Multinationals verdienen aan zwakke euro

Philips maakte een omzetgroei van 20 procent bekend. Vorige week meldde Unilever al een omzetgroei van 12 procent. En Tomtom groeide 5 procent.

Tanks in de vorm van pindakaaspotten bij Unilever in Rotterdam.Beeld afp

De multinationals doen het beter dan ooit, en dat zal de komende weken zo doorgaan. Hun omzetten zullen enorm stijgen, hun winsten veelal ook. Niet zozeer omdat ze meer spullen verkopen, maar omdat de euro zo hard in waarde achteruit is gegaan. Ieder bedrijf dat in euro's rapporteert maar zich laat betalen in dollars of andere 'sterke' munten, zal daarmee te maken krijgen.

Verkocht Philips vorig jaar een scheerapparaat voor 200 dollar, dan verscheen er in de boekhouding in Amsterdam na omrekening een omzet van 140 euro. Hetzelfde scheerapparaat, althans de zelfde prijs, leverde het afgelopen half jaar een omzet op van 180 euro, een groei dus van 30 procent. Bij gelijkblijvende marge steeg de winst ook met 30 procent. Terwijl er verder voor het bedrijf niets veranderde. Hetzelfde verhaal gaat op voor verkopen in bijna alle belangrijke valuta's in de wereld.

Wat opgaat voor Philips, geldt voor vele andere Europese multinationals: zij moeten hun omzetten in dollars en ponden omrekenen in euro's en lijken daardoor enorm gegroeid. Hoe groter het aandeel van de omzet in sterke valuta's, hoe sterker dat effect.

Dollar-exposure

Volgens analist Jos Versteeg van Theodor Gilissen zijn Ahold en uitgevers RELX (tot enkele weken geleden bekend als Reed Elsevier) en Wolters-Kluwer bedrijven met een grote 'dollar-exposure'. Ahold haalt iets meer dan de helft van zijn omzet uit de Verenigde Staten. Voor de uitgevers zal dat iets minder zijn. 'Maar het grootste effect kun je verwachten bij Aegon', zegt Versteeg. Aegon haalt driekwart van zijn omzet en winst uit de Verenigde Staten, maar rapporteert nog steeds in euro's.

Bij sommige bedrijven heeft de dure dollar een nadelig effect. Philips wees er al op dat zijn Healthcare-divisie relatief veel kosten in dollars heeft. Omdat de dollar duur is, zijn die kosten in euro's uitgedrukt erg hoog. Een bedrijf dat volgens Versteeg daarmee nog meer te maken heeft, is Air France-KLM. De meeste inkomsten in euro's, maar alle brandstofkosten zijn in dollars, en dus erg hoog.

Makkelijkere exportpositie

Niet alle multinationals hebben last van de wisselkoersschommelingen. ASML bijvoorbeeld, de bijna-monopolist als het gaat om machines die computerchips kunnen maken. Die rapporteert in euro's maar laat zich ook in euro's betalen en heeft dus geen valutarisico. Net als Shell. Olie en gas worden alom in dollars afgerekend. Maar Shell rapporteert zijn resultaten ook in dollars en heeft er dus geen last van (of baat bij).

De goedkope euro heeft nog meer effecten die indirect in de halfjaarcijfers tot uitdrukking komen, zegt Lucas Daalder, econoom bij Robeco. Amerikaanse bedrijven hebben daardoor meer moeite naar Europa te exporteren, zegt hij. 'Daar zie je dat de winsten nauwelijks zijn gestegen.'

Ook de Chinese exporteurs hebben er moeite mee. 'En dat het juist met Europa nu zo goed gaat, heeft voor een deel ook te maken met de makkelijkere exportpositie. Die speelt zeker een rol.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden