Nederlandse houtzagers beteren hun leven

De houtzagerij van de gebroeders Reef in Kameroen werd door Greenpeace op het foute lijstje geplaatst, waarop de broers besloten hun leven te beteren.

Van onze verslaggeefster Wil Thijssen

Hij mist zijn linkerpink. Zijn ringvinger buigt de verkeerde kant op en zijn linkermiddelvinger heeft een piramidevorm sinds er een te breed, plastic gewricht in is genaaid.

Paul Reef verloor zijn vingers in 1982, hij was toen 20 jaar, in een zaagmachine van zijn vader. Hij is gepokt en gemazeld in de houtkapindustrie. Dat ging met vallen en opstaan.

‘De dokter zei eens tegen mijn moeder: Ik zie jouw jongens nooit, behalve als ik iets moet hechten.’

De multinational Reef Hout, marktleider in hardhout voor de Nederlandse grond-, weg- en waterbouw, wordt gerund door twee Twentenaren, Paul en zijn broer Herbert Reef. Hun opa begon in 1926 een wagenmakerij, hun vader Henry zaagde hout voor boeren in de buurt. Toen tropisch hardhout eind jaren zestig de Nederlandse markt veroverde, ging vader Reef noodgedwongen handelen in houtsoorten als bangkirai uit Indonesië en doussie uit Kameroen.

In 1987 kwam Paul voor het eerst in Kameroen, in loondienst bij een Duits bosbouwbedrijf, om het vak te leren. In 1993 werden de broers eigenaar van het bedrijf van hun vader. In Afrika gingen ze op zoek naar leveranciers, en namen ze een zagerij met tachtig zagers over in de havenstad Douala.

Zo breidden Paul en Herbert Reef het bedrijf gestaag uit tot multinational met kapvergunningen in Kameroen, houtimport uit Brazilië, Guyana en Zuid-Afrika en klanten op bijna alle continenten. De omzet groeide van 2,3 miljoen gulden naar 100 miljoen euro, het personeelsbestand van twintig naar veertienhonderd mensen.

In Zuidwest-Kameroen, aan de rand van Douala, ligt een van de houtzagerijen, een omheinde zandvlakte waarop open loodsen, bandzaagmachines, een slijperij, een schaverij, vier houtdroogkamers en een gastenverblijf staan.

Paul Reef verblijft er grote delen van het jaar. Het personeel draagt veiligheidsschoenen en brillen, feloranje overalls en gehoorbeschermers tegen de herrie van het schuren, slijpen, de heftrucks en het gesnerp van de zagen. Het ruikt er naar versgezaagd, vochtig hout.

‘Hier staat de kredietcrisis’, wijst Paul Reef. In een hoek op het terrein, dat is omzoomd met palm- en bananenbomen, ligt 1.000 kuub planken en balken op pallets verpakt. ‘Dat zijn geannuleerde orders voor Engeland, Frankrijk en de VS. Daar ligt de houtmarkt helemaal op z’n gat. Ik vrees dat dit pas het begin is.’

De kredietcrisis weegt nauwelijks op tegen de ‘ramp’ die Reef Hout in 2003 overkwam, vertelt de directeur. Hij was in Nederland op een begrafenis en hoorde nieuws dat hem minstens zo erg aangreep: Greenpeace maakte kabaal over de manier waarop Reef Hout in Kameroen bomen kapte – dat zou in gebieden buiten de vergunning gebeuren. Ook beloften aan de lokale bevolking zouden niet zijn nagekomen. Heel Nederland kreeg het via de pers te horen: ‘Overheid gebruikt fout hout.’

Van de twintig aanklachten kon het bedrijf er zestien weerleggen.

De broers gingen met Greenpeace in gesprek en veranderden hun bedrijfsvoering: alles was erop gericht een FSC-certificaat te krijgen voor verantwoord bosbeheer. Ze werden medeoprichter van de stichting Goed Hout, die later opging in FSC Nederland.

‘Het waren beginnersfouten’, zegt Paul Reef. ‘Ik liep eens met mijn broer door het bos, we schaamden ons dood, en ik zei: Als we die certificering niet krijgen, stoppen we ermee.’ Het lukte. Vorig jaar ging de champagne open: het hout uit en van hun vier bossen in Kameroen is gecertificeerd.

De broers lieten de bossen in kaart brengen (planten, dieren, de mensen en hun culturen), stelden sociologen aan die de communicatie met de lokale bevolking begeleiden, geven kapcursussen waardoor de schade aan het bos beperkt blijft en richtten de stichting De Groene Bron op, waarmee varkenshoederijen, papayaplantages en ziekenhuizen zijn opgezet. Ook verstrekt de stichting condooms om aidsbesmetting te bestrijden.

‘Ik kan me voorstellen dat mensen die nooit in onze bossen zijn geweest, sceptisch tegen boomkap aankijken’, zegt de directeur.

‘Velen denken: daar verdwijnt een voetbalveld bos per dag. Maar kap één woudreus, en je krijgt er tien voor terug. Ze nemen het licht weg van de stammen die eronder staan. We kappen hooguit 15 kuub per hectare. Een boom van 1 meter doorsnee is al 12 kuub, dus één boom per hectare is vaak genoeg.’

De broers passen de strenge FSC-regels ook toe in hun andere bossen (in totaal 400 duizend hectare), en hopen ook daar, nog voor het eind van dit jaar, het keurmerk te krijgen. ‘Het probleem met Greenpeace heeft ons in een stroomversnelling gebracht’, zegt Paul Reef. ‘Zij willen mensen wakker trappen. Nou, wij zijn goed wakker geworden. Goeiemorgen zeg! Mijn broer zegt altijd: Ik wil later met mijn kleinkinderen door mijn eigen bos lopen zonder dat ik daar kale plekken in zie.’ Stellig: ‘En dat gaat zéker lukken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden