Nederlandse coach als exportproduct

Nederlandse trainers zijn gewild in het buitenland. Bijna honderd voetbaltrainers zijn op dit moment werkzaam buiten de landsgrenzen en ook in andere sporten wordt de expertise van Nederlanders ingeroepen....

Zijn zelf geformuleerde slotvraag geeft goed inzicht in de kwestie. Want waarom worden toch - wereldwijd - al die coaches gevraagd naar het buitenland te komen, vraagt Charles van Commenée zich af. 'En waarom geen biomechanici? Of mentale begeleiders?'

Omdat, zo geeft hij zelf het antwoord, 'de coaching een directe invloed heeft op de prestatie. De coach zit op een vitale positie. Hij is de belangrijkste man bij een club of een bond. Zonder topcoach geen topprestatie.'

Dat beseffen al die bonden, topclubs en olympische comités met hun grote ambities. Maar bovenal is er het praktische, kostentechnische aspect. 'Of je brengt de sporters naar de coach. Of je brengt de coach naar de sporters. Meer smaken zijn er niet. Dan neem je de meest praktische.'

De Nederlandse sportcoach is geliefd in het buitenland. Bert Sitters: 'Ik ging in 1967 al naar Spanje, naar Sabadell. Ik kwam er mede op voorspraak van andere Nederlanders, als Cor Braasem en Kees Oudegeest. Bij de toptien van Spaanse zwemclubs zaten zeven Nederlanders.'

Van Commenée: 'Toen ik in Groot-Brittannië werd gevraagd, een land waar atletiek veel voorstelt, was ik slechts een atletiektrainer uit Nederland. We zijn misschien een schaatsland, maar zeker geen atletiekland. Ik was een witte raaf. Het zou hetzelfde zijn als we in Nederland een schaatscoach uit Timboektoe contracteren.'

Nederlanders hebben kwaliteiten, maar die vloeien zeker niet voort uit hun geweldige opleiding of hun hooggewaardeerde deskundigheid. Sitters en Van Commenée hebben alle twee de Academie voor Lichamelijke Opvoeding gedaan. Van Commenée; 'Maar met de kennis die daar wordt verworven, een beetje basis fysiologie, krijg je echt geen zwemmer in de olympische finale.'

Sitters: 'Toen ik begon in Spanje, waren wij Nederlanders misschien net wat drammeriger en serieuzer dan hun eigen coaches. Ik kreeg het plan er doorheen om vijf weken van tevoren naar de Zomerspelen van Mexico in 1968 af te reizen. Een Spanjaard is niet graag van huis. Maar ze namen het van me aan, omdat ik een buitenlander was.'

Van Commenée: 'Het was voor mij een verrijking in Birmingham met Australiërs te mogen werken. Die hebben werkelijk grote kennis van topsport. Wij Nederlanders hebben nu eenmaal geen gedegen coachopleiding, geen Sporthochschule.'

De Nederlanders hebben, erkennen ze, het voordeel van hun taalgevoeligheid. Sitters: 'De eerste drie maanden in Spanje waren lastig. Zij beheersen geen andere talen. Terwijl je voor de finesses van coaching de taal goed moet kunnen spreken. Niet alleen weten wat vogels zijn, maar ook spreeuwen en eksters kunnen benoemen.'

Van Commenée: 'Je kunt als coach niet het beste uit pakweg een Fransman halen, als je geen persoonlijk gesprek in zijn taal kunt voeren, over een teleurstelling of een strijdplan. Coachen is communicatie.'

Een onverwacht voordeel van de Nederlandse coach in het buitenland is zijn directheid. Van Commenée: 'Zeggen waar het op staat. Dat is ook de taal van de topsport. Dat directe kennen ze niet in Groot-Brittannië. Ik heb daar de hogeschool van de diplomatie doorlopen. Maar onze stijl voegt iets toe. Die is confronterend. Dat is het ook als je met acht man in de startblokken plaatsneemt.'

Sitters: 'Ik wilde in Spanje direct met mijn werk beginnen. Maar ik moest eerst langs de raad van ereleden. Die waren belangrijker. Zo werkt het daar.'

De Nederlander is een ambachtelijke coach. Van Commenée: 'De Nederlandse trainer onderscheidt zich vaak door zijn kijk op techniek en tactiek. Hij ziet in één oogopslag hoe de opponent zich opstelt bij volleybal of hockey. Dat is heel Nederlands.'

Nederlanders worden niet gevraagd om de status van het land als toptiennatie in de mondiale olympische sport. Van Commenée: 'Dat we zulke goed hockeyresultaten boeken of goede roeiers afleveren, dat telt toch niet in de atletiek? Ja, als we bij elke Spelen vier gouden atletiekmedailles binnenhalen, dan stonden ze voor ons in de rij. Nu gaat het om je persoonlijke resultaat.

'De Britse meerkampster Denise Lewis zei tegen mij: als jij iemand als Sharon Jaklofsky (Australische pupil van Van Commenée) 6.75 kunt laten springen, dan haal ik de 7 meter. Zo ging dat.'

Sitters: 'Nederlandse zwemtrainers zijn wel veel gevraagd. Jacco Verhaeren, de coach van Pieter van den Hoogenband, moet tal van aanbiedingen hebben gehad. Ik had het heel goed gevonden als hij die stap eens had gemaakt. Ik was bij hem met de technisch directeur van de Spaanse bond. Hij vond Verhaeren te weinig ondernemer. Toen is het Wildeboer geworden.'

Van Commenée: 'Jacco Verhaeren is in mijn ogen genoeg over de grens geweest. Die heeft zijn netwerk wel opgebouwd.'

Sitters: 'Naar het buitenland ga je voor het avontuur.'

Van Commenée: 'Je moet in dit vak een groot risiconemer zijn. Als je kiest voor het risicovolle bestaan van coach, met je hoofd op het hakblok, dan kies je ook makkelijker voor de stap naar een vreemde omgeving.'

Sitters: 'Een land als Spanje bied je ook veel om voor te kiezen. In Polen of Bulgarije had ik het niet zo lang uitgehouden. En Canada was me te ver.'

Van Commenée: 'Engeland is voor 80 procent een bedompt land. Daar kies je niet voor om te blijven wonen.'

Sitters: 'Toen ik daadwerkelijk op mijn hotelkamertje zat en dat contract moest tekenen, dacht ik: dit is wel een grote-mensenstap.'

Van Commenée: 'Ik raakte de eerste avond de weg naar mijn hotel kwijt, één kilometer verderop. Het regende, het was donker en ik moest links rijden. Ik dacht: waar ben ik mee bezig.'

Ze hebben veel geleerd in het buitenland. Van Commenée: 'Als je om tafel gaat zitten voor een onderhandeling met olympische kampioenen Linford Christie en Daley Thompson, dan zijn alle gesprekken in Nederland natuurlijk een koekie.'

Sitters: 'Ruzie maken, of dingen nooit zeggen. Ik heb het afgeleerd in Spanje. Het valt altijd uit te praten.'

Van Commenée: 'Ik kreeg daar ook respect. Ik was coach van een Britse olympische kampioene. Al maak je er vijf kampioen in Nederland, dan zeggen ze nog: wie ben jij om me dit te vertellen? In Engeland krijg je dingen gemakkelijk gedaan. In Nederland moet je je elke week bewijzen.'

Toch kwamen ze terug. Van Commenée: 'Iedereen komt uiteindelijk terug. Ook Australiërs heb ik na tien jaar zien terugkeren.'

Als technisch directeur van NOC*NSF zal Van Commenée geen uittocht bevorderen. 'Maar als ik drie goede waterpolocoaches heb en twee plekken bij de bond, dan zeg ik tegen die derde: ga jij even in het buitenland een frisse neus halen. Ze komen rijper terug. Het is ook nodig. Want iedere coach heeft een houdbaarheidsdatum. Anders ben je op je veertigste uitgekakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden