vijf vragen over frietoorlog

Minister Kaag: Colombiaanse invoerbelasting op Nederlandse friet moet van tafel

Nederland is vrijdag tijdens een EU-beraad in het geweer gekomen tegen Colombia. Het Zuid-Amerikaanse land kondigde onlangs een invoerbelasting aan op bevroren frites uit Nederland, België en Duitsland. Het frietconflict uitgelegd in zes vragen. 

Aviko is het tweede grootste aardappelverwerkende bedrijf in Europa, en het vierde wereldwijd. Het is bovendien de grootste producent van gekoelde friet ter wereld. Beeld Hollandse Hoogte / John van Hamond

Waarom zijn de Colombianen boos?

Volgens Colombia dumpen Nederland, België en Duitsland bevroren frites, zakken frietjes zoals van bijvoorbeeld Aviko, tegen bodemprijzen op de Colombiaanse markt. Daardoor zijn ze goedkoper dan frites die zijn geproduceerd in Colombia, en kunnen lokale boeren hun aardappelen niet meer kwijt. Een invoerbelasting op de gewraakte Europese frites maakt deze duurder, zodat Colombiaanse aardappelboeren en -verwerkers weer kunnen concurreren met Europese producenten. Dat heet in handelstermen een ‘anti-dumpingbelasting.’ Bogotá heeft een tarief van 3 procent aangekondigd. De belasting is nog niet van kracht, maar dat kan op elk moment gebeuren. De kans is ook groot dat het percentage nog toeneemt. Dat meldt het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. 

Wat zeggen Nederlandse frietverkopers erover?

‘Kolder’, aldus Hylke Brunt, directeur van de Vereniging voor de Aardappelverwerkende Industrie (VAVI), de branchevereniging van de Nederlandse fritesindustrie. Volgens Brunt teelt én verwerkt Nederland veel efficiënter aardappelen dan Colombiaanse boeren dat doen, en kan het daardoor goedkopere frites produceren. ‘Zo werkt vrijhandel’, aldus Brunt. ‘Van dumping is geen sprake. Colombia neemt deze maatregelen om populistische politieke redenen.’ 

Zuid-Afrika en Brazilië kondigden in respectievelijk 2013 en 2017 ook al een anti-dumpingtaks af op Nederlandse frites. De VAVI vreest voor een domino-effect. ‘We horen ook al signalen uit Argentinië en Peru. Straks gaat de deur naar heel Zuid-Amerika dicht. Dat zou een gigantisch probleem zijn.

Over hoeveel aardappelen hebben we het eigenlijk?

Die vraag is makkelijker gesteld dan beantwoord. In 2017 exporteerde Nederland volgens het Centraal Bureau voor Statistiek 3.768.635 ton aardappelen naar meer dan honderdvijftig landen, met een totale waarde van 2,3 miljard euro. Die aardappelen zijn onderverdeeld in acht categorieën. Het gaat in dit geval om de categorie ‘aardappelen, enkel gekookt of gebakken, bevroren’ (tariefcode 2004.10.10.00). Dat zijn vooral voorgebakken en -gesneden frites. Nederland exporteerde vorig jaar 1,7 miljoen ton aardappelen in die categorie, waarvan 8.182 ton naar Colombia. De waarde van die export was 5,6 miljoen euro. Bezien op de totale aardappelexport van 2,3 miljard euro is dat een kleinigheidje: 0,2 procent.

Hebben de Colombianen misschien toch een punt?

Dumping gebeurt doorgaans om één van twee redenen. Reden één: land A zit met een overschot van een bepaald product waar het vanaf wil, en brengt het daarom tegen bodemprijzen op de markt in land B. Zucht Nederland onder een aardappel- of frietoverschot? ‘Categorisch nee’, zegt Dirk Strijker, landbouweconoom van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). ‘Door de droogte is de oogst dit jaar juist zo’n 20 procent minder dan gemiddeld.’

Reden nummer twee: het onderhands versterken van de eigen marktpositie. Een machtige fabrikant of groep fabrikanten van een bepaald product kan besluiten om - bijvoorbeeld - frites spotgoedkoop ergens op de markt te brengen, zodat (lokale) frietproducenten die marktconforme prijzen vragen hun waar niet meer verkocht krijgen. Het doel is om die failliet te doen gaan, zodat de dumpende partij de markt in handen krijgt. Vervolgens gooit die de prijzen omhoog: frietliefhebbers kunnen nu nergens anders meer heen. Ook dat lijkt onwaarschijnlijk, gezien de piepkleine export naar Colombia.

Wat wil Nederland nu?

Nederland, bij monde van minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag, ondersteunde vrijdag een Belgische oproep aan de EU om de Colombiaanse maatregel aan te vechten, zo nodig bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Als de Europese Commissie instemt met een klachtenprocedure bij de WTO, dan moet die organisatie beslissen of de Colombiaanse maatregelen tegen Europese frieten juridisch houdbaar zijn. 

Barst de patatoorlog dan nu los met een procedure bij de Wereldhandelsorganisatie?

Niet direct. De handelsvolumes zijn klein, en de rest van de EU heeft van deze specifieke belasting geen last. Maar als Colombia ongestraft Europese goederen kan belasten, dan kan straks de Spaanse tomaat of het Poolse ei ook de klos zijn. Deze waarschuwing voor precedentwerking sloeg vrijdag aan in Brussel. ‘De Europese Unie zal Europese friet verdedigen’, zei eurocommissaris voor Handel Cecilia Malmström. 

Als Colombia de belasting daadwerkelijk doorvoert, dan moet de Europese Commissie de kans op een positieve en vooral tijdige beslissing bij de WTO afwegen tegen de inspanning die het kost, en de kans op succes. Daar moet de organisatie waarschijnlijk nog even op broeden.   

In Steenderen is het hoofdkantoor van Aviko gevestigd en worden de producten vervaardigd. Beeld Hollandse Hoogte / John van Hamond
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.