'Mannen lopen nog steeds met een strop om hun nek'

Hij was nog niet van de modeacademie af en Aziz Bekkaoui won al een grote prijs. De ontwerper schopt graag tegen modedogma's. Waarom mag een bankklerk bijvoorbeeld geen T-shirt aan?

Modeontwerper Aziz Bekkaoui tussen zijn ontwerpen Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Hoger was haute couture nooit geweest: in haar koningsblauwe reuzenjurk torende Marina Abramovic bijna tien meter uit boven het publiek van het Guggenheim Museum in New York. De beroemdste performancekunstenaar ter wereld was in de herfst van 2005 bezig aan de slotvoorstelling van haar Seven Easy Pieces, maar zoals gewoonlijk was er niets makkelijks aan: zeven uur lang stond ze op een ladder om als een menselijke torenspits boven een kathedraal van stof uit te rijzen.

'Dress by Aziz', stond in het programmablaadje. Voor het maken van de jurk moest modeontwerper Aziz Bekkaoui (47) uitwijken naar een Amsterdamse gymzaal - in zijn vertrouwde atelier in de Jordaan was niet genoeg ruimte voor de 200 meter zijde, leer en organza voor de jurk. Sinds hij er als jongeling over had gedacht om architectuur te gaan studeren, was hij nooit zo dichtbij de bouwkunst gekomen als met deze wolkenkrabber van een avondjurk.

Conceptueel en een beetje dada

Twintig jaar zit Bekkaoui nu in het modevak. De carrière van de in het Marokkaanse Berkane geboren couturier begon met een paukenslag: hij was nauwelijks afgestudeerd aan de modeacademie in Arnhem of hij won de prestigieuze Grand Prix voor de beste vrouwencollectie tijdens het Festival des Jeunes Stylistes in het Zuid-Franse Hyères.

Bekkaoui was al stomverbaasd dat zijn in de avonduren op een oude Singer naaimachine in elkaar gezette eindexamencollectie uit vele honderden inzendingen werd geselecteerd bij de tien finalisten. 'Tijdens de treinreis naar Hyères zat ik nog met naald en draad in de hand m'n collectie af te maken', vertelt Bekkaoui. Nog groter was zijn verbazing toen bleek dat de jury met onder meer modeontwerpers Jean-Paul Gaultier en John Galliano en de interieurarchitecte Andrée Putman hem de allerbeste vonden. 'Conceptueel en een beetje dada', vond de jury van zijn bijna onzichtbaar in elkaar overlopende combinaties van shirts en rokken of jacks en japons, getoond door met hoofdkappen van perspex getooide modellen.

Bedrijf Aziz Bekkaoui
Waar Amsterdam
Sinds 1996
Aantal werknemers 3
Jaaromzet bedrijfsgeheim

Melkkleuren

De volgende ochtend sloeg couturier Paco Rabanne zijn ochtendkrant Libération open en zag op de voorpagina een foto van Bekkaoui's winnende collectie. Rabanne bood hem een plek aan in het voorprogramma van zijn nieuwe modeshow in Parijs. Na de show kwamen David Bowie en zijn vrouw Iman langs in de kleedkamer om hem te complimenteren.

Anno 2016 past Bekkaoui niet meer alleen in het hokje 'mode'. Hij viel de afgelopen jaren niet alleen op met zijn ontwerpen voor een 'Lonsdale-boerka' en een nieuw gewaad voor kardinaal Simonis, maar hij organiseerde in 2011 ook de culturele manifestatie Melkkleuren, over de (volgens hem) essentie van de Nederlandse cultuur: melk. Bioloog Tijs Goldschmidt, vakbondsvrouw en tuindersdochter Agnes Jongerius, dichter Mustafa Stitou en vele anderen zongen op Bekkaoui's initiatief de lof van de witte motor als symbool voor de (opnieuw volgens Bekkaoui) strakke, efficiënte en goed georganiseerde Nederlander.

Iemand van Bekkaoui's entourage werkt aan de collectie. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Kubus

En vorig jaar opende hij niet alleen de Amsterdam Fashion Week, maar hij ontwierp ook de kostuums voor Mozarts opera Le nozze di Figaro van het Orkest van de achttiende eeuw. Hij maakte Amsterdam bovendien een 'selfiemoment' rijker: sinds het najaar staat een grote spiegelende kubus tussen het Stedelijk en het Van Gogh Museum. De kubus, een soort glitterende Kaäba, doet denken aan het werk van Anish Kapoor. Het object is bedoeld als een ontmoetingsplek op het Museumplein, vertelt Bekkaoui. 'Ik heb de kubus zo ontworpen dat je in een oogopslag beide musea kunt zien als je erin kijkt.'

De Volkskrant-rubriek 'De Onderneming' kent één onderdeel dat ondernemers ongeveer even lief is als een wortelkanaalbehandeling: het kader waarin de jaaromzet staat. '50 duizend euro per jaar? Nee, veel meer!', schatert Bekkaoui om de wat al te conservatieve schatting van de verslaggever. Maar hoeveel het precies is wil hij liever niet vertellen. 'Het verschilt per jaar. Soms doe ik het ene jaar een investering voor een project dat pas het jaar erna plaatsvindt.'

Specialismen

Qua personeel heeft Bekkaoui niet meer nodig dan twee mensen vast in dienst, hoewel zijn entourage voor grote projecten als een modeshow kan oplopen tot 25 man. Bekkaoui doet bijna alles zelf: van het prilste idee voor een kledingstuk tot de eerste proef. Alleen de productie besteedt hij uit aan ateliers. 'Dat is niet zo vanzelfsprekend, tegenwoordig zijn het allemaal specialismen op zich: iemand die een patroon maakt, iemand die de stof snijdt - je bent zo al vijf afdelingen voorbij voordat je een kledingstuk hebt.'

Het verbaast hem hoe onderwijs in specialismen is geregimenteerd. Zelf heeft de zoon van een automonteur zich nooit iets van deze hokjesgeest aangetrokken. Tijdens zijn jeugd in Voorburg, waar hij op zijn zesde vanuit Marokko naartoe verhuisde, maakte hij niet alleen zijn eigen kleding, maar ook meubels, hutten, autootjes en customized fietsen. Na de havo ging hij eerst naar de mts en volgde hij avondcursussen, waar hij zich bekwaamde in allerlei ambachten: leerbewerking, gips gieten, de mechanica van de naaimachine, technische tekeningen maken, etcetera. 'Ik vond het belangrijk om niet alleen artistiek bezig te zijn, maar ook de techniek in de vingers te hebben.'

Zijn entree op de Arnhemse modeacademie was daardoor een cultuurschok. 'Ik kwam de kantine binnen en daar zag ik één lange tafel met alleen maar modemensen, één tafel met alleen maar grafische studenten, één tafel met alleen maar architectuurstudenten. Ik was de enige die bij al die groepen aanschoof en bijvoorbeeld op de kunstafdeling gipsmallen zat te maken voor mijn collectie. Van het omgaan met al die disciplines heb ik heel veel geleerd.'

Waarom

In zijn collecties probeert Bekkaoui altijd terug te keren naar de essentie van het modeambacht: waarom dragen we bepaalde kledingstukken? Waarom zien ze eruit zoals ze eruit zien? Zoals de kleding die hij aanheeft tijdens het interview al laat zien - een T-shirt, zwart colbert, korte broek en een geruite arbeiderspet - combineert hij graag sjiek met comfortabel en informeel. Zo ontwierp hij ooit een joggingbroek van kasjmier, ragfijn doorgestikt waardoor hij op een nette pantalon leek.

'Waarom voelen we ons als we naar de bank gaan eerder vertrouwd met iemand die een stropdas draagt dan met een bankbediende in een T-shirt? Terwijl we allemaal T-shirts in onze kast hebben hangen. We slikken kledingvoorschriften vaak voor zoete koek, terwijl ze ook ooit maar bedacht zijn door modeontwerpers. Vervolgens is van hun idee een protocol gemaakt waaraan iedereen zich denkt te moeten houden. Daarom vond ik het zo mooi toen prins Claus eind jaren negentig zijn stropdas afwierp. Hij vond de stropdas een vorm van verstikking - en dat is het ook. Vrouwen zijn allang bevrijd van het corset en de wespentaille, maar mannen lopen nog steeds met een strop om hun nek.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden