Met 'Normaal. Doen.' komt het vast weer goed met Opel

Opel is hét automerk bij uitstek voor een land waar burgers door hun premier gemaand worden normaal te doen. Normaal doen zit in de kernwaarden van het merk dat in de jaren zestig, zeventig en tachtig grote successen boekte door de opkomende middenklasse 'veel auto' te bieden voor een redelijke prijs.

Nieuwe Opels op de parkeerplaats van de Opelfabriek in het Duitse Eisenbach. Beeld EPA
Nieuwe Opels op de parkeerplaats van de Opelfabriek in het Duitse Eisenbach.Beeld EPA

De Ascona, de Record, de Kadett; het waren eenvoudige auto's voor vaders die dankzij een vaste betrekking op kantoor in staat waren een wagen te kopen om zichzelf en het gezin in te verplaatsen. Betrouwbare auto's zonder opsmuk, waarmee zowel de directeur van de lagere school als de vertegenwoordiger in fournituren een representatieve indruk maakten.

Vooral de Kadett was zo succesvol dat Opel in Nederland in de jaren tachtig en negentig het bestverkochte automerk werd. Volkswagen richtte zich met zijn Kever en later de Golf en de Passat op ongeveer dezelfde kopersgroep, maar dit merk loodste zichzelf in de jaren negentig stapje voor stapje het premiumsegment in, waar zich aan Golfs GTI verlustigende young executives voor flinke winstmarges zorgden.

Verval

Opel bleef Opel, en wist het succes tot het eind van de jaren tachtig te prolongeren. Daarna begon het verval, onder meer door gebrek aan aandacht van moederbedrijf General Motors. Opel kwam met modellen die in technologisch opzicht achterbleven op de concurrentie en niet langer konden concurreren op prijs en kwaliteit. Rond de eeuwwisseling hadden zich bovendien nieuwkomers gemeld als Kia en Hyundai, die destijds weliswaar onaantrekkelijk ogende auto's maakten, maar die kwalitatief goed waren en niet te veel kosten. Opels bleken niet langer uit Duitsland te komen, maar uit Zuid-Korea. De Duitsers moesten het antwoord schuldig blijven, terwijl ze de aansluiting hadden gemist met het hogere segment.

In de jaren die volgden, kwijnde het merk weg in de autostatistieken, een trend die nog eens werd versterkt door de financiële crisis van 2008, waarbij moederbedrijf GM zelf bijna failliet ging en gered moest worden door de Amerikaanse overheid. GM verbrak de banden met Saab (waarmee het slecht afliep) en ook Opel dreigde te worden afgezonken. Hoewel het merk sinds de eeuwwisseling verlies heeft geboekt, hield GM het aan, als laatste bastion in het weerbarstige Europa.

Opels in het Engelse Cheshire. Beeld AFP
Opels in het Engelse Cheshire.Beeld AFP

Pompen of verzuipen

Intussen was bij Opel het besef doorgedrongen dat het pompen of verzuipen was. In een poging de oude kopersmarkt terug te winnen, keerde het bedrijf terug naar zijn leest: degelijke auto's maken voor een redelijke prijs. Die renaissance werd gemarkeerd met de Karl in 2014, een eenvoudig autootje dat de concurrentie uit het Verre Oosten aan kon. Tekenend voor het nieuwe Opel was de persintroductie van de Karl. Waar nieuwe auto's doorgaans worden onthuld op exotische locaties in Venetië, Ibiza of de Algarve, werd de Karl gepresenteerd op de Zaanse Schans. Inmiddels verkoopt het model beter dan de populaire Hyundai i10.

Ook de nieuwe Astra, nazaat van de Kadett, boekt succes door veel te bieden voor een redelijke prijs, zonder protserig te zijn. Rond een Astra zullen nooit jongetjes samendrommen om foto's te maken voor hun autoblog. Er zitten ook geen kekke frivoliteiten op, zoals de rubberen piramides op de deur van de Citroën C4 Cactus. Een Astra doet liever normaal. Precies zoals de Opelrijder het altijd had gewild.

Tekst gaat verder onder foto

Opel-fan Bart Limburg achter het stuur van zijn Opel Olympia uit 1951 Beeld Marcel Wogram
Opel-fan Bart Limburg achter het stuur van zijn Opel Olympia uit 1951Beeld Marcel Wogram

Renault en Nissan

Nu komt het merk dus onder de hoede van Peugeot en Citroën. Het is de vraag hoe de Duitse degelijkheid zich zal verhouden tot de Franse slag. Of gründlichkeit zal mengen met ohlala. Hoewel Opel onder leiding blijft van de huidige CEO Karl-Thomas Neumann, is het de vraag hoe veel invloed de Fransen zullen krijgen op de modelvoering en de keuze voor toeleveranciers.

Dat Franse autobouwers kunnen samenwerken met fabrikanten uit andere landen, bewijst de succesvolle samenwerking tussen Renault en het Japanse Nissan. Geruststellend is dat de huidige PSA-baas Carlos Tavares ooit de nummer-twee was bij Renault. Als hij hetzelfde kunstje flikt als zijn voornaamgenoot Carlos Ghosn bij Renault, komt het goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden