Nederland wil koploper worden in slimme, zelfrijdende auto's

Nederland gaat grootschalige tests houden met zelfrijdende auto's en vrachtwagens. De ministerraad heeft vrijdag ingestemd met een voorstel van minister Schultz van Infrastructuur om de regels aan te passen. Worden we binnenkort ingehaald door auto's waarvan de bestuurder de krant zit te lezen?

Minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen in een zelfrijdende auto. Beeld anp

Het snelle antwoord is: nee. De 'slimme' auto kan voorlopig nog niet zonder bestuurder. Veel mensen denken bij een autonoom rijdende auto aan het voertuig waarmee Google in de Verenigde Staten rijdt. Dit is een robotauto die op wonderbaarlijke wijze zelfstandig zijn weg door het verkeer vindt. Hoewel Google zegt dat de technologie over een paar jaar 'marktrijp' is, zien Nederland en Europa (inclusief de bijna complete auto-industrie) voorlopig meer heil in de 'coöperatieve auto'.

Deze variant heeft nog ouderwets een chauffeur en een stuur. Het verschil met gewone auto's is echter dat coöperatieve voertuigen draadloos met elkaar communiceren. Ook 'praten' ze met de weg, die bijvoorbeeld waarschuwt voor een opstopping verderop, of gladheid.

Het onderling verbonden zijn biedt voordelen die de robotauto van Google nog niet kent. Coöperatieve auto's kunnen bijvoorbeeld heel dicht op elkaar rijden. Remt een voorganger, dan wordt dit in een oogwenk doorgegeven aan de achterliggers, die automatisch meeremmen. De trage reactietijd van de menselijke bestuurder verdwijnt uit de keten, waardoor auto's veel dichter op elkaar kunnen rijden. Nog een voordeel: de coöperatieve auto 'weet' bijvoorbeeld of een verkeerslicht dadelijk op groen zal springen, waardoor hij niet hoeft af te remmen voor rood. De auto van Google kijkt naar de kleur van het verkeerslicht en mindert vaart bij rood.

In een peloton

Naast personenauto's kunnen ook vrachtwagens coöperatief gemaakt worden, waardoor ze kort achter elkaar kunnen rijden, in een peloton. Dankzij zo'n 'treintje' neemt de totale luchtweerstand af en daalt het brandstofverbruik. Personenauto's profiteren minder van dit effect, maar hebben wel baat bij de constantere rijsnelheid dankzij het treintjerijden. Het verbruik zou hierdoor 20 procent kunnen dalen. Nog een voordeel: door met constante snelheid en dicht op elkaar te rijden, wordt de wegcapaciteit beter benut, waardoor er minder files zullen zijn. Onderzoeken voorzien in het gunstigste geval een afname met de helft.

Om deze redenen heeft de coöperatieve auto de voorkeur in het drukke Europa. Een andere belangrijke reden is dat met name in Nederland al veel in de technologie is geïnvesteerd. Nederland heeft vanwege zijn drukke wegennet veel ervaring met verkeersmanagement en informatiesystemen langs de weg. Technische universiteiten, TNO, chipmaker NXP en TomTom zijn bolwerken van verkeerskennis, en daar overheerst de overtuiging dat de coöperatieve auto aanvankelijk meer kansen en nut heeft dan zijn ogenschijnlijk meer begaafde neefje. Al die kennis weggooien ten gunste van de robotauto zou bovendien zonde zijn, is de redenering. Of dit terecht is, valt te bezien, maar in Europa lijkt het gesternte voor de coöperatieve auto nu het gunstigst.

Er is nog een technologisch argument om eerst voor coöperatief te kiezen. De laatste stap, van een auto die de chauffeur ondersteunt tot een auto waarbij de bestuurder op de achterbank een dutje kan doen, is mogelijk groter dan alle stappen die tot nu toe gemaakt zijn. Terwijl er nu al veel auto's rondrijden die al bijna klaar voor hun samenwerkende taak. Met name duurdere modellen hebben veel van de benodigde technologie al aan boord, in de vorm van adaptive cruise control, parkeerassistentie en rijstrookbewaking. Wie in een Mercedes S-klasse rijdt, kan zich al rustig even met het kroost op de achterbank bemoeien - of met de industriekapitein - terwijl er met 120 kilometer per uur over de snelweg wordt gezoefd. Niet dat het mag, de auto protesteert om juridische redenen als het stuur wordt losgelaten, maar het kan al wel.

Beleidsmakers zien grote voordelen in de technologie. Zij hopen dat deze auto de kosten van files, ongelukken en milieuschade helpt te verminderen. Deze kosten worden voor Nederland geschat op ongeveer 20 miljard euro per jaar, aldus het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Nederland is een ideale 'proeftuin' voor de technologie, vindt minister Schultz, die daarom om ruimere testmogelijkheden vroeg en kreeg. En het dus zomaar zou kunnen dat over enkele jaren bumperkleven als iets heel positiefs wordt gezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.