Meyn kreeg wereldvoorsprong door hoge lonen

Nederland is niet alleen een specialist in het mesten van kippen, maar vooral ook in het doden ervan . Twee Nederlandse bedrijven verkopen namelijk meer dan de helft van de kippenslachtlijnen in de wereld....

Defauwes is financieel directeur van het Oostzaanse familiebedrijf Meyn dat deze week werd verkocht aan het Amerikaanse Talon uit Detroit. Pas door de verkoop wordt de schijnwerper gericht op deze slapende reus die is gevestigd aan een smal dijkje in het waterland boven Amsterdam. Een bedrijf dat naar negentig landen exporteert. Meer dan de landenvestigingen van huisbankier ABN Amro, grinnikt Defauwes.

Grote fabriekshallen liggen verborgen achter de dorpsstraat en grenzen aan de achterzijde aan uitgestrekte veenweiden. Hier komt een kwart van alle kippen slachtmachines ter wereld vandaan. De concurrent Stork uit Boxmeer heeft nog eens 30 procent van de wereldmarkt.

Toen de Zaankanter Piet Meyn hier in 1959 zijn eerste slachtmachines fabriceerde, speelde hij in op een ontwikkeling waarin Nederland voorop liep. De miljoenen kippen die Nederlanders verorberden konden niet langer met de hand worden geslacht, geplukt en in stukken gedeeld. 'De arbeidskosten stegen snel en het was vies werk waar je niemand meer voor kon vinden', zegt Defauwes. De automatisering van het kippen slachten begon dus in Nederland, en die voorsprong is niet meer weggegeven.

Inmiddels zijn Meyns modernste slachtlijnen - waar honderd man personeel jaarlijks zo'n 75 miljoen kippen kunnen slachten - bijna volautomatisch. De enige resterende handeling is dat iemand de levende kippen met hun kop in een haak hangt - en de 35 onderzoekers van Meyn zoeken zelfs naar manieren om die ingreep te automatiseren.

De vraag naar efficiëntere en snellere machines groeit, want ondanks tegenslagen als Belgische gifkippen is de pluimvee-industrie nog steeds de enige echte groeisector van de vleesindustrie. Jaarlijks groeit de consumptie met 6 procent, en het aandeel van kip in de wereldwijde vleesconsumptie steeg in tien jaar van 16 naar 26 procent, blijkt uit onderzoek van de voedselorganisatie FAO.

De groei is er nog lang niet uit, want terwijl een Amerikaan inmiddels 38 kilo kip per jaar eet, houdt een Chinees het bij zes kilo en een Indiër bij twee ons. De betrekkelijk lage prijs van kip is een reden van zijn toenemende populariteit in arme landen, en de lichte verteerbaarheid van kipvlees is weer interessant voor de vergrijzende bevolking in westerse landen, zegt Meyns marketing directeur Henry Regeling.

Dus terwijl de vraag naar kip groeit, stijgt ook de vraag naar snellere slachtmachines. De almaar groeiende investeringen in nieuwe technologie wegen zwaar bij Meyn, dat dit jaar een omzet verwacht van 160 miljoen gulden. In 1995 en 1996 had Meyn een paar slechte jaren door verlieslatende nevenactiviteiten. Bovendien wilde Meyn de schade inhalen op de Amerikaanse markt, waar Stork heerst. In de VS wordt een kwart van alle kip gegeten.

De interesse van het veel grotere Talon - evenmin beursgenoteerd en dat schept een band - dat nog geen kippenslachtmachines maakte, kwam dus als geroepen. Het bedrijf wil investeren en kan helpen met de bewerking van de Amerikaanse markt. 'Een perfect match', zegt Regeling, waarop Defauwes verzucht 'dat we geluk hebben gehad'.

Voor de familie Meyn die nog 50 procent van de aandelen bezat, betekent het afscheid. Hoewel, niet voor iedereen. Zeven Meyns werken nog bij Meyn, en ze wonen nog steeds tegenover de fabriek, aan de overkant van de dijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden