ColumnPeter de Waard

Moet er voor de kapper een maximumprijs komen?

Peter de Waard artikel ColumnBeeld .

Mijn kapper had meteen het tarief voor een knipbeurt met een euroknaak verhoogd van 17,50 tot 20 euro, bleek bij het bellen voor een nieuwe afspraak nu het weer mag. Als reden werd gegeven dat er extra beschermingsmaatregelen moeten worden getroffen in de zaak, ook bij het afrekenen.

En het zal niemand verbazen als een Heineken 0.0 en cappuccino op het terras flink in prijs worden verhoogd. Ook daar zullen de kosten van extra beschermingsmaatregelen zoals andere afrekenmethodes wel als excuus gelden.

Maar het is natuurlijk gewoon een kwestie van vraag en aanbod. De bevoorrechten in de horeca – zij die het geluk hebben over een flink terras te beschikken – zullen zonder twijfel een slaatje slaan uit het feit dat zij op een stormloop kunnen ­rekenen. En bij de kappers en de ­nagelstudio’s is er na zeven weken sluiting een lange rij van wachtenden die hun kuif willen fatsoeneren of hun nagels polijsten.

Dat de prijzen stijgen is een logisch gevolg van de wet van vraag en aanbod. Nu de Nederland preteconomie stukje bij beetje weer open gaat, zijn die niet in evenwicht. Het aanbod in de anderhalvemetereconomie is beperkt, terwijl de vraag door compensatiegedrag extra groot zal zijn. En dan stijgen de prijzen.

Het zal zeker tot 1 januari duren voordat de natuurlijke gang van ­zaken is hersteld. Als er te weinig aanbod van kappers is, wordt een nieuwe zaak geopend, als er te veel aanbod is, zal er een failliet gaan. ­Zodoende wordt uiteindelijk een evenwichtsprijs bereikt, zoals die in de economie heet.

Alleen is door de coronacrisis de vrijemarkteconomie ingeruild voor een soort van geleide economie die te vergelijken is met die van de blokkade tijdens de Eerste Wereldoorlog en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Ook toen was er enorme schaarste doordat vraag en aanbod niet in evenwicht waren. De aanbodeconomie was in 1945 totaal vernietigd. Vakmensen waren omgekomen in het oorlogsgeweld of vermoord. ­Fabrieken kapot gebombardeerd.

De overheid probeerde prijsexplosies door schaarste aanvankelijk te voorkomen door distributie van primaire levensbehoeften. Daarnaast werd een Prijzenwet (nog aangepast in 1961) ingevoerd waarbij de overheid maximumprijzen voor goederen en diensten kon invoeren. Dat gebeurde voor brood en suiker. Nu vallen alleen postzegels en medicijnen er nog onder.

Een bonnensysteem voor de ­kapper of het terras lijkt overdreven. Maar een maximumprijs voor diensten die in preteconomie anno 2020 onmisbaar zijn, zou niet zo’n gek idee zijn.

Het maakt het ook onmogelijk dat degenen die het privilege hebben snel de deuren te kunnen openen te veel bevoorrecht worden ­tegenover degenen die noodgedwongen de hele zomer dicht moeten blijven.

Maar misschien zijn de kappers van Hugo de Jonge en Mark Rutte in prijs gelijk gebleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden