Met elke nota wordt het zorgstelsel goedkoper

De rekening van de invoering van een nieuw zorgstelsel kan omlaag. Zelfs nog verder dan topambtenaren in een bijna gereed advies van de Centraal Economische Commissie (CEC) nu berekenen....

Bronnen betrokken bij het CEC-advies melden dat dit bedrag geldt bij volledig nominale premies, dat wil zeggen ongeveer dezelfde vaste zorgpremie voor iedereen, zoals ook het kabinet Balkenende voorstond.

De CEC-conclusie verbaast omdat de politiek tot nu toe met een veel groter bedrag rekening hield. Het kabinet Balkenende reserveerde hiervoor zelfs 2,25 miljard euro. De ambtenaren leggen in de tekst niet uit hoe ze de kosten drukken, maar ingewijden melden dat het om 'echte sommen' gaat met kinderkortingen, arbeidskortingen en zorgtoeslagen.

De ambtenaren komen met veel efficiëntere mix van instrumenten, dan die van het kabinet Balkenende. Op voorspraak van vooral de VVD wilde het kabinet algemene voor iedereen geldende belastingverlagingen. De afschaffing van de Onroerende Zaakbelasting (OZB) en de teruggave van het Kwartje van Kok zijn de meest opvallende ongerichte belastingverlagingen.

Het CDA realiseerde zich meteen na de val van het kabinet dat de rekening van het nieuwe stelsel omlaag kon en schrapte zowel de afschaffing van de OZB als het kwartje van Kok.

De partij reserveert in de aanvulling op het verkiezingsprograma nu nog één miljard euro speciaal voor het zorgstelsel. Echter ook de lastenverlichting van het CDA is niet effectief. De helft van dit bedrag valt kennelijk toe aan mensen die geen nadeel ondervinden van het nieuwe zorgstelsel, want de topambteraren van de CEC stellen dat het met de helft minder kan.

Maar het kan nog goedkoper. In de invloedrijke zorgnota Vraag aan Bod staat dat de kosten van de invoering voor de compensatie fors omlaag kunnen met een nog niet bestaand instrument: de inkomensafhankelijke heffingskorting.

Heffingskorting is een inmiddels ingeburgerd fiscaal begrip voor een vaste aftrekpost. Deze bestaat altijd uit een vast bedrag dat een bepaalde doelgroep mag aftrekken. Heffingskortingen zijn wel afhankelijk van bijvoorbeeld leeftijd - jonger of ouder dan 65 - maar nog niet van inkomen.

Het voordeel van het instrument is dat het buitengewoon goedkoop en effectief is. Het nadeel is dat je een hele bureaucratie moet optuigen. Ook de administratieve lasten van werkgevers stijgen, omdat ze op 'loonstrook-niveau' moeten aangeven of iemand recht heeft op de heffingskorting.

De andere manier om de kosten te drukken is een groter deel van de premies afhankelijk te maken van het inkomen. GroenLinks en de PvdA pleiten hier bijvoorbeeld voor. In de Vraag aan Bod is te lezen dat ook hierdoor de kosten van inkomenscompensatie zullen dalen.

Of dat ook geldt ten opzichte van het CEC-advies is nog onduidelijk. De doorgerekende kinderkorting is ook inkomensafhankelijke en een zorgtoeslag is dat ook. Het kabinet Balkenende had overigens ook een inkomensafhankelijke zorgtoeslag en kinderkorting in de plannen zitten.

Dit lijkt allemaal erg inefficiënt. Waarom zou je vaste premies voor iedereen bepleiten als je via de fiscus het geld weer inkomensafhankelijk teruggeeft? De topambtenaren zijn evenals het kabinet Balkenende toch voorstander van volledig nominale premies, omdat volgens hen alleen dan de goede prikkels voor verzekeringsmaatschappijen ontstaan. Als de verzekerde toch gecompenseerd wordt bij hoge premies, laat een maatschappij natuurlijk nooit zijn premies zakken, is de redenering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.