ANALYSE

Nederlandse baby heeft meer bezit dan schuld

Regelmatig wordt de staatsschuld afgeschilderd als bedreiging voor ons en vooral onze kinderen. Maar is het echt zo erg dat we niet voldoen aan de door Europa gestelde norm?

Beeld Javier Muñoz

Mark Rutte is 83 jaar oud en zijn haardos duifgrijs als eindelijk is gelukt wat zijn VVD zo graag wil: de Nederlandse staatsschuld is in het jaar 2050 tot 60 procent van het bbp gezakt, de door de eurolanden afgesproken grens voor een houdbare staatsschuld. Tenminste, als de geraamde economische cijfers ook in de jaren erna doorzetten.

En zo ongunstig zijn deze cijfers niet eens: de Europese Commissie raamt voor 2015 het primaire begrotingstekort (dus zonder de rentebetalingen) op 0,7 procent. Met de rente erbij komt dat neer op een tekort van 2,1 procent, ruim binnen de Europese grens van 3 procent. De geraamde reële groei van het bbp is met 1,4 procent behoorlijk. En de rente op langlopende staatsleningen met 1,1 procent juist laag. En zelfs dan duurt het nog 35 jaar om een schamele 10 procentpunt van de staatsschuld af te halen.

Bovenstaand scenario is een van de drie scenario's die de Volkskrant heeft berekend (zie kader) om te laten zien hoe lang het duurt voordat de Nederlandse staatsschuld aan de 60 procentnorm voldoet. De scenario's zijn natuurlijk hogelijk virtueel, niet in de laatste plaats omdat niemand weet hoe snel of traag de economie in het jaar 2033 zal groeien, of hoe hoog de inflatie is in 2046. Misschien stuiten geologen volgend jaar, diep onder de gazonnen van paleis Huis ten Bosch, wel op een omvangrijk olieveld, misschien leggen toverfeeën volgend jaar een envelop met meer dan 27 duizend euro onder de kussens van alle Nederlanders, waarmee we in één klap de staatsschuld (volgend jaar 467 miljard euro) kunnen afbetalen.

De scenario's tonen wel dat het zelfs voor Nederland, met een relatief bescheiden staatsschuld van tegen de 70 procent, nog jaren, of zelfs generaties kan duren voordat die naar de 60 procent is gezakt.

In sommige scenario's gebeurt dat zelfs helemaal niet. Wat te denken dan van Griekenland, dat eind vorig jaar een staatsschuld had van 176 procent van het bbp? Zelfs als de Griekse economie weer even snel gaat groeien als in de periode 2000-2007 (gemiddeld 4,1 procent reële groei per jaar), de rente terugzakt naar het behapbare peil van toen, de Grieken een gezonde inflatie van gemiddeld 2 procent halen (in plaats van de forse deflatie van nu) én de Griekse overheid dan ook nog eens zonder met de cijfers te sjoemelen elk jaar netjes een primair begrotingsevenwicht bereikt, dan nog duurt het tot begin jaren tachtig van deze eeuw voordat de Griekse staatsschuld naar de 60 procent is gezakt. Oftewel bijna zeven keer de duur van de Trojaanse Oorlog. Syriza-leider Alexis Tsipras, deze week aangetreden als premier, is dan 107 jaar.

Gering realiteitsgehalte

Volgens de Europese afspraken moeten lidstaten aan de verkeerde kant van de 60 procent hun schuld binnen twintig jaar onder de limiet brengen. 'Het is duidelijk dat Italië niet gemakkelijk aan deze eis kan en zal voldoen', zegt Flip de Kam, emeritus hoogleraar overheidsfinanciën. 'En Griekenland kan niet zonder (verdere) schuldverzachting.' Het is, 'gezien het geringe realiteitsgehalte' van de 60 procentnorm, geen toeval dat de Europese Commissie in haar documenten en aanbevelingen tot nu toe nauwelijks aandacht aan deze norm besteedt, denkt De Kam.

Hoe zinvol is de 60 procentnorm eigenlijk? Het getal is gebaseerd op een rekensom. Als het begrotingstekort maximaal 3 procent is en de economie elk jaar met 5 procent groeit (inclusief inflatie, dus bijvoorbeeld 3 procent reële bbp-groei plus 2 procent inflatie), dan neigt de staatsschuld naar 60 procent van het bbp. Drie gedeeld door vijf is immers 0,6, oftewel 60 procent.

Maar deze Europese afspraak gaat uit van de rooskleurige aanname dat onze economie structureel met 5 procent per jaar groeit. De Kam: '3 procent reële groei van het bbp, dat halen we niet meer. Bij realistischer uitgangspunten - bijvoorbeeld 1 à 2 procent inflatie plus 1 procent volumegroei van het bbp - zou volgens de Europese begrotingslogica de schuldquote in de bandbreedte van 100 tot 150 procent mogen liggen, in plaats van 60 procent.' Hier is weinig op tegen, zegt De Kam, zolang de rente relatief laag is.

Tegelijkertijd is het wel nuttig om in ieder geval een grens te stellen, zegt Harrie Verbon, hoogleraar openbare financiën aan de universiteit van Tilburg. Als de staatsschuld eenmaal boven een kritieke drempel stijgt, wordt het steeds moeilijker om de schuld nog te temmen. Dat is helemaal het geval als de rente op staatsschulden (die voor Nederland nu historisch laag is) ook gaat oplopen. Een staatsschuld boven de 60 procent geeft een signaal aan de overheid dat het begrotingssaldo moet verbeteren. 'De overheid zal dus moeten bezuinigen of de belastingen laten toenemen', aldus Verbon.

Zeker is dat de Nederlandse staatsschuld zelden aan het Europese ideaal heeft voldaan. 'De staatsschuld is voor Nederland eigenlijk nooit een groot probleem geweest, en dat terwijl de schuld zelden onder de 60 procent is gezakt', constateert Steven Brakman, hoogleraar internationale economie in Groningen. 'Tijdens grote delen van de negentiende eeuw en ook na de Tweede Wereldoorlog was de staatsschuld zelfs hoger dan 200 procent. Waarom zouden we dan nu de dwangbuis aantrekken van de 60 procent? We zijn er sinds 1800 allemaal op vooruitgegaan, hoewel de staatsschuld zelden aan de huidige normen voldeed.'

Nachtwacht

Brakman: 'De VVD komt in verkiezingstijd vaak aan met de frase dat elke baby wordt geboren met een schuld. Maar als je eerlijk bent, wordt diezelfde baby ook geboren met een vordering, een aanspraak op de schuld. Want de staatsschuld is ergens, bijvoorbeeld bij pensioenfondsen, die Nederlandse of buitenlandse staatsobligaties kopen. De last van de staatsschuld zit hem in het feit dat er rente over moet worden betaald, maar dat is niet zozeer een last voor toekomstige generaties, maar vooral voor de huidige generatie.' Bovendien staan tegenover de Nederlandse staatsschuld niet alleen de pensioenreserves van ongeveer 1.200 miljard euro, maar ook staatsbezittingen (denk aan dijken, wegen, aardgas, de Nachtwacht, etc.) die meer dan 300 miljard euro hoger zijn dan de staatsschuld. Een baby wordt in Nederland dus geboren met meer bezit dan schulden.

Brakman pleit er niet voor om de staatsschuld maar ongeremd te laten toenemen. De cruciale vraag is: wat doet de overheid met het geleende geld? 'De regering kan elke Nederlander 1.000 euro geven om op vakantie te gaan: dat lijkt me geen goed idee. Maar als wij investeren in goede dijken, wegen, scholen en ziekenhuizen draagt dat allemaal bij aan onze productiviteit. Iedereen heeft het altijd over schulden aan ons nageslacht, maar toekomstige generaties hebben ook een verplichting aan ons. Want als ze omkijken, zien ze dat wij een prachtige samenleving hebben opgebouwd.'

60 procentnorm: drie scenario's

1. Niet reëel: bbp-groei hoger dan rente
In scenario 1 zetten de CPB-ramingen voor 2015 door in de jaren erna. Het verschil tussen de zwarte en de bruine lijn is het overheidssaldo (exclusief rentebetalingen): in de zwarte lijn is er een begrotingstekort van min 0,7 procent (het geraamde cijfer voor 2015), in de bruine bedraagt het saldo 0. In het zwarte scenario is de staatsschuld in 2050 tot 60 procent gezakt, in het bruine gebeurt dit al in 2028. Onrealistisch aan het scenario is dat de bbp-groei met 2,6 procent (inflatie plus reële groei) structureel hoger is dan de rente, zegt Verbon. 'Het is een zeldzaamheid dat de groei van de economie hoger is dan de rente'.

2. Resultaten uit het verleden...
Scenario 2 gaat uit van gemiddelden uit het recente verleden, zonder de crisisjaren na 2008. Optimistisch, want het is twijfelachtig of een groei van 2,8 procent per jaar (het gemiddelde van 1995-2008) haalbaar is. Die was deels te danken aan de stijgende arbeidsparticipatie van vrouwen. Bovendien groeit de bevolking nu iets minder hard. In het zwarte scenario heeft de overheid een primair begrotingsevenwicht, in het bruine zelfs een surplus van 1,4 procent. In het zwarte scenario voldoet Nederland in 2025 aan de 60 procentnorm, in het zwarte al in 2019 en is in 2054 zelfs de hele staatsschuld afbetaald.

3. Geen groei, dus keihard bezuinigen
Wat als de economie niet meer groeit? In dit scenario is de gemiddelde groei van het bbp 0. De inflatie en rente verkeren op het niveau van 2013. Het primaire overheidssaldo is in het zwarte scenario min 1, in het bruine 0. Omdat er geen extra belastinginkomsten zijn, zal de overheid vooral voor het bruine scenario streng moeten bezuinigen. Desondanks blijft de staatsschuld stijgen. Als de overheid de teugels nog strakker zou aantrekken en elk jaar een begrotingsevenwicht (incl. betaalde rente) zou halen, zou in 2028 de 60 procentnorm worden gehaald. Daarvoor zou de staat wel elk jaar zo'n 9 miljard euro moeten bezuinigen.

De scenario's zijn gemaakt met een speciaal rekenprogramma van het Centraal Planbureau, met dank aan CPB-economen Wim Suyker en Peter Dekker. Het CPB heeft een tool voor wie zelf betere scenario's denkt te kunnen maken: zelf rekenen aan de Europese overheidsschuld

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden