Multinationals geven Nederland een voldoende

Topmanagers van de honderd grootste multinationals in Nederland geven dit land een voldoende als vestigingsland, maar ze zien zeker nog ruimte voor verbeteringen. Met name op het gebied van het belastingklimaat en de aanwezigheid van goed opgeleide mensen is volgens hen nog winst te behalen.

Dat zijn de twee voornaamste conclusies van een onderzoek dat wetenschappers van de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit hebben uitgevoerd in opdracht van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Bernard Wientjes, voorman van de werkgeversclub, zei woensdag bij de overhandiging van het rapport aan premier Balkenende dat hij ‘tevreden’ is met de resultaten, maar dat Nederland wel ‘op zijn tellen moet passen’ dat het als vestigingsland voor multinationals niet achterop raakt.

In het onderzoek zijn de meningen opgenomen van 53 bestuursvoorzitters van de honderd grootste Nederlandse multinationals, gemeten naar omzet. Van de 23 vestigingsfactoren die de bestuurders het belangrijkste vinden, zijn er volgens hen acht onder de maat. De volgens hen twee belangrijkste vestigingsfactoren, stabiliteit van het belastingregime en de aanwezigheid van goed opgeleide werknemers, scoren respectievelijk een 5,9 en een 6,8.

Uit het onderzoek komt verder naar voren dat de honderd grootste hoofdkantoren in Nederland gezamenlijk goed zijn voor een wereldwijde omzet van 900 miljard euro. Nederland is daarmee een van de weinige landen waar de gezamenlijke omzet van de aanwezige multinationals de waarde van het bruto binnenlands product overstijgt.

Naast die kwantitatieve bijdrage leveren de hoofdkantoren ook een belangrijke bijdrage op strategisch vlak, zo stellen de onderzoekers. Zo bieden zij onder meer ruimte voor toptalent om zich verder te ontwikkelen en spelen ze bijvoorbeeld een essentiële rol bij kennisoverdracht naar bedrijven in de regio en bij het aanjagen van innovaties.

‘Als je de toegevoegde waarde van de hoofdkantoren voor Nederland legt naast de toegevoegde waarde van Nederland voor de bedrijven, dan zie je dus dat eigenlijk sprake is van een mismatch’, zegt Henk Volberda, een van de onderzoekers. ‘De toegevoegde waarde van de bedrijven is hoog, maar Nederland kan nog verbeteringen aanbrengen in het vestigingsklimaat.’

Toch blijkt uit het onderzoek ook dat maar 2 procent van de ondervraagde bestuurders denkt dat zijn hoofdkantoor in de komende vijf jaar in zijn geheel naar het buitenland zal vertrekken.

Volberda noemt het ‘verrassend’ dat de stabiliteit van het belastingregime door de bestuurders veel belangrijker wordt gevonden dan de hoogte van de belastingen. In dat licht is het opvallend dat Bernard Wientjes met het rapport in de hand juist pleitte voor het afschaffen van dividendbelasting. ‘Nederland is een van de weinige landen die dat nog hebben’, aldus Wientjes.

Premier Balkenende benadrukte daarop het belang van het behoud en aantrekken van internationale hoofdkantoren. En in reactie op de oproep van Wientjes de dividendbelasting af te schaffen zei de premier: ‘We moeten er goed over nadenken. Als kabinet is het passen en meten om te kijken wat wel en wat niet kan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden