Profiel 100 jaar Hoogovens

Nederlandse industrieën sneuvelden door Aziatische concurrentie – maar staal overleefde, net als Hoogovens

Andere industrieën in Nederland sneuvelden in de concurrentiestrijd met Azië. Maar staal overleefde, met Hoogovens dat donderdag zijn 100ste verjaardag viert.

Klassiek beeld van het staalbedrijf bij de Hoogovens, waar tegenwoordig veel hightech wordt gebruikt. Beeld Hollandse Hoogte

Voor de bouw van de nieuwe, hypermoderne, derde continugietmachine zijn alpinisten ingeschakeld die op tientallen meters hoogte de bevestigingen van de toekomstige kranen moeten controleren en duikers die ver onder het maaiveld fundamenten aanleggen.

Alles is groot bij het staalbedrijf in IJmuiden dat Tata Steel heet maar door iedereen in Noord-Holland nog Hoogovens wordt genoemd. Het heeft het grootste aaneengesloten bedrijfsterrein van Nederland, de grootste installaties, de grootste werkplaats en 100 kilometer eigen spoorweg waarop jaarlijks 25 miljoen ton aan goederen wordt vervoerd. Ter vergelijking: in heel Nederland gaat 40 miljoen ton aan goederen over het spoor.

Wie nu een staalbedrijf in Nederland zou willen vestigen, moet voor gek worden verklaard of anders van mismanagement worden beschuldigd. Het land is veel te overbevolkt voor een energievretende, zware industrie met een grote uitstoot van fijnstof. Nederland heeft geen ertsen en al een halve eeuw ook geen kolen meer – de grondstoffen die nodig zijn om staal te produceren. En geen eigen afzetmarkt. De belangrijkste klanten – de automobielindustrie en de verpakkingsindustrie – zitten in het buitenland. Alle producten moeten worden geëxporteerd, terwijl juist in deze sector overheden hun markt zo vaak afschermen.

De leerlingen werkplaats. Beeld Hoogovens

Toch heeft juist de staalindustrie overleefd, terwijl zoveel andere industrieën (Fokker, Stork, de personenautofabrieken van DAF en Ford, de grote scheepsbouw, de textiel, spoorwegbouw, papier, aluminium, de audio en video van Philips) ten onder gingen in de concurrentiestrijd met Azië. Hoogovens heeft zich moeten redden op een markt waar elke conjuncturele opleving leidde tot overproductie, terwijl de keuze van fusiepartners in de laatste vijftig jaar ongelukkig was. Zowel het samengaan met het Duitse Hoesch als British Steel was voor Hoogovens een strategische miskleun en een schip van bijleg.

Maar Hoogovens bestaat nog steeds. De toverwoorden zijn locatie, innovatie, no-nonsense, sociale cohesie en politieke handigheid.

Locatie: eigen haven

De beste beslissing die honderd jaar geleden werd genomen, was de vestiging op een stuk duingebied ten noorden van het Noordzeekanaal. Dat zou nu onbespreekbaar zijn, maar vlak na de Eerste Wereldoorlog had economische wederopbouw grotere prioriteit dan een rustplek voor broedvogels. De vier jaar durende blokkade had geleerd dat ook Nederland zelf staal moest gaan maken. De grote industriëlen van die tijd (Fentener van Vlissingen, Stork, Philips, Kröller en Wilton) sloegen de handen ineen met minister Treub van Economische Zaken.

De mijnbouwingenieur Henri Wenckenbach werd gevraagd het bedrijf op te richten. Er werd eerst gedacht aan een locatie in Limburg – dicht bij de kolenmijnen waar Wenckebach op dat moment werkte. Maar dat idee werd al snel van tafel geveegd, gezien het lot van de Belgische staalindustrie in de Borinage vooruitziend. Daarna werd getwijfeld tussen de Waalhaven in Rotterdam en een stuk ongerept gebied ten noorden van het Noordzeekanaal.

150 duizend ton

150 duizend ton is de vrachtcapaciteit van de gigantische erts- en kolentankers die in de eigen haven van Tata Steel hun vracht bijna in de fabrieken zelf kunnen storten.

Toen Hoogovens op 20 september 1918 werd opgericht stond de locatie nog niet vast, hoewel de bouwmaterialen al klaar lagen. Wenckebach koos IJmuiden. Historicus Reinout Rutte, mede-auteur van het jubileumboek Door Staal Gedreven, kan slechts de mogelijke overwegingen duiden. ‘De agrarische grond boven het Noordzeekanaal was goedkoper dan de industriële grond in Rotterdam. De bodem was hier steviger, wat tot het merkwaardige verschijnsel leidde dat de installaties hoger kwamen te staan dan bedoeld. En deze locatie was nog dichter bij de zee dan die in Rotterdam.’

Het was een gouden greep. Er kon een eigen haven worden aangelegd buiten de sluizen en er was voldoende ruimte voor uitbreiding tot een volledig geïntegreerd staalbedrijf. Wat nu Tata Steel heet, is een van de weinige staalbedrijven in Europa waar gigantische erts- en kolentankers van 150 duizend ton hun vracht bijna in de fabrieken zelf kunnen storten en de eindproducten weer op zeeschepen worden geladen.

Innovatie: nanotechnologie

Wie over het immense terrein fietst en de grauwe fabrieken ziet, het lawaai hoort, de geur ruikt en het stof voelt, denkt niet meteen aan hightech. ‘De echte hightech is hier verborgen’, zegt Matthijs Machielsen, die als plantenwetenschapper in Wageningen is afgestudeerd en zich hier bezighoudt met digitale innovatie. ‘Het zit in de data.’ De enorme installaties op het terrein worden gestuurd door nano-technologie die metingen maakt tot minder dan een duizendste van een millimeter of milligram.

Dat is niet altijd zo geavanceerd gegaan. Begin jaren tachtig riep FNV-bestuurder Hil Peperkamp dat ‘Hoogovens eens zou moeten stoppen alleen pispottenstaal te maken’. En begin jaren negentig was een masterplan nodig om het bedrijf op het technologisch niveau van British Steel en Thyssen te brengen. Historicus Reinout Rutte zegt dat de innovatieslag eigenlijk pas begon na de ontvlechting van Estel – de fusie met het Duitse Hoesch – in 1981. ‘Tot dan toe was de gedachte dat Hoogovens aan zee halffabricaten zou maken die in Duitsland dicht bij de klant zouden worden verwerkt tot eindproducten. Toen Hoogovens op eigen benen kwam te staan, moest het zelf eindproducten maken en die wereldwijd verkopen. Daarna is een enorme slag gemaakt met de productie van hoogwaardig staal en beklede producten. Ik durf te zeggen dat Hoogovens zonder die innovatieslag niet meer had bestaan.’

Pieter Broersen is projectmanager bij Hisarna: een nieuwe experimentele hoogoven die allerlei tussenstappen in het productieproces moet uitbannen en de C02-uitstoot minimaal moet halveren. Deze fabriek, die nu nog maar 80ton ijzer per week maakt, zal een technologische revolutie in staal veroorzaken. Hoogovens hoopt de concurrentie daarmee voor te zijn.

Controle in de sorteerhal. Beeld Hoogovens

No-nonsense: grijze muizen

Behalve in de jaren zestig, toen er stoute plannen waren om een tweede hoogovenbedrijf op de Maasvlakte te vestigen, is het bedrijf nooit overambitieus geweest. Hoogovens is altijd geleid door praktische ingenieurs die de mouwen opstroopten. Het waren geen visionairs zoals Frans Swarttouw van Fokker die zich verslikte in het ontwikkelen van twee nieuwe vliegtuigen tegelijkertijd. De topmannen bij het staalbedrijf – van Jan Hooglandt en Maarten van Veen in de jaren tachtig en negentig tot de huidige bazen Theo Henrar en Hans Fischer – staan bekend als tamelijk grijze muizen. Dat beeld koesteren ze.

Volgens Govert Kockelkoren, directeur bij de walserijen, heeft het bedrijf nooit een echt overcapaciteitsprobleem gehad, ondanks periodes van werktijdverkorting voor een deel van het personeel. ‘Er zijn geen fabrieken neergezet die door een economische inzinking, ineens overbodig waren. Alles wordt benut. Als je in een kapitaalintensieve industrie een fabriek voor 1 miljard dollar neerzet die niet wordt gebruikt, is dat de nagel aan de doodskist.’

25 miljoen ton

25 miljoen ton aan goederen wordt over de eigen spoorweg van de Hoogovens vervoerd. Ter vergelijking: in heel Nederland gaat 40miljoen ton aan goederen over het spoor.

Politieke handigheid: één front

‘Als Schiphol zou worden verplaatst, slaakt de omgeving een zucht van verlichting. Als Hoogovens zou worden verplaatst, komt de omgeving in opstand’, zegt burgemeester Martijn Smit van Beverwijk, een van de drie gemeenten – de andere zijn Velsen en Heemskerk – waarover het grondgebied van het staalbedrijf zich uitstrekt. Voor het voortbestaan van Hoogovens is de samenwerking met de omgeving van cruciaal belang geweest. Hoogovens deed veel voor de gemeenten – het bouwde zelf de huizen als er geen onderdak was voor nieuwe werknemers – en de gemeenten deden veel voor de belangrijkste werkgever in hun gebied. Soms werd er even gemopperd, maar meestal vormden de gemeenten een front met Hoogovens. Ook de relaties met de provincie en de rijksoverheid zijn in de honderdjarige geschiedenis uitstekend geweest. Zowel de staat als de gemeente Amsterdam was lange tijd grootaandeelhouder. Nadat Hoogovens berooid uit de fusie met Hoesch tevoorschijn was gekomen, trok het kabinet van Bestek ’81 toch een keer de knip open. Toen de fusie met ThyssenKrupp ter sprake kwam, reisde minister Kamp onmiddellijk naar Mumbai om van de top van Tata Steel een garantie te krijgen dat het hoofdkantoor in Nederland zou worden gevestigd.

Productgerichtheid: flexibiliteit

‘Het staalbedrijf in IJmuiden is productgericht. Het wil het beste product maken’, zegt Matthijs Machielsen. Hij werkte eerder bij Heineken en Philips, waar juist het accent ligt op marketing. Tata kan staal op breedtes en in diktes leveren die niemand anders kan maken. Flexibiliteit kenmerkt het bedrijf ook. Het heeft één geïntegreerde fabriek die producten maakt voor veel verschillende doeleinden: blik, constructiestaal en automotive. Maar daarin zijn verschillende diktes en sterktes. Voor klanten als Volvo levert het staalbedrijf het volledige pakket: voorklep, achterklep en constructie. Nadat president Trump begin dit jaar een importheffing op staal imvoerde, kwam batterijproducent Duracell meteen in opstand. Alleen IJmuiden kan het staal leveren dat dun genoeg is om batterijen te bekleden en er ook voor zorgen dat ze niet gaan lekken.

Ellen van der Aa, die metaalkunde in Delft studeerde, zegt gegrepen te zijn door de passie en verbetercultuur in het bedrijf. Zij doet als metallurg onderzoek om staalsoorten sterker te maken zonder dat het ten koste gaat van de vervormbaarheid. ‘Toen ik afstudeerde, wilde ik eigenlijk niet in de metaalindustrie werken. Maar na één gesprek wist ik dat ik juist hier daadwerkelijk iets kon doen aan kwaliteitsverbetering.’

Staaf en draadwals. Beeld Hoogovens

Sociale cohesie: maand feest

Koning Willem-Alexander opent donderdag een maand van festiviteiten bij het bedrijf. Dat niet alleen de koning en het topmanagement feest mogen vieren, maar 40 duizend werknemers, ex-werknemers en buren, tekent de gemeenschapszin.

Hoogovens is meestal een warm bad voor het personeel geweest. Vroeger werd wel gesproken van een sociaal paradijs. Hoogovens liep voor op de rest van de industrie met werktijden en lonen. De cao’s die bij Hoogovens werden afgesloten, zetten de trend voor de rest van de industrie.

Hoogovens had eigen sportclubs en muziekvereniging en zelfs eigen winkels. In plaats van bij reorganisaties mensen gedwongen buiten de poort te zetten, vloeide het grootste deel af via allerlei riante regelingen zoals de SOP voor 55-plussers. Alleen begin jaren negentig moesten mensen gedwongen afscheid nemen. Voor de rest is de afslanking van 27 duizend naar 9 duizend mensen via natuurlijk verloop gegaan.

Geen bedrijf staat zo model voor het poldermodel als Hoogovens. Alleen bij het staalbedrijf in IJmuiden konden directeuren, die namens de werkgever met de bonden over de cao’s moesten onderhandelen, ook zelf lid zijn van de bond. Zelfs de Berghuisjes uit Beverwijk, die als links-radicale vakbondsbestuurders zo vaak de degens kruisten met het bedrijf, zeiden in Dagblad Kennemerland ‘trots te zijn op hun Hoogovens’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.