificaten.

Volgens de Consumentenbond en Corbey is duurdere groene stroom niet erg, zo lang de consument zeker weet dat hij echt iets bijdraagt. Nu maar afwachten of 2,5 miljoen Nederlanders ook echt bereid zijn meer te betalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden