Meer hypotheek voor tweeverdieners met hoog inkomen

Tweeverdieners kunnen in 2016 tot wel 22.000 euro meer lenen voor de aankoop van een huis dan dit jaar. Voor het eerst in zeven jaar versoepelt budgetinstituut Nibud de leennormen voor grote groepen huizenkopers. Dit geldt niet voor alleenstaanden en kostwinnersgezinnen. Voor hen daalt de maximale hypotheek op 1 januari opnieuw met enkele duizenden euro's.

Foto anp

De meeste tweeverdieners kunnen volgend jaar een hogere hypotheek afsluiten, omdat hypotheekverstrekkers het tweede inkomen dan voor de helft mogen meetellen bij het bepalen van de maximale woonlast. Tot nu toe mochten zij het inkomen van de minst verdienende partner maar voor een derde meenemen bij het berekenen van de maximale hypotheek.

Het Nibud adviseert deze 'meetelnorm' voor tweeverdieners de komende jaren geleidelijk verder te verhogen, totdat het tweede inkomen in 2023 volledig meetelt voor de hypotheekverstrekking.

De versoepeling van de hypotheeknorm voor tweeverdieners is te danken aan de gestage afschaffing van de 'aanrechtsubsidie'. Dat belastingvoordeel voor het traditionele kostwinnersgezin wordt sinds 2009 elk jaar verminderd totdat het in 2023 helemaal is verdwenen. Hierdoor daalt het netto beschikbaar inkomen van eenverdienersgezinnen.

Leidraad

Ondanks de aanrechtsubsidie betalen huishoudens waarin beide partners werken gemiddeld minder belasting. Van hetzelfde bruto inkomen houden tweeverdieners dus meer over dan eenverdieners. Nu de aanrechtsubsidie geleidelijk verdwijnt wordt dat verschil in netto inkomen steeds groter, constateert het Nibud. Een tweeverdienerskoppel met een gezamenlijk inkomen van 30.000 euro houdt per maand 200 euro meer over dan een eenverdienerspaar met hetzelfde bruto inkomen. Bij een bruto huishoudinkomen van 75.000 euro is dat verschil bijna 600 euro.

Deze ontwikkeling staat haaks op het feit dat de Nibud-normen eenverdieners bevoordelen. Eenverdieners kunnen sinds jaar en dag een hogere hypotheek krijgen dan tweeverdieners met hetzelfde huishoudinkomen. De redenering daarachter is dat paren waarvan maar één partner werkt niet hun volledige verdiencapaciteit benutten. Als de kostwinner werkloos of arbeidsongeschikt raakt, kan de niet-werkende partner een baan zoeken om het gezinsinkomen aan te vullen.

(Tekst gaat verder na de grafiek)

Lees ook: Huiseigenaren laten bij hypotheek veel geld liggen

Voor veel huizenbezitters is het lucratief te wisselen van hypotheekaanbieder. De kosten van de overstap zijn vaak lager dan die van de nieuwe rente. Dat kan honderden euro's per maand schelen.

Foto de Volkskrant

'Risicoafslag'

Bij tweeverdieners is het juist andersom, redeneert het Nibud. Vooral starters kopen vaak een huis als beide partners voltijds werken. Zodra er kinderen komen gaat een van hen of gaan beiden minder werken en daalt het inkomen, terwijl de hypotheek gebaseerd is op twee fulltimebanen. Tweeverdieners kunnen hun inkomsten minder goed opvijzelen als zich financiële problemen aandienen, omdat er geen rek meer zit in hun verdiencapaciteit. Daarom mogen hypotheekverstrekkers niet uitgaan van twee volledige inkomens, maar moeten zij een 'risicoafslag' voor tweeverdieners toepassen.

Maar het Nibud is een beetje van deze redenering terug gekomen, zo bleek maandag uit de toelichting op de nieuwe hypotheeknormen. In de jaren tachtig stopten bijna alle Nederlandse vrouwen met werken als ze kinderen kregen, maar dat kostwinnersmodel komt steeds minder voor. De gevreesde inkomensterugval in tweeverdienersgezinnen is dus een minder groot risico dan vroeger. Bovendien maken huisvrouwen die nooit gewerkt hebben nauwelijks kans op een baan. Op de aanname dat zij het gezinsinkomen kunnen aanvullen als hun man werkloos wordt, is dus nogal wat af te dingen. Voor jonge ouders die (tijdelijk) minder zijn gaan werken is het gemakkelijker het aantal arbeidsuren weer op te voeren als de geldnood aan de man is.