Nederland: 250 keer door rood sein

Een ongeval als dat van maandag in België is ook op het Nederlandse spoor denkbaar...

Met één dodelijk treinongeval in 2009 is het Nederlandse spoor moeilijk onveilig te noemen. Toch is een treinramp zoals die maandag in België plaatsvond ook in Nederland denkbaar. Jaarlijks missen treinmachinisten honderden rode seinen. Het is soms een kwestie van geluk dat daarbij niet vele doden vallen.

In september 2009 botsten bij Barendrecht twee goederentreinen frontaal op elkaar. Een van de machinisten had een rood sein gemist. Een passerende passagierstrein kon nog net op tijd een noodstop uitvoeren. De machinist die het rode sein had gemist, kwam om. Hij was volgens de Inspectie voor Verkeer en Waterstaat (IVW) de enige dode in 2009 bij spoorongelukken waarbij treinreizigers of treinpersoneel waren betrokken (zelfdodingen en botsingen met voertuigen niet meegerekend).

Het missen van een rood sein is een hardnekkig probleem op het Nederlandse spoor: de afgelopen tien jaar kwam het gemiddeld 250 keer per jaar voor. Meestal blijft de schade beperkt. Maar uit een onderzoek van de IVW over de periode 2004-2008 blijkt dat in bijna 40 procent van de gevallen het ‘gevaarpunt’ werd bereikt.

Dit kan schade aan infrastructuur inhouden, maar ook het passeren van een overgang terwijl de spoorbomen openstaan of een botsing met een andere trein. In de onderzochte periode, 2004-2008, leidde het negeren van een rood sein in vijf gevallen tot letsel, met in totaal 128 lichtgewonden en 8 zwaargewonden.

Een echt grote ramp is Nederland al 34 jaar bespaard gebleven. Op 4 mei 1976 botsten bij Schiedam twee treinen op elkaar, nadat een van de machinisten een rood sein had gemist. In 1962 vielen bij het Utrechtse dorpje Harmelen 95 doden nadat twee treinen op elkaar botsten, ook na het missen van een sein.

De kans op zulke grote ongelukken is de afgelopen decennia wel kleiner geworden. Onder meer door de invoering van het automatische treinbeïnvloedingssysteem (ATB). Dit laat de trein automatisch stoppen als een machinist een rood sein voorbijrijdt. Feilloos is het ATB niet. Als de trein langzamer rijdt dan 40 kilometer per uur werkt het systeem niet. Hierdoor gebeurden de afgelopen jaren tal van kleine en grote treinongelukken, soms met dodelijke afloop.

Om dit probleem op te lossen worden 1.100 als riskant omschreven seinen uitgerust met een verbeterde versie van het ATB. Dit nieuwe systeem laat ook treinen die langzamer dan 40 kilometer per uur rijden, automatisch stoppen. Na het ongeluk bij Barendrecht vorig jaar pleitte de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Pieter van Vollenhoven, ervoor álle 6.000 seinen op het Nederlandse spoor met deze nieuwe ATB-versie uit te rusten.

Verantwoordelijk minister Camiel Eurlings volgde dat advies niet op, omdat hij dat ‘overdreven’ vindt. Volgens hem wordt op termijn het spoor beveiligd met het Europese beveiligingssysteem ERMTS, dat nu ook al de Betuweroute en de HSL beveiligt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden