Nederland kampioen import van bijen, lieveheersbeestjes en roofmijten

Wat doen zij met al die insecten?

De import van nuttige insecten in de EU is de afgelopen vijf jaar vervijfvoudigd en Nederland loopt daarin voorop. Roofmijten en sluipwespen zijn prima en biologisch verantwoorde ongediertebestrijders.

Een laboratorium bij Koppert, gespecialiseerd in biologische gewasbescherming, onder meer met insecten Foto Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Springerige roofmijten en andere geleedpotigen krioelen in glazen bakjes. In een grotere bak schaart een kolonie hommels zich om hun koningin. Sluipwespen en andere natuurlijke vijanden van plaagdieren die groenten, bloemen en andere tuinbouwgewassen teisteren, zijn te zien op grote beeldschermen.

Dit bloeiende insectenleven speelt zich af bij Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs, de internationaal marktleider in biologische gewasbescherming. Commercieel directeur Henri Oosthoek geeft hoog op van de kwaliteiten van zijn veelpotige handelswaar. 'Dit zijn nuttige insecten en mijten die we produceren en verhandelen in de strijd tegen plagen als spint, witte vlieg of luis.' De hommels zijn nuttig om een andere reden: zij bestuiven de gewassen in de kassen.

De vraag naar roofmijten en sluipwespen die zich op het ongedierte in tuinderskassen storten stijgt, blijkt uit nieuwe CBS-cijfers. Het statistiekbureau rapporteert vandaag dat de import van nuttige insecten in de EU de afgelopen vijf jaar is vervijfvoudigd en dat Nederland daarin vooroploopt. Samen met België en Frankrijk is Nederland goed voor bijna 60 procent van de totale insectenimport in de EU. In de eerste helft van 2017 importeerde Nederland voor 8,2 miljoen euro aan levende insecten.

Het familiebedrijf in Berkel en Rodenrijs vaart er wel bij en dat is te zien. De kassen waar komkommerteler Jan Koppert in 1967 voor het eerst experimenteerde met hommels als alternatief voor de gifspuit zijn uitgegroeid tot een campusachtig complex met laboratoria en zelfgebouwde bioreactoren. Het bedrijf opent binnenkort een grote nieuwe productiehal voor de kweek van nuttige micro-organismen. In Mexico, Spanje en Brazilië heeft het onderzoekslocaties.

55 miljard euro gaat er wereldwijd om in gewasbescherming. Slechts 2,7 miljard daarvan is biologisch.

Behalve mijten en insecten produceert het bedrijf ook steeds meer enzymen, bacteriën en schimmels. In 2016 draaide Koppert 183 miljoen euro omzet en behaalde het een nettowinst van 12,3 miljoen euro, dubbel zoveel als het jaar ervoor. Nu telt het bedrijf wereldwijd 35 vestigingen.

De groeiende insectenhandel is een soort duurzaamheidsbarometer, zegt Oosthoek. 'Het betekent dat er steeds minder chemische middelen worden gebruikt in de groente- en fruitteelt.' Steeds meer chemische middelen worden verboden, supermarkten worden kritischer over pesticidengebruik en de vraag naar biologisch geproduceerd voedsel neemt toe, aldus Oosthoek.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Nederland is voor Koppert eigenlijk maar een kleine markt, zegt Oosthoek. Van de bedrijfsomzet wordt 15 procent in Nederland gemaakt, de rest van de insecten gaat naar negentig andere landen in de hele wereld. 'Drie weken geleden sprong de Keniaanse minister van Landbouw mij tijdens een bezoek aan dat land nog in de nek. De legerworm richt daar zoveel schade aan in maïsvelden dat Afrikaanse overheden boeren adviseren geen maïs meer telen. Stel je voor: maïs is het basisvoedsel in die landen.' Koppert heeft een middel tegen legerworm ontwikkeld dat gebaseerd is op schimmels en bacteriën. Kenia wil dat nu versneld goedkeuren voor toepassing in de landbouw.

Ook in Nederland blijven plagen een probleem. 'Tomaten worden hier nu het hele jaar door geteeld. De kassen zijn daardoor nooit meer leeg. Geschikte momenten om ze te reinigen zijn er niet meer. Daardoor hebben Zuid-Europese plagen hier ook hun intrede gedaan.' Koppert levert ook mijten die de beruchte bloedluis in kippenstallen aanvallen (bloedluis is trouwens ook een mijt). Sinds de fipronilaffaire is de vraag naar die 'goede' roofmijten exponentieel gestegen.

De insectenhandel profiteert ook van het feit dat bepaalde plaaginsecten resistent zijn geworden voor chemische bestrijdingsmiddelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de rode palmkever die dadelpalmplantages in het Midden-Oosten bedreigt. Koppert ontwikkelde een cocktail van 'feromonen', oftewel lokmiddelen op basis van geur en andere natuurlijke bestrijdingsmiddelen die de palmkever op de vlucht doen slaan.

Toch moeten veel landbouwers wennen aan het inhuren van insecten voor plaagbestrijding. Chemische bestrijding is vaak gemakkelijker. Bovendien zijn levende insecten maar enkele dagen 'houdbaar' en zijn ze prijziger dan de meeste pesticiden. Oosthoek: 'Tuinders staan onder druk, alles is centenwerk. Een gedragsverandering is daardoor niet gemakkelijk te realiseren.'

Om die reden zet Koppert steeds meer in op preventie: het weerbaar maken van land- en tuinbouwgewassen met behulp van microbiologie. Microben zijn inmiddels al goed voor een kwart van de omzet.

Met de uitbreiding van de kasteelt naar de buitenteelt betreedt Koppert het terrein van chemiereuzen Monsanto, DuPont en BASF. Wereldwijd gaat er zo'n 55 miljard dollar om in gewasbescherming. Slechts 2,7 miljard daarvan is biologische bestrijding. De grote chemieconcerns investeren steeds meer in biologische bestrijding, omdat steeds meer chemische middelen verboden worden. De Monsanto's en aanverwanten voeren een stevige lobby in Brussel. De regelgeving is een 'pijnpunt', zegt Oosthoek. 'Die blijft hopeloos achter. In de VS en Afrika gaat het soms sneller. Soms vallen we nog onder de chemische regelgeving, omdat er geen adequate regels zijn.'