Na vijftien jaar punt achter HCS-affaire

De strafvervolging van ondernemer Joep van den Nieuwenhuyzen voor misbruik van voorkennis was niet onrechtmatig. De omstreden zakenman heeft dan ook geen recht op schadevergoeding....

In een andere voorkenniszaak, de RDM-affaire (ook uit 1991), mag Van den Nieuwenhuyzen nog enige hoop putten op een schadevergoeding. De Hoge Raad heeft in deze zaak het vonnis van het gerechtshof in Den Haag vernietigd. In oktober 2004 oordeelde het hof dat de staat in het geval van RDM niet onrechtmatig heeft gehandeld. De Hoge Raad vindt enkele klachten over dit oordeel gegrond. Het hof in Amsterdam moet de zaak opnieuw behandelen.

Van den Nieuwenhuyzen werd in oktober 1994 wegens misbruik van voorkennis bij de handel in aandelen HCS veroordeeld tot zes maanden cel en honderdduizend gulden boete, maar in hoger beroep werd de zakenman in de HCS-zaak zowel als in de RDM-affaire in 1996 vrijgesproken.

Kort daarna eiste Van den Nieuwenhuyzen 1,2 miljard gulden schadevergoeding van de staat. Hij bracht zijn claim onder in de stichting Begaclaim, die in oktober 1997 een eigen beursnotering kreeg. Vanaf het begin is duidelijk dat de claim van Joep voor het overgrote deel gebaseerd is op de geruchtmakende HCS-zaak. De RDM-affaire is min of meer een bijproduct van deze zaak.

Van den Nieuwenhuyzen heeft geen recht op schadevergoeding voor de strafvervolging in de HCS-zaak omdat, zegt de Hoge Raad, de onschuld van Van den Nieuwenhuyzen niet onomstotelijk vaststaat. Hij is vrijgesproken op juridische gronden, omdat de Hoge Raad in juni 1995 de definitie van misbruik van voorwetenschap sterk inperkte.

Veroordelingen voor dit delict waren vanaf dat moment alleen mogelijk als kon worden bewezen dat direct voordeel uit de effectentransactie is ontstaan. Dat was in de HCS-affaire niet het geval. Integendeel: volgens eigen zeggen bezorgden de transacties in HCS Van den Nieuwenhuyzen een verlies van 15 miljoen gulden.

In de RDM-zaak ligt het anders. Daar heeft het hof in Den Haag geoordeeld dat de onschuld van Van den Nieuwenhuyzen vaststaat. De vordering van Begaclaim is toch afgewezen, omdat het hof vond dat Van den Nieuwenhuyzen geen ‘onevenredig nadelige gevolgen’ heeft ondervonden.

Dat argument is door de Hoge Raad naar de prullenbak verwezen: wanneer de onschuld van de voormalige verdachte is gebleken, heeft hij in beginsel recht op vergoeding van de volledige schade.

In de HCS-affaire verkocht Van den Nieuwenhuyzen op 31 juli 1991, ook namens de andere grootaandeelhouders Eric Albada Jelgersma en Leon Melchior, 4,1 miljoen aandelen van het automatiseringshuis HCS. De avond daarvoor had het drietal samen met de banken en het HCS-bestuur een akkoord bereikt over een reddingsplan voor het noodlijdende bedrijf.

Besloten werd dat de drie grootaandeelhouders voor 60 miljoen gulden nieuwe aandelen zouden opnemen. In het geheim werd afgesproken de koers door de markt te laten bepalen. Omdat de redders de beurskoers te hoog vonden, hielp Van den Nieuwenhuyzen de markt een handje door zijn commissionair opdracht te geven via een buitenlandse rekening aandelen HCS te dumpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden