Nederland maïsland

Vlees eten is niet alleen slecht voor de dieren die daarbij worden opgegeten, maar ook voor het landschap. Waar vroeger haver, rogge, gerst en tarwe vredig deinden in de wind en langzaam van groen in goud veranderden, staan nu dikke, ondoordringbare muren van maïs van wel drie of vier meter...

Vroeger stapte ik tijdens fietstochten met mijn vader nog weleens af bij goudgele of frisgroene velden. Aan het buigen van de stengels zag je precies hoe de windvlagen over het veld streken. Zo maakte ik kennis met graangewassen als haver, rogge, gerst, tarwe. Rogge met karakteristieke lange sprieten, het goudgele tarwe en de haver in een kenmerkend boogje aan de stengel. Stiekem plukten we een paar aren; die mochten mee, soms als fietsversiering, zoals ook een takje bloeiende heide tussen het stuur en de koplamp werd geprikt; trofee van een mooie fietsdag.

Meer dan veertig jaar later is de liefde voor het fietsen nog altijd springlevend. Zomer in Nederland: dat is een kerktorentje aan de horizon als gids naar het volgende terrasje. De afstand tussen kerk en kroeg is in de meeste dorpen immers te verwaarlozen. Voor wie met de fiets door het land wil zwerven, staat ons land vol met bakens en wegwijzers. Een molen, een watertoren in de verte, dijken die mee buigen met de meanders in de rivieren: we navigeren op soms eeuwenoude landmarks.

Totdat juli verstrijkt en augustus zich aankondigt. Schertsend zou ik die maanden iedereen aanraden wekelijks het fietszadel een centimeter hoger af te stellen, om nog uitzicht te houden op het landschap. Maar dat is natuurlijk een vergeefse strijd tegen de groeiwoede van het snijmaïs dat overal uit de grond schiet. Maïs vormt vanaf eind juli dikke ondoordringbare groene muren, met gemak drie meter hoog, soms zelfs vier. Het gewas verandert pittoreske landweggetjes in maïstunnels, gemakkelijk te associëren met een doolhof. Oké: één voordeeltje: maïs verschaft de eenzamer fietser luwte in de wind – wat trouwens weer jammer is als je wind in de rug hebt.

Ik wil er maar niet aan wennen. Het is massief, ondoordringbaar en saai. Ik vind maïs knap irritant spul, en ik sta daarin gelukkig niet alleen. De meeste mensen zijn het met me eens, blijkt uit onderzoek van Alterra, instituut voor de groene ruimte van de Wageningse universiteit. Geen wonder: in de zomer kun je er niet overheen kijken, in de winter blijft niets anders over dan kale stoppelvelden. En het is niet te eten, althans niet voor mensen. Voor onze koeien ligt dat anders. Het is goed krachtvoer, beter dan het romantisch ogende graan dat vroeger voor de veestapel werd verbouwd.

Wie is de hoeder van ons landschap? Enige verdieping stemt weinig optimistisch. Het landschapsbeleid van Nederland kun je terugvinden in dik papier. De Nota Ruimte bijvoorbeeld en de Agenda Vitaal Platteland en de Handreiking Kwaliteit Landschap. Ons landschap schijnt een basiskwaliteit te kennen, waarvoor met name provincies en gemeenten verantwoordelijk zijn. De ontwikkeling van ons Nederlandse landschap moet zijn gebaseerd op evenwicht tussen ecologische, economische, sociaal culturele en cultuurhistorische aspecten van het landschap. Tja, dat wordt dus polderen in het landschap, van alles een beetje of van alles niks.

Duizenden windmolens
Feitelijk is landschapsbeleid de optelsom van al of niet toevallige ontwikkelingen. Zo zorgt de behoefte aan duurzaam opgewekte stroom voor de bouw van duizenden windmolens in ons land, of je daar blij mee bent of niet. En zo zorgde de regelgeving voor de intensieve veehouderij in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw voor een explosieve toename van het gebruik van snijmaïs. Het is een perfecte energiebron voor onze nationale trots: het rood- en zwartbonte stamboekvee, met roze uiers en glanzende flanken.

De opkomst van het snijmaïs in die jaren werd mede ingegeven om redenen van milieu en dierwelzijn. Het streven naar efficiency, de mestwetgeving en schaalvergroting werkte in de hand dat koeien ook in de zomer binnen blijven, zo houdt de boer zijn mineralenboekhouding in orde. Het stikstofgehalte in de mest – verantwoordelijk voor ammoniakuitstoot – wordt positief beïnvloed als koeien eiwitarmer worden gevoerd. Snijmaïs past perfect in dat dieet met een betere balans tussen energie en eiwit. Het is, zeg maar, de volkorenboterham voor de melkkoe. Steviger mest, meer energie voor melkproductie, een betere gezondheid en een beter milieu, wat wil je nog meer?

Plantenveredeling heeft ertoe geleid dat dit van oorsprong tropische gewas steeds beter gedijt in ons land. Eerst in het zuiden en midden, nu ook in Groningen. Het is een aantrekkelijk gewas voor de boeren. Het zaaien en oogsten is vrij gemakkelijk uit handen te geven aan een loonbedrijf. Tussentijds zit er niet bar veel werk aan. Dat is handig, omdat van de meeste boerenbedrijven het land in versnipperde percelen rond de boerderij ligt. Maar belangrijker nog is dat maïs veel mest kan verdragen. Om kort te gaan: ongeveer 11,5 miljoen varkens leveren de mest ten behoeve van de groei van snijmaïs voor iets minder dan 1,5 miljoen stuks melkvee in ons land. Dat maakt snijmaïs tot gefundenes Fressen voor de Nederlandse melkveehouder.

Cijfers weten? Waarin een klein land groot kan zijn. In 1970 werd in Nederland zesduizend hectare snijmaïs verbouwd, in 1977 was dat 110 duizend hectare. Vandaag de dag is het omtrent 220 duizend hectare, ofwel 440 duizend voetbalvelden. Nederland kent 2 miljoen hectare landbouwgrond, waarvan iets meer dan 750 duizend hectare akkerland. Daarvan staat dus meer dan een kwart vol met snijmaïs, dat allemaal via de hakselaar als ruwvoer aan het aan het melkvee wordt gevoerd.

Zo vertaalt zich in Nederland de vuistregel dat voor het produceren van vlees – dierlijk eiwit – veel meer ruimte nodig is dan voor de productie van plantaardig eiwitten, tot wel tien keer zoveel, afhankelijk van de diersoort. Van het totale akkerland wordt in ons land eenderde gebruikt voor veevoerproductie, bestemd voor de productie van biefstuk tot gehaktbal.

Je bent wat je eet. We dragen de individuele gevolgen van ons consumptiepatroon, zoals overgewicht, hart- en vaatziekten, kanker. Vaak onbewust dragen we ook de collectieve gevolgen. De hang naar doelmatigheid in de agrarische sector, als gevolg van ons consumptiepatroon, heeft al geleid tot het einde van de pinksterbloem en de boterbloem in het weiland. Engels raaigras zorgt voor hogere productiviteit van de koeien.

Kaalslag zien we ook onder de waterspiegel van onze boerensloten: wie is recent nog op zoek gegaan naar stekelbaarsjes in de sloot? Inheemse slootplanten met prachtige namen als sterrenkroos, krabbenscheer en fonteinkruid zijn sterk afgenomen; ten prooi gevallen aan fosfaat en nitraat, bemesting, lagere grondwaterstanden. Een sluipend proces: soorten worden geleidelijk weggepest.

Geel en goud
Wie deze septemberdagen fietst op de Maasdijk tussen Overasselt en Nederasselt, ziet maïs zover het oog reikt in alle windrichtingen. Buitendijks maïs ontneemt je het zicht op de rivier; een binnenvaartschip ploegt zich ogenschijnlijk door een groene zee van roerloze stengels. De Maasbandijk is een Maïsdijk geworden. Een dijk met nog slechts een triest uitzicht op een beklemmende groene deken, die de rivier aan het zicht onttrekt.

Ondertussen zoek ik vergeefs naar ‘ouderwetse’ graanvelden, die zo mooi van kleur konden veranderen, van lichtgroen naar donkergroen, geel en goud. Oké, ik word een jaartje ouder, net de vijftig gepasseerd. Een leeftijd om de sentimenten de vrije loop te laten misschien, een hang naar het verleden? Ach, het zou al te mal zijn om het landschap van veertig jaar tot norm te verheffen, op basis waarvan dan wel?

Zoals eerder geconstateerd, wordt het landschapsbeleid vooral gevormd door een optelsom van ontwikkelingen, gebaseerd op evenwicht tussen ecologische, economische, sociaal culturele en cultuurhistorische aspecten. Kijkend naar muren van maïs kan ik me toch niet aan de indruk onttrekken dat het genoemde evenwicht totaal zoek is. De vraag is: wie geeft er wat om? We zitten immers vast aan het verbouwen van maïs, zo lang onze agrarische productie gepaard gaat aan mineralen-, lees: mestoverschotten.

De kans is groot dat we ons in de toekomst zullen beperken tot cosmetische maatregelen. Misschien lukt het om door middel van plantenveredeling maïsplanten te telen die laag blijven met behoud van een hoge energieopbrengst. Nu al wordt gewerkt aan aangepast akkerrandenbeheer, afgelopen week kondigde minister Gerda Verburg aan daarvoor extra geld vrij te maken, ter stimulering van de biodiversiteit. Met behulp van zo’n regeling wordt het wellicht mogelijk om de maïsmuren verder van de weg te plaatsen; dat heeft bovendien grote optische voordelen.

Blijven we een groot deel van de oppervlakte van ons land inzetten voor de intensieve veehouderij, zoals de productie van enorme hoeveelheden melk, ook al zijn we daarin de absolute wereldkampioen? Of kiezen we voor een bescheiden rol in de productie en exporteren we onze agrarische kennis naar andere delen van Europa en de wereld? De veengronden in het westen van het land vallen nu al onherroepelijk ten prooi aan verdroging en bodemdaling. Het water zal ons ooit een halt toeroepen, dat is zeker.

Ik ben weer thuis. Zo’n fietstocht langs de dijk is een aanrader voor iedereen. Laat je gedachten eens meewaaien met de wind. Al fietsend denken over haver, rogge en gerst, over maïs en koeien. Over een landschap dat we eten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden