Meer geld graag, meneer Van der Ploeg

Woensdag 10 mei is het uur nul voor de kunstensector, dan publiceert de Raad voor Cultuur het advies over hoe de miljoenen de komende vier jaar moeten worden verdeeld....

IN 1969 had je de Actiegroep Tomaat, in 1998 kreeg de kunst bewindsman dr F. (Rick) van der Ploeg. De analogie is van de staatssecretaris zelf, alhoewel hij begrijpt dat de vergelijking licht provocatief is. 'Iedere cultuurwetenschapper weet dat veranderingen in het culturele leven worden veroorzaakt door kunstenaars, tomatengooiers of cultuurminnende burgers, kortom door het particulier initiatief. Maar door bestuurders?' (Van der Ploeg, 16 maart 2000, in een toespraak in Utrecht over zijn Actieplan Cultuurbereik). Dat vraagteken suggereert overigens dat hij bereid is zijn eigen ongelijk te bewijzen.

Drie decennia geleden, toen in de tomaten in de Stadsschouwburg Amsterdam de opmaat vormden voor grote veranderingen in het toneelbestel, bedroeg de totale kunstbegroting van het rijk 51 miljoen gulden. Dat is nu zo ongeveer de exploitatierekening van de Nederlandse Opera. Met 41 miljoen rijkssubsidie is de opera is de 'duurste' van de 299 instellingen, dansgezelschappen, toneelgroepen, rijksmusea, festivals, ensembles, orkesten en koepelorganisaties die de afgelopen vier jaar rijkssubsidie hebben gekregen in het kader van de Cultuurnota 1997-2000. En het is een van de 734 groepen die de geldpot de komende maanden voor een nieuwe periode van vier jaar moeten verdelen.

Dat getal van 734 is een record. Nog nimmer hebben zo veel groepen zo veel geld geclaimd. 998 Miljoen gulden subsidie per jaar wordt er verlangd, terwijl er maar circa 575 miljoen te verdelen valt . Het terrein der verlangens varieert van It Frysk Amateur Toaniel - oprjochte 20 july 1953 (13 duizend gulden), via het gezelschap Mime Geeft Vreugde (twee ton), en het Nederlands Turks Theater Atelier (vier ton) tot aan het Koninklijk Concertgebouworkest (circa zeven miljoen) en het Rijksmuseum (28 miljoen).

Dat de som van al dit cultureel initiatief zo historisch hoog uitpakt, is de schuld, zegt de Raad voor Cultuur, van de daadkrachtige staatssecretaris zelf. Want het is door zijn beleid dat 'tal van instellingen naar wij aannemen werd geïnspireerd een aanvraag in te dienen' (Raad voor Cultuur aan Van der Ploeg, 26 januari 2000). Deze brief, de eerste van de nieuwe voorzitter van de Raad, Winnie Sorgdrager, schetst in kort bestek de houdgreep waarin dit hoogste adviescollege op het gebied van cultuur is geplaatst. Sorgdragers tekst ademt in elk woord, elke zin een heldere boodschap: ZO GAAT HET NIET; ER MOET GELD BIJ, meneer Van der Ploeg.

Dat is nu het toverwoord in de kunstsector, meer geld, meneer Van der Ploeg, graag wat miljoenen uit die miljardenmeevallers van minister Zalm. Want als u veel wilt veranderen en als er geen nieuw geld komt, wordt het een slachting op 10 mei, de dag waarop de Raad voor Cultuur zijn advies presenteert voor de Cultuurnota 2001-2004.

I'm not going to be popular

I will not be famous, great

I will go on adventuring

changing

opening my mind and my eyes

refused to be stamped

and stereotyped.

(Virginia Woolf)

Theatergroep Carrousel (1,06 miljoen gulden nu, 1,1 mln gewenst) heeft de staatssecretaris een gedichtje meegezonden in haar subsidieaanvraag. Dat slaat terug op de nieuwe prioriteiten die Van der Ploeg er de afgelopen 31 maanden bij de kunstwereld heeft ingehamerd - groter publieksbereik van kunst, meer allochtonen en jongeren naar theater, concertzaal en museum, meer educatie, beter in doelgroepen denken, cultureel ondernemerschap tonen en beter luisteren naar de markt.

Het gedicht is een lichtpuntje in die lawine van 743 subsidieverzoeken waarin op elke bladzijde de terminologie van de staatssecretaris echoot: 'Meer en breder publiek', beloven de subsidie-aanvragers te zullen bereiken. Workshops met Turken en Marokkanen, wij ambiëren culturele verscheidenheid, wij werken met nieuwe media, of, zoals de instelling zich noemende DO (iets met thematieken en netwerken) het helemaal heeft begrepen: 'Het kunstproduct moet een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement opleveren'. (Drie ton a.u.b.)

Het is een bonte berg waar de Raad voor Cultuur zich nu doorheen moet worstelen. Instellingen als Boeng Diepie, Bartje op Zuid, Xynix, Ze doen wat ze kunnen en De Wassen Neus claimen hun plaats in het bestel. Dat is al een gauw een kantoorkamer vol papier, die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur graag beschikbaar stelt. Zij het dat alleen de begrotingen openbaar zijn, de bijbehorende beleidsplannen gelden als vertrouwelijk. Het argument daarvoor is dat de plannen 'concurrentiegevoelige' informatie kunnen bevatten.

Wie de papierberg te lijf gaat, begrijpt heel goed waarom de Raad voor Cultuur al eind januari - koud een week nadat ze de stapel subsidieverzoeken in huis hadden - om meer geld heeft gevraagd. Want de ambities waarmee Van der Ploeg de kunstsector heeft willen wakker kussen, komen als een boemerang terug in de hoogte van de subsidieverzoeken.

Niet alleen voelen veel nieuwe interculturele instellingen zich geroepen door zijn beleidsopvattingen in de kunstcarrousel te stappen (de nieuwe aanvragers zijn goed voor 250 miljoen). Ook de bestaande instellingen willen aan al zijn speerpunten invulling geven. Maar dat kost natuurlijk extra geld (zij vragen 722 miljoen subsidie aan, bijna 150 miljoen meer dan dat ze nu kregen).

Iedereen wil geld, en wie al geld heeft, wil meer. Van de reeds gesubsidieerde clubs komt maar 1 procent op het idee om hetzelfde bedrag te wensen als voor de periode 1997-2000. De rest wil groeien. Het verlanglijstje van het Filmmuseum (9,6 miljoen nu) is een getrapte raket die pas bij circa 18 miljoen miljoen ophoudt. Het Concertgebouworkest heeft twee miljoen meer nodig voor onder meer een salarisverhoging van 10 procent voor de musici en een uitbreiding van de fte's (fulltime equivalenten) voor het orkest van 107 naar 120. Het Nationale Ballet verlangt tonnen boven op de 9 miljoen subsidie om de 'sterrenstatus van de dansers uit te breiden, zodat de jongeren kunnen worden bereikt.'

De meeste verzoeken van de grote clubs worden met plausibel klinkende argumenten onderbouwd. OCW heeft de cultuursector jarenlang kort gehouden. De stijgende werkgeverslasten en productiekosten werden nooit of nauwelijks gecompenseerd. Het Scapino Ballet (6,3 miljoen nu, 4,5 ton extra gevraagd) schrijft: 'Het bedrag voor het maken van producties was begin jaren negentig nog 25 procent van ons budget. Dat is geslonken naar 22,5 procent nu en als weer geen compensatie voor gestegen lasten plaatsvindt, resteert er nog maar 17,7 procent.' Eenzesde deel van het budget wordt nog maar besteed aan dat waarom het gaat, het maken van voorstellingen.

En wie nu al aan een mission impossible denkt, vergeet Van der Ploegs hardste eis: de doorstroming. Hij schrijft aan de Raad voor Cultuur: Van de 743 aanvragen is 60 procent nieuw. 'Degene die meent dat ondanks de bijna 450 nieuwe aanvragen volstaan kan worden met marginale aanpassingen, moet met overtuigende argumenten komen.' Hij eist nieuwe namen in het kunstenplan: 'Ik zou u een werkwijze willen voorstellen om aan de urgentie van de doorstroming recht te doen. Kijk bij het creëren van de benodigde ruimte voor meer dynamiek niet eerst naar wat eruit kan, maar begin met vast te stellen wat erin moet. En leid vervolgens daaruit af wat er dus uit moet.'

Zolang er geen extra geld komt, is doorstroming 'echter moeilijker te realiseren dan op papier', schrijft de Raad per kerende post terug. Want van de 575 miljoen die ogenschijnlijk valt te verdelen, ligt in werkelijkheid een groot deel vast. 177 Miljoen naar de rijksmusea, een miljoen of honderd naar de orkesten, vijftig naar de grote toneelgezelschappen, tientallen miljoenen naar ensembles, postdoctorale opleidingen, instituten. Grofweg ligt driekwart van het budget op die manier vast.

Zonder nieuw geld, geen nieuw beleid, zegt Sorgdrager eigenlijk tegen Van der Ploeg.

Minister Klompé beheerde de portefeuille cultuur in 1969. Een jaar na de Actie Tomaat had zij het kunstbudget verhoogd van 51 miljoen naar 61 miljoen. Het moet anders, beslisten de cultuurbestuurders toen: 'Er moet extra aandacht worden besteed aan het bereiken van nieuwe publieken die niet of nauwelijks met toneel in de meest uitgebreide zin van het woord in aanraking komen.' (directeur Kunsten van het Ministerie van CRM, drs. Th. van Velzen in 1974.)

'Wie is uw doelgroep', is een van de standaardvragen die OCW anno 2000 aan aan subsidieaanvragers stelt. En juist de man die aan het begin van de vorige cultuurnotaperiode artistiek dood werd verklaard en alleen door een politiek stuntje nog in het bestel werd gehouden, geeft het bijdehandste antwoord.

'De doelgroep, is de groep die niet komt', schrijft Jan Joris Lamers van Maatschappij Discordia.

De ambtenaar van OCW die dit las heeft er een gedachtenstreepje bij gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.