Meeste pensioenfondsen staan er zeer slecht voor

Tweederde van de pensioenfondsen staan er financieel zo slecht voor dat ze herstelplannen moeten inleveren. Daaronder bevinden zich vier van de vijf grootste fondsen.

De pas gepensioneerde Jac voert samen met zijn kleindochter de eendjes, tijdens zijn vaste oppasdagBeeld anp

Tweederde van de Nederlandse pensioenfondsen staat er zo slecht voor dat ze (in veel gevallen voor de tweede keer) een herstelplan moeten indienen bij De Nederlandsche Bank (DNB). Het zou gaan om 160 van de ongeveer 250 pensioenfondsen.

Dat bevestigen ingewijden uit de pensioenwereld tegenover de Volkskrant. Onder de fondsen wier financiële situatie zorgelijk is, bevinden zich vier van de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland. De dekkingsgraad van het ambtenarenfonds ABP, het zorgfonds PFZW en de metaalfondsen PME en PMT bevond zich op 1 januari onder de minimumgrens die DNB stelt. Deze vier fondsen bevestigen op hun website dat ze voor 1 juli een nieuw herstelplan moeten indienen bij de toezichthouder. Het pensioenfonds voor de bouwnijverheid, BPF Bouw, hoeft geen herstelplan te maken.

Flinke waardestijging

Dat de pensioenfondsen bepaald niet in blakende conditie verkeren, was al enige tijd duidelijk. De fondsen publiceren maandelijks of eenmaal per kwartaal hun dekkingsgraad. Bij de meeste fondsen kachelde die graadmeter van financiële gezondheid het afgelopen jaar gestaag achteruit. De oorzaak is de sterk gedaalde rente. Door die lage rente moeten pensioenfondsen veel meer vermogen opbouwen om hun deelnemers waardevaste pensioenen te kunnen uitkeren. De fondsen profiteren wel van de flinke waardestijging van hun aandelenpakketten, maar die winst kan de tegenvaller van de rentedaling niet compenseren.

Na de kredietcrisis zaten veel pensioenfondsen ook al in de problemen. In 2009 moesten zij daarom een eerste herstelplan bij DNB indienen. Die herstelplannen liepen vijf jaar. Om weer boven Jan te komen moesten fondsen vervelende maatregelen nemen als premieverhogingen, indexatiepauzes en verlaging van het opbouwpercentage. Sommige pensioenfondsen, waaronder ABP, PME en PMT moesten de pensioenuitkeringen zelfs verlagen.

Sinds 1 januari 2015 gelden er nieuwe regels voor de herstelplannen van de pensioenfondsen. De fondsen mogen er nu tien jaar over doen om weer financieel gezond te worden in plaats van vijf jaar. Daardoor zijn kortingen op de pensioenen minder snel nodig. Als het wel nodig is, mogen fondsen die korting over tien jaar uitsmeren. Vroeger moest de pijn meestal in één jaar worden genomen.

Keerzijde

De keerzijde hiervan is dat ook indexatie (het verhogen van de pensioenen als de dekkingsgraad hoog genoeg is) langer op zich laat wachten en langzamer verloopt dan in het oude systeem.

Nu de meeste pensioenfondsen zich weer in onderdekking bevinden pakt het nieuwe systeem gunstig uit voor gepensioneerden, omdat kortingen nu kunnen worden uitgesteld en deels vermeden. Dat stelt fondsbesturen in staat de tekorten door te schuiven naar de toekomst en naar jongere generaties. DNB moet als toezichthouder de herstelplannen beoordelen en erop toezien dat de fondsbesturen in hun herstelplan een evenwichtige afweging maken tussen de belangen van verschillende leeftijdsgroepen.

Er is naar verluidt op dit moment maar één fonds dat er zo slecht voorstaat dat het volgend jaar misschien de pensioenen moet verlagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden