‘Met alle middelen’ de spaarder te lijf

De Nederlandsche Bank (DNB) is aangesteld om toezicht te houden op de financiële sector, met name op de gezondheid van banken, verzekeraars en pensioenfondsen....

Deze toezichthouder vindt zichzelf deze dagen terug in rechtszalen, om daar te vuur en te zwaard rekeninghouders te bestrijden van een bank die failliet is gegaan. Inzet is een bedrag van enkele miljoenen euro’s uit de boedel van Van der Hoop Bankiers, de Amsterdamse effectenbank die december 2005 ten onder ging. De vraag is: gaat dat geld naar de gedupeerde rekeninghouders, of naar de gezamenlijke banken, die nog iets willen terugzien van de strop die ze lijden door de Collectieve Garantieregeling (CGR)?

DNB voert deze regeling uit, die spaarders veertigduizend euro vergoedt, mocht er iets misgaan met hun bank.

DNB heeft zich hiermee in een positie gemanoeuvreerd waarin de bank te kijk staat als loopjongen van de sector waar ze als toezichthouder boven zou moeten staan. De juristen van de bank treden vandaag voor de derde keer in twee weken op in de Amsterdamse rechtbank en waarschijnlijk zullen ze zich weer verliezen in allerlei juridische haarkloverijen, spitsvondigheden en uitwijkmanoeuvres. Doel: voorkomen dat binnenkort een eerste uitbetaling uit de boedel van Van der Hoop plaatsvindt. Die zal ruim vijftig miljoen euro groot zijn – elke schuldeiser krijgt 65 procent van het bedrag dat hij heeft geclaimd. Maar DNB heeft laten weten die uitbetaling ‘met alle mogelijke juridische middelen te zullen bestrijden’.

Afgelopen woensdag, toen de partijen elkaar voor de tweede keer bij de rechter zagen, was te zien waar dat zoal toe leidt. Een DNB-advocaat opperde dat de rechter-commissaris in het faillissement partijdig was. De behandeling van het faillissement door curator Rutger Schimmelpenninck noemde hij ‘een haastklus’. Schimmelpenninck – die met de faillissementen van HCS, Fokker en het onderzoek in de Ceteco-affaire niet echt de status van rommelaar heeft opgebouwd – toonde zich ontdaan. ‘De eerste maanden hebben we uitstekend samengewerkt met DNB. Nu staan we hier tegenover elkaar. Dat spijt mij zeer’, zei hij.

Geklungel over de manier waarop de garantieregeling CGR moet worden uitgevoerd, staat centraal in de strijd. Het maakt voor rekeninghouders nogal wat uit of ze hun garantiebedrag ontvangen voor of na de uitbetaling van 65 procent. Als ze het vooraf krijgen, wordt de 65 procent berekend over een lager bedrag, en ontvangen ze in totaal minder dan degenen die met hun CGR-aanvraag wachten tot na de boedelbetaling.

Die ongelijkheid moet worden weggenomen, vinden alle partijen, en een advocaat van DNB liet op een bijeenkomst van alle schuldeisers in maart (de verificatievergadering) weten dat dat ook zou gebeuren. Iedereen die vóór de eerste uitbetaling al CGR-geld had ontvangen, zou door een aanvulling van DNB uiteindelijk net zo veel ontvangen als degenen die hebben gewacht.

Tevredenheid alom, want dit was min of meer de gunstigst denkbare variant.

Een paar weken later echter blijkt dat DNB wil proberen die eerste uitbetaling uit te stellen tot na de datum waarop het mogelijk is een beroep te doen op de CGR (22 mei), zodat die ongelijkheid zich helemaal niet zal voordoen. Maar in december heeft de curator al aangekondigd te streven naar een eerste betaling in april, zo werpen de rekeninghouders tegen, en dat wist DNB ook in maart.

De rekeninghouders zeggen dat de reden van deze ommezwaai is dat de banken geen trek hebben om te betalen. DNB zegt dat er van geen ommezwaai sprake is, de bank ontkent zelfs dat sprake is van een toezegging. Men rept van ‘een vermeende toezegging’ of ‘dat wat een toezegging zou inhouden’ of zegt ‘als dat zo is gezegd’, als de woorden van de betreffende advocaat worden geciteerd. Terwijl op de verificatievergadering honderden mensen hetzelfde hebben gehoord, terwijl er bandopnamen zijn van die vergadering, en terwijl de advocaat van de rekeninghouders de volgende dag per e-mail een bevestiging van het DNB-beleid heeft ontvangen.

In het kort geding, dat vandaag wordt voortgezet, is DNB dit punt echter al kwijt. In het tussenvonnis dat de kort-gedingrechter deze week wees, maakt hij duidelijk dat het hier een toezegging betreft.

Toch is het niet uitgesloten dat het juridische powerplay de toezichthouder iets oplevert. Dat is namelijk tijd. Voor wie eropuit is tijd te rekken – en de bank wil niets anders – is een rechtszaal luilekkerland. Na afloop kan deze onafhankelijke toezichthouder zich dan op de borst kloppen: toch maar mooi de grootbanken een paar miljoen euro bespaard, en die vervelende rekeninghouders eronder gekregen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden