REPORTAGE

Nederlands praten in Casablanca

Reportage: Marokkaanse Nederlanders aan de slag in Marokko

Kotsmisselijk werd Nyati van de sfeer in Venlo en waagde de sprong naar het land van zijn ouders. In het callcenter CBis.com hebben ze Nederlandstaligen hard nodig.

Bilal Nyati bij het gebouw van CBis.com in Casablanca Beeld Twan van Lieshout

De een was het helemaal zat om in Nederland scheef te worden aangekeken als moslim. Een ander werd het land uitgezet omdat hij crimineel was. Een derde was gewoon op zoek naar werk.

Zo schetst Zakarias Ouarigly (35) zijn mensen. Hij is personeelsmanager bij het callcenter CBis.com, gevestigd in Casablanca. Eén op de drie werknemers neemt er de telefoon op in het Nederlands. Ze worden gebeld door klanten van Belgische bedrijven: telefoonmaatschappijen als Ortel, BASE Company en Scarlet, of de betaaldienst Worldline.

Ouarigly kent zo al tien bedrijven met Nederlandstaligen in Casablanca, een handvol in Tanger en dan nog een paar in Fes en Rabat. Al met al moeten tientallen bedrijven in Marokko werken met Nederlandstalig personeel.

Voor die bedrijven is het goedkoper om het telefoonwerk in Marokko te laten doen. En voor veel Marokkaanse Nederlanders is het een uitkomst: een baan in Marokko waarbij geen Arabisch of Frans is vereist, maar Nederlands.

Beeld Twan van Lieshout

Bilal Nyati (26) zag een filmpje op internet waarin CBis.com personeel wierf. Hij deed uitgebreid navraag voordat hij naar Marokko vertrok. 'Het is toch het buitenland', zegt hij, geboren en getogen in Venlo. Nyati besloot de sprong te wagen. 'Ik werd kotsmisselijk van Nederland', zegt hij. 'Er wordt in Nederland voortdurend met het vingertje gewezen. Naar wie moslim is, Marokkaan of donker. Ik heb alle drie de handicaps. Mensen in Nederland vinden zich o zo vrij, o zo democratisch. En ondertussen doen ze alleen maar aan hokjesdenken. Ik voelde me er niet gerespecteerd.'

Hij ziet er modern uit, met een hoedje, een riem met glimmende stenen erop. Nyati had grootse plannen voor een eigen bedrijf in Nederland. Hij werkte in de schoonmaak en in een restaurant, zodat hij een ruimte kon huren in het World Fashion Center in Amsterdam. Daar zou hij klanten ontvangen - hij deed aan positiviteitsworkshops, organiseerde evenementen, wilde filmpjes opnemen. 'Maar ik kreeg steeds vieze blikken van de buren', zegt Nyati. Hij zag ze denken: dat deugt niet, een Marokkaan in zo'n duur kantoor.

Bilal Nyati bij het gebouw van CBis.com in Casablanca Beeld Twan van Lieshout

Het zit Nyati hoog. 'Ik heb een vriendin die manager was bij het waterschap. Toen ze een hoofddoek begon te dragen, werd ze weggepest. Je mag in Nederland niet vrijuit zeggen wat je denkt als moslim. Alsof er onder een hoofddoek geen hersenen zitten, of onder een baard.' Bij het callcenter hoeft niemand zich ervoor te schamen dat hij moslim is. Er zijn jongens met volle baarden. De meeste vrouwen dragen een hoofddoek. In de kantine hangt een briefje: 'Ook de veiligheid en integriteit van personen die niet vasten dienen gewaarborgd te worden tijdens de ramadan.' Toch is er niemand die eet. Het enige aanwezige voedsel ligt in een grote kist: bedoeld voor een meisjesweeshuis, zodat daar 's avonds ook een uitgebreide maaltijd op tafel komt.

Dalila Abaouz (18) leest in de kantine de Koran, gestoken in een felroze kaft. 'Ik doen een challenge', zegt ze. Ze wil tijdens deze ramadan de Koran uitlezen. Abaouz draagt een weelderige, lichtgroene hoofddoek. Zij verblijft een jaar in Marokko om de cultuur en de traditionele kleding beter te leren kennen. 'Alles moet maar modern', zegt ze. 'Hier hoor je ook steeds meer Frans in plaats van Berbers. Maar ik vind dat onze cultuur in ere moet blijven.'

Na dit jaar is Abaouz van plan een studie fashion design te beginnen in Nederland. 'Soms denk ik dat mijn toekomst niet in Nederland ligt, maar andere keren wil ik juist in Nederland blijven', zegt ze. Ze vertelt hoe ze onlangs een man ontmoette die begon over moslims en terroristen. 'Ik wil van het negatieve het positieve maken', zegt Abaouz. 'We kregen een leuk gesprek. Hij zei: jij bent een voorbeeldmoslima. Dat vind ik leuk om te horen. Dan denk ik: misschien moet ik deze kant van moslims in Nederland laten zien.'

Er zijn ook callcentermedewerkers die helemaal niet weg wilden uit Nederland. Die uitgezette crimineel is personeelsmanager Zakarias Ouarigly zelf. 'Ik was een gevaar voor de maatschappij', zegt hij vrolijk. 'Ik zat bij de maffia. In de drugshandel. Ik kwam in de gevangenis. Toen kreeg ik te horen: we zetten je uit. Ik vond het eerst niet te geloven. Wat ga ik in Marokko doen? Al 25 jaar woonde ik in Nederland. Ik had een Nederlands paspoort kunnen hebben, maar ik kon ook overal heen met een verblijfsvergunning, dus ik heb dat nooit aangevraagd.'

Twee jaar verzette Ouarigly zich tegen zijn uitzetting. 'Ik heb zo'n spijt dat ik al mijn geld heb verspild aan rechtszaken', zegt hij nu in de kantine van het callcenter.

'Ik zeg je, mijn uitzetting is het beste dat me is overkomen. Sinds ik hier ben, ben ik rustig. Ik in een kantoor: dat had ik in Nederland nooit bereikt.' Hij is nog steeds niet geïntegreerd, zegt Ouarigly met een lach. 'We zijn na het werk gezellig met elkaar.'

De Marokkaanse Nederlanders zoeken elkaar op. Ze zijn anders, vinden ze. Zij houden zich wel aan afspraken, in tegenstelling tot de Marokkanen. En ze zijn direct.

In Casablanca behoren ze met z'n allen ineens tot de bovenklasse. Ze kunnen een mooi appartement huren, elke dag uit eten en met de taxi. Het callcenter zit in wat de 'Golden Triangle' heet: er zijn westerse modezaken en Franse koffietentjes.

Dalila Abaouz (L) en Zakarias Ouarigly. Beeld Twan van Lieshout

Een Nederlandse uitkering hebben ze geen van allen - en toch zijn ze er fel op tegen dat Nederland met Marokko heeft afgesproken dat uitkeringen als de AOW worden aangepast aan het welvaartspeil in Marokko.


'Kom hier als Nederlander maar eens leven', zegt Ouarigly. 'Betaal je huur, je vaste lasten, doe boodschappen in de supermarkt. Die is hier veel duurder. En de dokter moet je zelf betalen. Van een uitkering die veel lager is kom je nooit rond.'


En zo is het met de meeste telefonisten. Ze zijn hier niet om te leven als een Marokkaan - ze leven als Nederlanders in Marokko.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.