Nederlandse parachutesport en luchthaven Teuge in zwaar weer

Overleven zij de uitbreiding van luchthaven Lelystad?

Luchthaven Lelystad wordt uitgebreid en een van de nieuwe vliegroutes voert over Airport Teuge, het centrum van de parachutesport. Na 2018 is het daar afgelopen met het springen. Zal het kleine vliegveld dat overleven?

Instructeur Peter Smit zit woensdag in zijn Cessna. Vanwege de storm werd er gisteren niet gevlogen op Teuge. Foto Foto: Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Duizenden parachutespringers tuimelden al uit de grote deur van het propellorvliegtuig van Paracentrum Teuge, op bijna 4 kilometer hoogte. Eerst de vrije val, met het razen van de wind om de oren, daarna de zweefvlucht naar beneden, om neer te komen op de landingsweide van de kleine luchthaven in Gelderland.

Nu bungelen de benen van instructeur Peter Smit uit het vliegtuig. Hij zit op de vloer van de Cessna 208 B Grand Caravan, op minder dan een meter van de vloer van de loods van het paracentrum. Het toestel staat binnen vanwege de storm en de wind beukt tegen de grijze stalen loods. Het gezicht van Smit staat op onweer. Vandaag wordt er gevlogen noch gesprongen op Teuge - en na 2018 waarschijnlijk helemaal niet meer.

De vereniging van parachutisten kreeg van staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu te horen dat het is gedaan met het springen boven Teuge. Het vliegveld Lelystad wordt uitgebreid en daarbij is gekozen voor een vliegroute over het vliegcentrum nabij Apeldoorn. Andere routes, bijvoorbeeld over de Veluwe, zouden groter nadeel opleveren dan de inkrimping van Teuge. De kleine kisten van de parachutespringers moeten wijken voor de wide bodies van Airbus en Boeing, die toeristen naar zonniger oorden transporteren; het stijgend vliegverkeer in zuidelijke richting.

Dat de staatssecretaris belooft op zoek te gaan naar een alternatieve locatie voor het paracentrum kan bij instructeur Smit op weinig vertrouwen rekenen. 'Andere locaties kunnen niet bieden wat Teuge biedt', zegt hij, terwijl zijn blik ronddwaalt door de loods waar opgevouwen parachutepacks stilletjes aan de muur hangen. 'Op veel kleine vliegvelden is de vlieghoogte al beperkt, zoals Hilversum en zelfs Arnemuiden. In Teuge kun je springen op 12 duizend voet (een kleine 4 kilometer, red.) en dat heeft een sportspringer nodig.'

Ook is er geen gelegenheid tot het landen van parachutisten vlak naast het vliegveld, zegt hij met een knikje naar de andere kant van de startbaan van asfalt. 'Dan moet je bijvoorbeeld landen op een half uur rijden van het vliegveld. Dus maak je op een dag minder sprongen. Bovendien heb je nergens in Nederland zo'n concentratie van kennis en kunde als hier.

Blauw gat

'Teuge is het centrum van de Nederlandse parachutesport, zegt directeur Simon Woerlee van het Paracentrum in clubbar De Wolk. Per jaar worden hier ruim 40 duizend sprongen gemaakt, ongeveer de helft van alle sprongen in Nederland. Op drukke dagen gaan de twee Cessna's van het Paracentrum die op Teuge staan dertig tot veertig keer omhoog. Op iedere vlucht gaan achttien mensen mee, voor een solosprong of duosprong met een instructeur.

Woerlee wijst op een van de foto's die onder een glasplaat op een bartafel liggen. 'Zie die witte tenten. Twee jaar geleden waren hier nog World Cup wedstrijden vrije val formatiespringen. Buitenlanders komen hier graag. Ze weten dat de organisatie goed is en dat onze piloten heel goed kunnen omgaan met wisselend weer. In Arizona of Australië hoef je nauwelijks na te denken over weersomstandigheden, hier gaan de piloten snel omhoog als ze een blauw gat in de wolken zien aankomen.'

Het einde van het springen op Teuge is een aderlating voor het vliegveld. Dat zal zich verder moeten bedruipen met de recreatie- en reclamevluchten die er ook plaatsvinden. Het is echter de vraag of de geschatte halvering van de omzet niet zal leiden tot het faillissement van het luchtvaartbedrijf. Met de springers verdwijnt ook omzet voor het onderhoudsbedrijf voor vliegtuigen op de luchthaven. En de bedrijfjes die afhankelijk zijn van de parachutisten, zoals waarschijn ook Skydive Supplies.

Eigenaar André Masurel verkoopt en onderhoudt materialen voor de springsport. 'Ik kan wel opdoeken', zegt hij. In maart van dit jaar nam hij het bedrijf over. 'Toen werd er nog volop gesproken over alternatieve routes voor uitvliegend verkeer van Lelystad. Over Teuge hoefden we ons geen zorgen te maken. En terecht: Nederland staat in de toptien van parachutespringen als het gaat om de wedstrijdsport. Haal je Teuge weg, dan haal je de bulk van de sprongen weg. En dus een streep door de wedstrijdsport.'

De gevolgen zullen zich ook doen voelen op de aan de landingsweide voor parachutisten gelegen camping 't Oegebos. Nergens zie je de valschermspringers beter neerkomen. Eigenaren Erik en Anja Veldwijk hebben net nog een vijver aangelegd als swoop pound, waarin parachutisten vlak voor hun landing met de voeten nog een spoor kunnen trekken over het wateroppervlak. Ze vrezen omzetverlies. Niet alleen zijn hun gasten cursist of gewoon liefhebber van de spectaculaire sport, ook een aantal instructeurs bivakkeert er in 's zomers in een caravan. Anja Veldwijk: 'Ik hoop dat het nieuwe kabinet Teuge alsnog zal redden.'

Directeur Woerlee van het Paracentrum beraadt zich nog op een laatste actie richting het ministerie. 'Nieuw onderzoek naar de alternatieve route die wij aandroegen bijvoorbeeld. Maar we rekenen ook op de critici in de Tweede Kamer die zeggen: zo gaan we niet om met sport en werkgelegenheid in Nederland, dit laten we niet gebeuren met de parachutewereld.'