Nederland WIJNLAND

Dankzij nieuwe druivensoorten is de wijnbouw in Nederland het hobbyisme voorbij. Nu leggen producenten er soms nog geld op toe....

Wolken van het donkerste grijs pakken zich samen boven het vlakke landschap van Noord-Holland. Even later valt de regen met bakken uit de hemel op wijngaard Saalhof in Workum. Dat wordt niks, denk je als je tussen de druipende druivenranken loopt, de zonovergoten wijngaarden in Frankrijk en Spanje van de vakantie nog op je netvlies.

Mis, zegt wijnboer Simon Loos, een rasechte West-Fries. ‘Het fruit hangt er prachtig bij dit jaar’, zegt hij trots. Hij plukt een druifje van een volle tros witte druiven. Het smaakt warempel zoet. ‘Dat is al best lekker, toch?’ Nog een of twee weken, zegt Loos, en ze kunnen het vat in om te rijpen tot een mooie Fantastique, de naam waaronder Loos zijn chateau Wognum verkoopt. De naam lag voor de hand. ‘Want het is fantastische wijn.’

Nederland wijnland. Het is even wennen, maar het is echt zo. De wijnbouw vertoont groeistuipen. Nederland telt nu 140 commerciële wijngaarden die een oppervlakte van 175 hectare beslaan, vier keer zoveel als vijf jaar geleden. En het aantal groeit. Vergeet de Bourgogne, de Bordeaux en de Elzas. De Achterhoek, de Betuwe, Twente en de Beemster zijn de nieuwe namen op de wijnkaart.

De ‘wijngrens’, de lijn ten zuiden waarvan wijndruiven kunnen worden verbouwd, is de afgelopen jaren honderden kilometers naar het noorden verschoven. Dat komt niet, zoals veel mensen denken, door de opwarming van de aarde, maar door de ontwikkeling van nieuwe druivenrassen die ook met minder zon rijp worden.

Dat die er zijn gekomen, is eigenlijk toeval, zegt Jan Oude Voshaar (56) van wijngaard De Wageningse Berg, een veteraan op wijngebied in Nederland. Europese wijnboeren zoeken al sinds het begin van de vorige eeuw een remedie tegen meeldauw, een plaag die de plant aantast. De oplossing werd gezocht door Europese wijndruiven te kruisen met wilde Amerikaanse rassen die een natuurlijke weerstand hebben tegen meeldauw. Na jarenlang vruchteloos ploeteren (‘De planten waren wel resistent, maar de druiven smaakten slecht’) zijn nu toch rassen ontdekt die tegen meeldauw kunnen én goed smaken.

En waar niemand uitdrukkelijk naar had gezocht, maar wat er toevallig bijkwam, was dat deze nieuwe rassen minder zonuren nodig hebben om te rijpen. Dat opende de mogelijkheid voor wijnbouw in noordelijker gebieden, zoals Nederland. Regent, Rondo (rood), Johanniter en Solaris (wit) heten de rassen die sinds 2000 beschikbaar zijn gekomen.

En er zitten nog meer veelbelovende rassen aan te komen, zegt Oude Voshaar. Zoals Pinotin, een kruising met de befaamde Pinot Noir-druif, en Cabernet Cortis en Colonjes, die de genen van de beroemde Cabernet Sauvignon in hun stammen hebben. Het zijn rassen die bovendien veel minder bespoten hoeven te worden, wat hun teelt milieuvriendelijker maakt dan die van traditionele druivenrassen.

De Wageningse Berg is zelfs volkomen biologisch. Oude Voshaar heeft ruim twee hectare wijngaard in de bossen aan de rand van de stad. De druiven verwerkt hij in zijn ‘wijnkelder’ een loods op het industrieterrein. Het is oogsttijd, dus wordt er hard gewerkt.

Oude Voshaar heeft het mooie weekend gebruikt om de laatste oogst binnen te halen met tachtig vrijwilligers. De druiven liggen in grote groene bakken voor de eerste gisting; het plastic waarmee de druivenmassa is afgedekt, bolt op door het vrijkomende koolzuur.

In een hoek staan roestvrijstalen vaten met zachtjes borrelende watersloten. Daarin zit de wijn van 2006 die nu wordt gebotteld om ruimte te maken voor de nieuwe oogst. De rode wijn van 2006 is op dronk, zegt Oude Voshaar. Maar nog beter is het om hem even te laten liggen. ‘Met Kerstmis is hij op zijn top.’

De Nederlandse wijnproductie passeerde vorig jaar de grens van 1 miljoen flessen. Dat is niks, vergeleken met de pakweg 50 miljoen uit Frankrijk, maar toch: een miljoen, dat spreekt tot de verbeelding. Die groei is, behalve aan de ontwikkeling van nieuwe rassen, te danken aan uit de hand gelopen hobbyisme, plattelandsvernieuwing en de opkomst van het agrotoerisme – en meestal een mix van dat alles.

Oude Voshaar bijvoorbeeld was jarenlang een hobbyist-wijnmaker, tot hij door een ongeluk zijn oude vak van wiskundige niet meer kon beoefenen en zich volledig op de wijnbouw stortte. Hij heeft ook cursussen gegeven aan boeren die wilden omschakelen naar wijnbouw. De provincie Gelderland had daarvoor een stimuleringsregeling, wat de bloei van nieuwe wijngaarden in Gelderland verklaart.

Bij de ex-cursisten van Oude Voshaar horen ook de Achterhoekse Wijnbouwers, die dit jaar voor het eerst met hun wijn op de markt kwamen. Het initiatief is geboren uit plannen voor plattelandsvernieuwing, zegt woordvoerder Bert Dondergoor (45).

Het boerenbedrijf in de Achterhoek zit in het slop. ‘Met de veehouderij gaat het slecht, land ligt braak. Wat gaan we daarmee doen, was de vraag.’ Uit onderzoek bleek dat de Achterhoek zich, met zijn windbeschutte akkers en velden, prima leende voor wijnbouw.

Er werd een informatieavond belegd waar 180 mensen op afkwamen. Daar bleven er elf van over, die in 2001 een wijnbouwcoöperatie oprichtten, de eerste in zijn soort in Nederland. De leden zijn meest (ex-)boeren die er nog een ander bedrijf of een baan naast hebben. Dondergoor, in het dagelijks leven productiemanager bij een bedrijf in hydraulische apparatuur, is de voorzitter.

De coöperatie koopt de druiven van de leden en maakt daar wijn van. Om op gang te komen hebben de Achterhoekers een Zuid-Afrikaanse wijnmaker ingehuurd. Ze kijken over zijn schouders mee. Het is de bedoeling dat ze het over twee jaar zelf kunnen.

De eerste oogst van 2006 werd dit jaar ingestuurd voor de nationale wijnkeuring en viel meteen twee keer in de prijzen. ‘Dat is nog nooit gebeurd’, zegt Dondergoor apetrots. Want dat is het tweede goede nieuws: niet alleen de hoeveelheid geproduceerde wijn groeit, maar ook de kwaliteit neemt toe. Voor de jaarlijkse wijnkeuring, waarvan de resultaten afgelopen zondag bekend werden gemaakt, zijn 135 wijnen ingestuurd, meer dan ooit tevoren.

De wijnen worden beoordeeld volgens een internationaal puntensysteem. De beste krijgen een medaille: brons, zilver of goud. Dit jaar haalden acht wijnen zilver (tegen vijf vorig jaar) en negen brons (achttien in 2006). Opvallend was dat Gelderland Limburg heeft ingehaald als de wijnprovincie; tien van de zeventien medailles vielen in Gelderland.

Desondanks halen echte wijndeskundigen hun neus op voor Nederlandse wijn. Bij zo’n keuring is het toch een beetje als in het land der blinden waar eenoog koning is, zegt Peter Klosse, vinoloog en restaurateur (De Echoput in Apeldoorn). ‘De beste wijnen in het aanbod komen bovendrijven.’ Wat niet wil zeggen dat die zich ook internationaal kunnen meten. ‘Sommige Nederlandse wijnen zijn redelijk, maar de kwaliteit wisselt nogal.’ De prijs is ook een probleem. Een Nederlandse wijn kost algauw een tientje per fles. Voor dat geld koop je een betere Franse of Chileense wijn, aldus Klosse. Daar komt bij dat er in Europa een overschot is aan (goedkope) wijn.

De concurrentie met het buitenland moeten de Nederlandse wijnboeren ook helemaal niet aangaan, vindt Oude Voshaar. ‘Onze grond is duur, de arbeid ook. Dat verlies je altijd.’ De Wageninger ziet wel een markt voor Nederlandse wijn, maar dan vooral als exclusief streekproduct, gecombineerd met andere activiteiten.

Oude Voshaar verkoopt 99 procent van zijn wijn binnen Wageningen en omgeving. ‘Maar met de verkoop alleen kan ik net een droge boterham binnenhalen. Het beleg verdien ik met rondleidingen en proeverijen.’ De Wageningse Berg ontvangt drieduizend mensen per jaar. Dat brengt niet alleen geld in het laatje, maar is nog aangenaam werk ook. ‘Dat maakt het leuk om wijnboer te zijn.’

Bezoekers die een flesje meenemen, lokale bedrijven die een wijn uit de streek in hun kerstpakket stoppen, restaurants die er hun wijnkaart een lokaal tintje mee geven: dat is de markt voor Nederwijn, zegt ook voorzitter Dondergoor van de Achterhoekse coöperatie. ‘Ik zie ons niet snel een groot schap bij de slijter innemen.’

Aan ambitie ontbreekt het niet. Simon Loos van de Saalhof in Wognum besloot in een dronken bui zelf wijn te gaan maken. Natuurlijk ging alles mis wat er mis kon gaan. ‘Ik bleek tafeldruiven te hebben geplant in plaats van wijndruiven.’ Maar gaandeweg werd hij zo gegrepen door het wijnmakersvirus, dat hij op 54-jarige leeftijd zijn schildersbedrijf aan het afbouwen is om zich helemaal op de wijn te storten. Loos en zijn vrouw Ada hebben grote plannen met de Saalhof, een landhuis uit 1920 met 7,5 hectare grond.

Achter het huis staan de eerste rijen druivenstokken. Dat moet uiteindelijk een wijngaard van 6 hectare worden. Een voormalige koelcel doet dienst als wijnkelder; de oude sorteerloods is proeflokaal.

De eerste oogst van de nieuwe wijngaard ligt al in het rek. Een flesje witte Fantastique van een halve liter kost 7,50 euro. ‘Daar leggen we nog twee euro op toe ook’, zegt Loos. Maar in de toekomst gaat het geld opleveren, is zijn overtuiging. ‘In Oostenrijk kost een flesje Oostenrijkse wijn in de winkel ook 9 euro. Waarom zou dat hier niet kunnen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden