ColumnPeter de Waard

Moeten we ineens bang worden voor zoiets banaals als inflatie?

. Beeld .
.Beeld .

Inflatie is een spreekwoordelijk spook. En steeds meer beleggers zien dat spook opdoemen. Het inflatiedebat is op Wall Street even verhit als het lockdowndebat in het Vondelpark.

Beleggers hebben hoop dat vaccinaties in mei zullen leiden tot groepsimmuniteit, ­zodat de handrem van de economie af kan. Er wordt al gespeculeerd op een ongekende economische boom – een groei van meer dan 5 procent in veel westerse landen. En als die wordt gecombineerd met omvangrijke steunoperaties van de overheid, zoals de 1.900 miljard dollar die de Amerikaanse regering nog in de economie wil pompen, kan de economie oververhit ­raken. Vooraanstaande economen, zoals voormalig minister van Financiën Larry Summers, waarschuwen dat de inflatie weleens veel ­harder zou kunnen oplopen dan wenselijk is.

De eerste aanwijzing dat het inflatiespook de kop weer opsteekt, is de oplopende rente. In de VS is het rendement op 10 jaar lopend staatspapier, de zogenoemde treasuries, op­gelopen tot 1,4 procent. Toen Joe Biden eind ­januari als nieuwe president aantrad, was die nog maar 1,05 procent. En in augustus vorig jaar was het 0,52 procent. In Europa gaat het niet zo hard, maar ook het rendement op de 10-jarige staatsobligaties die Wopke Hoekstra over de financiële markten strooit om iedereen in deze crisis tevreden te houden, is opgelopen van -0,549 eind december tot -0,227. De negatieve rente is gehalveerd.

Aandelenbeleggers staan ineens weer voor een oud dilemma. Een economische boom is goed voor aandelen, maar de oplopende rente maakt obligaties ook aantrekkelijk als alternatief. Het dividendrendement op veel fondsen is door de koersstijgingen zo laag geworden, dat obligaties beter renderen. Vorige week werd de recordrace op de beurzen abrupt ­afgebroken doordat beleggers naar de veilige obligatiemarkt gingen kijken. Met name de fondsen waarvan de koersen het hardst waren opgelopen, zoals zoals ASML en ASMI in Nederland, noteerden de grootste verliezen.

Daadwerkelijk is ook weer sprake van inflatie – of beter: het deflatiegevaar is geweken. Na een prijsdaling van 0,3 procent in de laatste maanden van 2020 gingen de prijzen in de ­eurozone in januari met 0,9 procent omhoog. In Nederland was de stijging zelfs 1,7 procent.

Dat is echter nog ver onder de doelstelling van de centrale banken. Daarnaast lijken de prijsstijgingen ook gekunsteld, omdat ze vooral te danken zijn aan de stimulering van overheden en centrale banken. Voor echte ­inflatie is meer nodig, zoals krapte op de ­arbeidsmarkt, waardoor de loon-prijs­spiraal begint te werken. Maar in de VS zijn nog altijd 18 miljoen mensen afhankelijk van een uitkering. Dat is 11,8 procent van de arbeidsbevolking. Bij veel bedrijfstakken is sprake van een enorme overcapaciteit, ook omdat door de steunmaatregelen bedrijven niet hebben gesaneerd. Hierdoor zijn er nogal wat zombiebedrijven.

Voorlopig spookt het achter het behang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden