De Shelltop tijdens de afgelopen aandeelhoudersvergadering (buiten beeld nog Gerrit Zalm). Drie van de dertien zijn vrouw.
De Shelltop tijdens de afgelopen aandeelhoudersvergadering (buiten beeld nog Gerrit Zalm). Drie van de dertien zijn vrouw. © Arie Kievit

Mars van vrouwen naar de top verloopt tergend traag

Het aandeel vrouwen aan de top groeit maar langzaam, zelfs bij bedrijven en organisaties die het doel van meer vrouwen op de hoogste niveaus steunen.

Bij de 251 bedrijven en organisaties die het 'charter' Talent naar de Top, voor meer topvrouwen, hebben ondertekend, bestond de top vorig jaar voor 20,9 procent uit vrouwen. Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde cijfers van het initiatief. Dat is, hoewel nog steeds ruim onder het 'wettelijke streefcijfer' van 30 procent, ruim 1 procentpunt meer dan een jaar eerder.

In de sector cultuur, media en communicatie zijn topvrouwen het best vertegenwoordigd, in de sector bouw, industrie, transport en energie het minst

Toen was de groei van het aantal vrouwelijke bestuurders en commissarissen nog niet eens een half procentpunt, meldt de commissie die de voortgang bij de deelnemers in de gaten houdt. Ook het percentage vrouwen in de subtop - de lagen net onder de raad van bestuur en het hoogste management, de kweekvijver voor een plek op het pluche - groeide licht, met bijna een procentpunt tot 25,8 procent.

Talent naar de Top houdt de moed erin: bij twee derde van de 251 deelnemers nam het aandeel vrouwen in de top vorig jaar toe, merkt de commissie onder leiding van oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet op. Bij de ondertekenaars bestaat verder al bijna 44 procent van de raden van bestuur uit vrouwen. Voor de raden van commissarissen is dat 21,4 procent. Dat is veel meer dan bij bedrijven en organisaties die het charter niet hebben ondertekend. Daar is nog niet een op de tien bestuurders een vrouw. Bij de commissarissen is het net iets meer dan een op de tien.

Wettelijk streefcijfer

Bij beursgenoteerde bedrijven moeten volgend jaar de raad van bestuur en de raad van commissarissen voor minimaal 30 procent uit vrouwen bestaan. Het is nu al duidelijk dat dit 'wettelijk streefcijfer' bij lange na niet wordt gehaald. Daarmee blijft een verplichtend vrouwenquotum boven de markt hangen. Daarover is niemand enthousiast, en voor het bedrijfsleven is het zelfs een schrikbeeld, maar als er ondanks de jarenlange pogingen maar zo langzaam topvrouwen bij komen, zit er niets anders op, stellen de voorstanders.

In een uiterste poging een quotum te voorkomen, begonnen minister Jet Bussemaker en werkgeversvereniging VNO-NCW een database, met inmiddels meer dan 800 topvrouwen. Die moet een eind maken aan het nog vaak gebruikte excuus dat geen geschikte vrouwen gevonden konden worden.

Het wettelijk streefcijfer wordt later dit jaar geëvalueerd. Bussemaker liet dit voorjaar weten dat het 'echt vijf voor twaalf is'. Ze zei geen voorstander te zijn van een quotum, maar de invoering van het paardenmiddel 'met deze slakkengang' niet uit te kunnen sluiten.

Talent naar de Top 'drukt de politiek op het hart' geen gas terug te nemen, en te zorgen voor een stimulerende omgeving voor ouders die werk en zorg combineren. Vrouwen zelf zouden zich op hun beurt meer bewust moeten zijn van hun kwaliteiten en zich competitiever moeten opstellen. Ze moeten een 'actieve houding' hebben bij het kenbaar maken van hun voorkeur voor bestuurlijke functies en het belang van nevenfuncties inzien.

In de sector cultuur, media en communicatie zijn topvrouwen het best vertegenwoordigd, in de sector bouw, industrie, transport en energie het minst. 'Opvallend genoeg', aldus de commissie, zitten de publieke sector, overheid en onderwijs al jaren in de middenmoot. Ze maken hun voorbeeldfunctie dus niet waar.