Multinationals betalen steeds minder belasting, terwijl burgers juist meer kwijt zijn

Terwijl burgers de afgelopen tien jaar meer belasting zijn gaan betalen, zijn multinationals steeds minder kwijt aan de fiscus. Dat blijkt uit onderzoek van de Financial Times.

De onthullingen in de uitgelekte Panama Papers en Paradise Papers hebben een storm van protest doen opsteken tegen de wijze waarop multinationals en rijke individuen de fiscus weten te bedotten. Foto epa

Grote, internationaal actieve bedrijven zagen in de tien jaar na de kredietcrisis hun effectieve belastingdruk - het percentage van hun winst dat zij daadwerkelijk afdragen aan de fiscus, dus inclusief aftrekposten - dalen met gemiddeld 2 procent. Over een langere periode bezien is de afname nog veel dramatischer. Moesten multinationals in 2000 gemiddeld een derde van hun winst betalen aan de fiscus, tegenwoordig is dat nog maar 24 procent.

De cijfers bevestigen de vrees dat multinationals een steeds gunstigere belastingaanslag weten te bedingen, terwijl werkenden en consumenten een groeiend deel van de publieke middelen moeten ophoesten. Voor burgers gingen de officiële belastingtarieven met 6 procent omhoog, berekende consultant KPMG.

Voor de inventarisatie onderzocht de Britse zakenkrant honderd van de grootste beursgenoteerde bedrijven wereldwijd, verdeeld over negen economische sectoren. In de praktijk betalen veel bedrijven zelfs nog minder dan hun effectieve belastingdruk suggereert. Amerikaanse ondernemingen als Apple en Amazon doen dit bijvoorbeeld door buitenlandse winsten over de grens te parkeren, buiten bereik van de fiscus. In 2016 hadden zij op die manier in totaal 2600 miljard dollar weggestopt. Inmiddels heeft president Trump maatregelen aangekondigd om deze truc te ontmoedigen.

Belastingoorlogen

Een van de verklaringen voor de dalende belastingen voor multinationals zijn de 'belastingoorlogen' waarin Westerse landen verwikkeld zijn. Om meer bedrijvigheid te trekken of te voorkomen dat grote ondernemingen het land verlaten, kondigt het ene na het andere land aan de tarieven voor bedrijven te verlagen. Zo brengen de Verenigde Staten hun winstbelasting omlaag van 35 naar 21 procent. Ook Nederland gaat mee in deze race naar beneden. Het kabinet wil het belangrijkste tarief van de vennootschapsbelasting aanpassen van 25 procent naar 21 procent.

Toch is die belastingconcurrentie slechts een deel van het verhaal, blijkt uit het FT-onderzoek. Gunstiger officiële tarieven verklaren grofweg 50 procent van de belastingverlaging voor multinationals. De andere helft hebben bedrijven te danken aan het handig inspelen op mazen in de belastingwetgeving en de fiscale voordelen die landen bieden.

Dat is extra pijnlijk gezien de vele maatregelen die overheden de afgelopen jaren hebben afgekondigd tegen belastingontwijking. De onthullingen in de uitgelekte Panama Papers en Paradise Papers hebben een storm van protest doen opsteken tegen de wijze waarop multinationals en rijke individuen de fiscus weten te bedotten. Zowel rijkenlandenclub OESO als de Europese Commissie hebben een prioriteit gemaakt van het bestrijden hiervan. Zo deelde Europa een boete van 13 miljard euro uit aan Apple, dat met behulp van een Ierse sluiproute amper belasting betaalde.

Het is niet helemaal uitgesloten dat de aanpak van belastingontwijking de komende jaren alsnog effect sorteert. Een groot deel van de maatregelen is pas net van kracht, of moet nog ingevoerd worden. Dat geldt ook voor Nederland. In het regeerakkoord is onder meer afgesproken dat buitenlandse bedrijven belasting moeten gaan betalen over de rente, royalty's en dividenden die zij via een Nederlandse brievenbus aan belastingparadijzen overmaken. 'We erkennen de stappen die sommige lidstaten onlangs hebben genomen om hun belastingmodel aan te passen', zei de verantwoordelijke eurocommissaris Moscovici vorige week over deze voornemens, 'maar er moet duidelijk meer gebeuren.'