Moederbedrijf Nuon gaat eerste subsidieloze zeewindpark bouwen. Hoe kan dat?

Vattenfall, de moedermaatschappij van Nuon, heeft de rechten bemachtigd om als eerste ter wereld een windpark op zee te bouwen zonder subsidie. Het windpark, Hollandse Kust Zuid geheten, krijgt een vermogen van ruim 700 megawatt en levert stroom voor een miljoen huishoudens.

Het Gemini Windpark dat voor de Nederlandse kust ligt.Beeld afp

Vattenfall kreeg de voorkeur van minister Wiebes van Economische Zaken boven mededingers Innogy (Essent), Statoil en Eneco. Vorig jaar was er ook al een Duits offshore windpark dat zonder subsidie werd gegund, maar dat park zal pas in 2025 klaar zijn. Hollandse Kust Zuid zal drie jaar eerder klaar zijn. Vijf vragen over een snelle kostendaling.

Helemaal zonder subsidie?

Ja, zonder subsidie. Voor de stroom van het windpark Gemini, boven Schiermonnikoog, betaalde de overheid in 2014 nog 14 cent per kilowattuur. Ter vergelijking: afgezien van belasting kost een kilowattuur op de markt maar rond de 7 cent.

Dat er geen subsidie wordt betaald, wil niet zeggen dat de staat geen kosten heeft. De staat betaalt de kosten om het park op het stroomnet aan te sluiten, en die bedragen 1,4 cent per kilowattuur.

De overheid heeft ook onderzoek laten doen naar de staat van de zeebodem. Daarbij gaat het om de vraag hoe geschikt die is om er windmolens op te bouwen. Directeur Berend Potjer van de Nederlandse WindEnergie Associatie vindt dat logisch. 'De overheid besteedt iets aan, maar moet dan natuurlijk wel in kaart brengen wat ze precies aanbesteedt. Dat doet ze ook als er een weg moet worden aangelegd.' Bovendien, als de overheid die kosten niet zou nemen, zouden alle bedrijven die meedongen zelf onderzoek moeten laten doen. Dat zou veel te duur worden.

Kan het nog goedkoper?

De kosten voor het bouwen van windparken op zee zijn spectaculair gedaald: met 40 procent in vier jaar. Sommige oorzaken van die daling bestaan nog steeds: bouwers leren van hun beginnersfouten en worden efficiënter. De verwachting is dat dat leerproces door gaat, misschien iets trager.

Ook de markt zat erg mee. De rente was heel laag (cruciaal voor windturbines), staal was goedkoop en de diensten van offshore-bedrijven ook, aangezien er een grote overcapaciteit is.

Dat al die markten op termijn eenstemmig blijven meezitten, lijkt onwaarschijnlijk, maar er zijn wel nieuwe hoopgevende ontwikkelingen voor de exploitanten van windmolens. Molens worden steeds groter en efficiënter. En, zegt Hans van Cleef van ABN Amrobank, stroom uit concurrerende bronnen zoals kolen en gas, zal duurder worden. Dat komt doordat de prijs van CO2-rechten (centrales moeten die betalen voor de uitstoot van een ton CO2) stijgt. Het afgelopen jaar verdubbelde die al tot 11 euro. Bovendien stijgt de prijs van stroom voor het eerst in jaren, onder meer doordat gas duurder wordt. Goed nieuws voor de windmolenaars, want hun concurrentiepositie wordt sterker.

Gaat de overheid bij het volgende windpark geld vragen?

Dat zou kunnen. Maar Berend Potjer, directeur van de belangenorganisatie van de windbranche NWEA, vindt dat geen goed idee. 'Voor de energietransitie is het juist belangrijk dat de prijs van windenergie laag blijft', zegt hij. Daar hoort niet een systeem in waarbij exploitanten moeten betalen voor het recht om windparken te bouwen.

Onmogelijk is het niet. In Engeland, zegt Potjer, hanteert de overheid een bruikbaar systeem: als de stroomprijs laag is, krijgt de windmolenaar subsidie; als die hoog is, moet hij de overheid juist betalen.

Hoe zeker is het dat dat park er komt?

Nagenoeg. Het is natuurlijk denkbaar dat Vattenfall, als bijvoorbeeld de markt verandert, toch wil afzien van de bouw. Maar in dat geval heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de bevoegdheid om de bouw op kosten van Vattenfall te laten uitvoeren (last onder bestuursdwang).

Hoe belangrijk is dat eigenlijk, windstroom van de Noordzee?

In 2016 was van alle elektriciteit slechts 12,8 procent uit hernieuwbare bron, en daarbij was windenergie met 7,1 procent veruit de belangrijkste. Volgens de Energieagenda zal dat in 2023 zijn gestegen tot 41 procent. De groei moet vooral komen uit zonne- en windstroom. In 2030, denkt Berend Potjer van windorganisatie NWEA, zullen windmolens ter land en ter zee samen de helft van de Nederlandse stroom produceren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden