De kwestiePeter de Waard

Moet de ECB ook oliecontracten gaan opkopen?

Op de laatste avond van 1973 kwam cabaretier Wim Kan voor het eerst op televisie met zijn oudejaarsconference.

Hij keek terug op het jaar van de Arabische olieboycot met de autoloze zondagen. Net als nu was het volk aan huis gekluisterd. Er werd ook gehamsterd: vuilniszakken en lucifers. Premier Den Uyl vertelde dat het nooit meer zou worden zoals vroeger − nogal wat mensen roepen dat nu weer.

Kan zelf twijfelde daaraan. ‘Er komt een avond dat bij een van ons gebeld wordt. En dan roep je boven vanaf de trap: ‘Wie is daar?’ ‘Koning Feisal. Of je nog petroleum nodig hebt.’ En het zou mooi zijn als je dan uit de grond van je hart kan zeggen: sorry, wij gebruiken geen olie.’

Nu lijkt het zover. Niemand wil meer olie. Er is ineens te veel. De productie gaat door, maar er is geen vraag meer. Vliegtuigen staan stil. Auto’s rijden niet meer. En bedrijven produceren nauwelijks goederen. De opslagruimtes voor olie zitten tjokvol. Zelfs de 3 miljoen ton aan supertankercapaciteit is gevuld.

De productie stilleggen is geen optie, de olie laten wegstromen in zee ook niet. Olieproducten kunnen weinig anders doen dan de vaten maar weg te geven. Maandag daalde de prijs van een vat Amerikaanse olie van het merk West Texas Intermediate van 29 naar 11 dollar, toen naar 5 en vervolgens naar 0 dollar. Uiteindelijk zakte de prijs zelfs even naar 40 dollar negatief, ofwel: de koper van een vat olie van 159 liter kreeg 40 dollar toe.

Dit was niet de daadwerkelijke olieprijs, maar de prijs van het termijncontract om een vat olie in mei aangeleverd te krijgen. Deze contracten zijn vooral in handen van financiële speculanten − de handel in olie is op de beurs vele malen groter dan in werkelijkheid − die er op het laatste moment vanaf moesten en bijna panisch begonnen te verkopen. Wie het contract niet kwijtraakte, had de olie daadwerkelijk moeten afnemen en bij wijze van spreken in de eigen achtertuin moeten opslaan.

Na de negatieve rentes die tien jaar geleden volstrekt ondenkbaar leken, duikt hiermee een ander ondenkbaar fenomeen op: negatieve olieprijzen. Olie is ineens een last in plaats van een lust. De markt is totaal in elkaar gestort.

In normale tijden consumeert de wereldeconomie tussen de 90 en 100 miljoen vaten per dag. Als er meer wordt geproduceerd, daalt de prijs. Zakt het aanbod onder de vraag, dan stijgt de prijs. Nu is de vraag echter gekelderd naar 60 miljoen vaten per dag. Hierdoor is sprake van historische overproductie, ondanks de productiebeperking van 10 miljoen vaten waar Rusland en Opec een akkoord over bereikten.

Het gevolg is dat de olieprijzen kelderen naar een niveau waarvoor zelfs John D. Rockefeller in de 19de eeuw niet zou willen verkopen. Het zwarte goud heet al het rode bloed. Om de grap van Wim Kan te parafraseren zou je tegen de Saoedische koning kunnen zeggen: ‘Kom maar boven met uw petroleum, en neem ook uw geld mee.’

Of de Fed en de ECB moeten besluiten oliecontracten op te kopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden