Background

Middenklasse dreigt te verdwijnen

Eens waren ze de ruggengraat van de samenleving: keurige burgers met een vaste (kantoor)baan. Maar hun werk wordt in hoog tempo overgenomen door computers. Een hele klasse dreigt te verdwijnen.

Beeld Klaartje Berkelmans

Automatisering en robotisering vernietigen hun banen. En flexibilisering maakt hun inkomen onzeker. De afbouw van de sociale zekerheid kan hen elk moment in de val van de armoede storten. Daar is de crisis nog eens overheen gekomen. Miljoenen gezinnen zijn daarvan in de westerse landen de dupe.

De middenklasse is een bedreigde groep geworden, zoals de arbeidersklasse vijftig jaar geleden. In Nederland verdwijnen door de komst van computerprogramma's tienduizenden banen bij banken, verzekeraars en andere dienstverlenende beroepen omdat klanten de zaken nu zelf regelen via internet. Sommige optimistische economen denken dat er vanzelf wat nieuws voor in de plaats komt. In de hele geschiedenis zijn, zoals de creatieve destructietheorie van Joseph Schumpeter stelt, beroepen verdwenen en vervangen door andere, zoals de stoker op de trein of de hoefsmid in het dorp. Maar nu lijkt er toch iets anders aan de hand. Een hele klasse dreigt te verdwijnen door de digitale revolutie, waardoor informatie gratis is geworden en afstanden niet meer bestaan.

Digitale evolutie is misschien een betere term. Uit onderzoek van Anna Salomons, universitair docent aan de Universiteit Utrecht blijkt dat in Nederland het werkgelegenheidsaandeel voor mensen met een middelbare opleiding tussen 1993 en 2010 8 procentpunten is gedaald, terwijl het werkgelegenheidsaandeel voor ongeschoolden en hoger opgeleiden juist met respectievelijk 2 en 6 procentpunten steeg.

Salomons noemt dit 'polarisatie van werk'. Hoogbetaalde functionarissen als managers, chirurgen en ingenieurs blijven onmisbaar, net als lager betaalde als winkelpersoneel, serveersters, vuilnismannen en schoonmakers. De laag tussen de elite en onderklasse (kantoormedewerkers) krimpt. Vooral in de financiële sector regent het reorganisaties, omdat banken kantoren sluiten en hun dienstverlening door de klanten zelf via internet laten doen.

Een loodgieter aan het werk. Beeld anp

Promotie

Volgens het onderzoek van Salomons promoveren in Nederland nog meer mensen vanuit de middenklasse naar de hogere klasse dan er degraderen. Maar in andere delen van de westerse wereld is dat al omgekeerd. Witte boorden die in meerderheid weer blauwe overalls worden. Nu al vertaalt opleiding zich ook hier nauwelijks nog in extra salaris. Uit de laatste loonvergelijkingen komt naar voren dat een beginnend loodgieter met een middelbare opleiding 2.500 euro bruto per maand verdient, 300 euro meer dan een jurist met een academische opleiding.

Honderd jaar geleden rekende nog maar één op de vijf burgers zich tot de middenklasse. Zij behoorden tot de kleinburgerij of de geprivilegieerde groep van maandloners die de grauwe arbeiderswijken konden ontvluchten en zich settelden in nieuwe, ruim aangelegde buitenwijken of overloopgemeenten. Dat was in de tijd dat Philips in Nederland op weg was uit te groeien tot een concern van 100 duizend werknemers, Hoogovens tot 23 duizend en de scheepswerven van het latere RSV tot 17 duizend. Vanaf de jaren zestig verhuisde dit industriewerk naar lagelonenlanden of werd het gemechaniseerd. Het fysieke werk maakte plaats voor werk met het hoofd: routinematige bezigheden als boekhouden, tekstverwerking, verkopen en andere diensten.

Een leerkracht is bezig met voorbereidingen voor de eerste schooldag. Beeld anp

Well-respected

Eind jaren tachtig rekenden vier van de vijf mensen zich tot de middenklasse. Zij vormden de 'well-respected men en women'. De mensen in de financiële sector, de overheid, de zorg, het onderwijs; keurige burgers met hun eigen woning in een nieuwbouwwijk, een auto op het pad en een vliegvakantie naar de zomerzon. Ze koesterden hun kroost en brachten die naar viool- of balletlessen, hockey en voetbal, zodat ze hun talenten optimaal konden ontdekken en ontwikkelen. Ze werkten van negen tot vijf. Ze hadden een bonuskaart van Albert Heijn en een lidmaatschapkaart van de ANWB. Ze kregen hun midlifecrisis, maar zetten zich daar dapper overheen. Ze hadden de zekerheid van een pensioen. Voor de politiek waren ze de stabiele factor omdat ze in overgrote meerderheid op de middenpartijen stemden. Ze hadden wat te verliezen en gingen niet meer op de barricades staan. Sinds 2000 is dit omgeslagen: eerst langzaam en sinds de crisis steeds sneller.

Volgens een onderzoek van de KU Leuven en de School of Economics in Utrecht was de daling van het aandeel middenberoepen tussen 1993 en 2010 in Nederland 7,6 procentpunten. Dat is niet extreem hoog. In Frankrijk was dat 8,6 procent, in Zweden 9,6 , in Groot-Brittannië 10,9 en in Spanje zelfs 12 procent. De gevolgen zijn al merkbaar. De winkelketens die zich richten op de afnemende middenklasse (V&D, Hema, Blokker en Albert Heijn) hebben het moeilijk. De ketens voor de onderklasse (Lidl, Aldi, Primark, Action) doen het juist goed.

Oproepen van politici dat partijen zich weer op de middenklasse moeten gaan richten, zoals Wouter Bos onlangs deed in deze krant, lijken achterhaald. Electoraal lijkt er in de toekomst vooral iets te halen voor partijen die zich richten op de bovenklasse en de onderklasse. De PVV en SP hebben daar al succes mee.

Labour

De overgang van de arbeidersklasse naar de middenklasse vond in de jaren zeventig en tachtig plaats. Socialisten die dat niet onderkenden en te lang de klassenstrijd predikten, werden weggevaagd, zoals Labour onder leiding van Michael Foot en Neil Kinnock in Groot-Brittannië. De voormalige Amerikaanse acteur Ronald Reagan, de Britse kruideniersdochter Margaret Thatcher en de Nederlandse meubelmakerszoon Hans Wiegel wisten de nieuwe middenklasse veel beter aan te spreken. Met wat New Labour, Paars of de Derde Weg heette, werd in de jaren negentig het neoliberale gedachtegoed in de armen gesloten met een beperkt sociaal vangnet. Niet de klassenstrijd, maar de meritocratische samenleving werd het nieuwe sociaaldemocratische ideaal. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelde in 1996 dat de tweedeling in inkomen, beroep en opleiding in rap tempo aan het verdwijnen was.

Inmiddels weet iedereen dankzij Thomas Piketty dat het een foute inschatting is geweest. De verschillen in inkomen en vermogen nemen juist toe. De rijken worden steeds rijker en het aantal armen stijgt. Uit een onderzoek van Kendra Bischoff (Cornell University) en Sean F. Reardon (Stanford University) kwam naar voren dat nog maar 41 procent van de Amerikanen in middeninkomenswijken woont, tegen 65 procent in 1970. Daarentegen is het aantal gezinnen dat in achterstandswijken woont verdubbeld van 15 naar 30 procent. Nog amper de helft van de Amerikanen noemt zichzelf nu middenklasse en meestal met de cynische toevoeging: 'Hoe lang nog?'

In Europa bezat de rijkste 1 procent in 1980 eenvijfde van alle welvaart, in 2010 was dat gestegen tot een kwart. Die verschuiving is in Nederland nog relatief klein. Anna Salomons wil de VS en Nederland beslist niet over één kam scheren. 'De daling hier is veel minder groot. Dat heeft toch te maken met onze sociale voorzieningen. Als je in de VS van de maatschappelijke ladder valt, lig je meteen beneden. Hier gaat het toch treetje voor treetje.'

Beeld de Volkskrant

Zandloper

Het economisch bureau van ABN Amro concludeerde in het rapport Kwetsbare Klasse dat die verschuiving er ook hier wel degelijk is. Zo is het verschil tussen de bovenste 10 procent van de inkomensverdeling en de onderste 10 procent sinds eind jaren negentig ook in Nederland duidelijk toegenomen. In alle landen, inclusief Nederland, neemt het werkgelegenheidsaandeel van gemiddeld betaalde beroepen af. Ook het aandeel van gemiddeld opgeleiden in de totale beroepsbevolking is tussen 1996 en 2013 in dit land met 2 procentpunt afgenomen.

Hoogleraar sociologie William Wilson van de universiteit van Harvard, vergelijkt de nieuwe economie daarom met een zandloper; met een concentratie van rijkdom aan de top, slecht betaalde dienstverleningsbaantjes aan de onderkant en daartussen een leegloop van banen met een modaal salaris.

Nu is de middenklasse moeilijk te definiëren. Of het ene deel van de middenklasse is het andere niet. Behalve dat de middenklasse een economische groep is, zou het ook als een gemoedstoestand kunnen worden gezien: een van comfort en zekerheid. Middenklasse-gezinnen hebben een redelijk inkomen. Ze hebben een vaste baan en hoppen niet van het ene naar het andere baantje of van seizoenwerk naar seizoenwerk zoals de armen doen. Sommigen definiëren middenklasse als Jan Modaal, plus de 25 procent die daaronder zit en de 25 procent die daarboven zit. Anderen noemen gezinnen middenklasse die na aftrek van vaste lasten eenderde van hun gezamenlijk inkomen vrij kunnen besteden aan vakanties, een auto, aflossing van studieschulden en pensioenvoorzieningen.

De middenklasse is hoe dan ook de ruggengraat van de samenleving. Daarom wil de elite en bohème er zo graag de draak mee steken. Schrijver Cyrill Connolly noemde 'slums de broedplaatsen van criminaliteit, maar de nieuwe middenklassewijken die van apathie en delirium'. Middenklassehelden zijn antihelden: Frits van Egters uit Van het Reve's De Avonden of Jörgen Hofmeester uit Grunbergs Tirza. De echte helden komen altijd uit de upper class of uit de working class. In Groot-Brittannië is het leven als een echte middenklasser tot kunst verheven in boeken als The Art of Middle Class ('Zeg je toilet of wc?). Daar zijn speciale hondenvoermerken, lampenkappen en handdoeken voor de middenklasse. De Britten delen de middenklasse gezien de omvang op in upper middle class (advocaten, artsen,hoogleraren en andere beroepen die in Nederland tot de elite horen), middle middle class (leraren, verzekeringsagenten, administrateurs) en lower middle class (onderwijzers, vaklieden en winkeliers).

Beeld de Volkskrant

Werkende armen

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hanteert in het rapport Verschil in Nederland het door de socioloog Max Weber gemaakte onderscheid tussen vele typen van klassen op grond van inkomen, leefstijl, netwerken en gezondheid. Uit deze cijfers kan worden opgemaakt dat van 1975 tot 2009 het aandeel van de arbeidersklasse fors is afgenomen - van 38,4 tot 23,8 procent - en die van de upper class toegenomen - van 7,6 tot 14,7 procent. De middenklasse neemt weliswaar toe, maar daarbij vooral het aandeel van de upper middle class, terwijl die van de lower middle class al afneemt. Sinds 2009 is dat veel sneller gegaan.

Hoogleraar Cok Vrooman van het SCP: 'We weten niet hoe die ontwikkeling na 2009 was, maar kijkend naar het inkomen zien we wel een groei van het aantal werkende armen. Dat betreft voor een deel mensen uit de middenklasse die door de recessie zijn afgezakt. Het valt te bezien of dat weer zal bijtrekken nu het economisch beter gaat.' Salomons stelt dat de middenklasse ook minder recessiebestendig is: 'Het idee van een middenklasse is ook dat ze tegen een stootje kunnen, maar als een deel van hen bij een lagere klasse terechtkomt, zijn recessies pijnlijker.'

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden