MAN MET EEN GEHEIM

Rudy van Gelder (81) zette de standaard voor plaatopnamen van jazz. Zijn geremasterde opnamen verschijnen nu in een Volkskrant-box. Het klinkt alsof de band bij je in de huiskamer staat....

In het bos bij het non-descripte plaatsje Englewood Cliffs ligt eenbakstenen achthoekig gebouw zonder ramen. Met zijn twaalf meter hogepuntdak lijkt het op een tempel. Eentje waar een geheimzinnig genootschaphuist. Eigenlijk klopt dat ook.

De opnamestudio in New Jersey, slechts op een kwartiertje rijden van NewYork, is een van de heiligste plekken van de jazz. En zijn bewoner heefteen geheim. Al decennia lang proberen mensen uit te vinden hoe het komt datalle muziek die Rudy Van Gelder heeft opgenomen zo waanzinnig klinkt. De81-jarige geluidstechnicus: 'Ik ga het niemand vertellen.'

Trek een willekeurige jazzplaat uit de jaren vijftig of zestig uit dekast en de kans is zeer groot dat de naam Rudy Van Gelder achterop staat.Duizenden opnamen maakte hij, voor labels als Prestige, Verve, Savoy,Impulse en in de jaren zeventig CTI. Maar het bekendst is Van Gelder doorzijn werk voor Blue Note. Het label stond mede dankzij het door Rudy VanGelder gecreëerde geluid garant voor kwaliteit. Hij zette de standaardvoor hoe jazz op plaat moest overkomen. Nog altijd zijn dj's dol op hetgedefinieerde klankbeeld waarbij de instrumenten haarfijn te onderscheidenzijn terwijl ze warm, 'live' en een tikje rauw klinken. Alsof de band bijje in de huiskamer staat. 'Dat vind ik een enorm compliment, heel erg fijnom te horen,' aldus de onverbiddelijk bescheiden opnametechnicus.

Een afspraak maken met Rudy Van Gelder is moeilijk. Hij heeft slechteervaringen met interviews en wil vooraf weten waar het gesprek precies overzal gaan. Pikante verhalen over musici zijn bij hem niet te halen. Vragenover technische details zijn uit den boze. Er zijn foto's uit zijn studiobekend waarop herensokken over de microfoons zijn getrokken om type en merkverborgen te houden. Of zijn die sokken juist het geheim?

Van Gelder kan er om lachen. In tegenstelling tot wat de verhalensuggereren, blijkt hij een vrolijke man die gemakkelijk praat. Eenvriendelijke wetenschapper die er een sport van maakt af en toe een grapjete maken om vervolgens te checken of je hem begrijpt. Maar zijn ogenachtervolgen je door zijn zelfgebouwde heiligdom, in 1959 ontworpen samenmet het architectenbureau van Frank Lloyd Wright. Zeker is dat de akoestiekvan deze ruimte een belangrijk ingrediënt is van het geheim. Hij klinktniet kurkdroog en neutraal, zoals moderne studio's, maar heeft een eigenkarakter. De min of meer ronde, hoge ruimte is van cederhout en grootgenoeg voor een volledig orkest. Hier hebben vrijwel alle grootheden vande jazz gestaan. Miles Davis, Art Blakey, John Coltrane, Hank Mobley, JimmySmith - om maar wat te noemen. In een hoekje staan de microfoons opstatieven. Met hoesjes eromheen. 'Zullen we nu in de controleruimte gaanzitten?'

Voordat Van Gelder deze studio had gebouwd, gebruikte hij de woonkamervan zijn ouders in het even verderop gelegen Hackensack. Ook daar zijn velelegendarische opnamen gemaakt. De pianist Thelonious Monk, die vaak pastijdens de opnamesessie titels bedacht, noemde een van zijn compositiesnaar het plaatsje. 'Mijn vader kwam uit Arnhem, mijn moeder wasAmerikaanse. Ik ben volledig als Amerikaan opgevoed.'

Op een dag zag hij achterop een stripblaadje een advertentie staan vooreen van de eerste eenvoudige opname-apparaatjes: Record Your Own Voice!'Het werkte met schijfjes met een lege groef waar het geluid in werdgekrast. Heel basaal.' Vanaf dat moment bleef Van Gelder zich verdiepen inopnametechnieken en radiozendapparatuur. Hij hield van jazz, veel van zijnvrienden waren muzikanten, dus hij begon ze op te nemen. In de avonduren,want overdag werkte hij als oogmeetkundige. Opleidingen totgeluidstechnicus waren er niet. De hobby liep uit de hand toen steeds meermusici en platenmaatschappijen om zijn diensten vroegen. 'Mijn vader enmoeder hebben zelfs een extra deur in het huis gezet, zodat ze niet doorde woonkamer hoefden wanneer we bezig waren.'

Een opname van de baritonsaxofonist Gil Mellé kwam in 1953 terecht bijAlfred Lion, producer bij het toen nog kleine label Blue Note. Die brachtde plaat uit en vroeg zijn technicus of hij musici in het vervolg zo konlaten klinken. 'Dan kun je beter naar degene gaan die het heeft opgenomen,want ik zou niet weten hoe hij het heeft geflikt,' was het antwoord. Eenvijftien jaar lange samenwerking was geboren.

'Ik hield niet van de manier waarop jazzplaten toen klonken', zegt VanGelder. 'Het leek te weinig op wat je hoorde, wanneer je er zelf bij was.Door nauw met de musici samen te werken ben ik tot mijn geluid gekomen, hetbeste wat mogelijk was binnen de technische beperkingen van die tijd.' RudyVan Gelder ziet zichzelf vooral als probleemoplosser. 'Je moet mij nietverwarren met een producer. Die huurde de musici, bepaalde het repertoireen wat er uiteindelijk op de plaat kwam te staan. Ik zorgde ervoor dat hettechnisch zo gesmeerd mogelijk verliep. Elke muzikant vereiste een anderetechnische aanpak.'

Lastig waren bijvoorbeeld de trompettist Lee Morgan en deHammondorganist Jimmy Smith. Voor beiden geldt dat ze nogal expressiefwaren in hun spel. 'Lee Morgan blies zo heavy dat mijn apparatuur het niettrok. Ik heb een bevriende elektrotechnicus mijn mengtafel moeten latenaanpassen. Jimmy Smith gebruikte elke hoek van het orgel en ging vanfluisterzacht tot gierend hard. Tegenwoordig heb je apparatuur die datcompenseert, maar toen was het echt lastig.'

Zag hij er tegenop als dergelijke musici naar de studio kwamen? 'Nee.Zo heb ik er nooit naar gekeken. Het was mijn werk.'

Van Gelder had weinig persoonlijk contact met de musici. 'Ik kende hunspel na verloop van tijd natuurlijk goed, maar dat was het. Van beidekanten hadden we het te druk met ons werk.' Een uitzondering was drummerPhilly Joe Jones. 'Hij was een bijzonder goed acteur. Hij kwam vaak voorde sessies begonnen al langs en dan nam ik hem op terwijl hij geweldiggrappige verhalen vertelde. Daar heb ik goede herinneringen aan.'

Hoe de gemiddelde opnamedag verliep, wisselde per platenmaatschappij.Om de enorme vraag naar zijn diensten in banen te leiden, bedeelde VanGelder elke maatschappij met een eigen dag in de week. 'Met Blue Noteduurden sessies een uur of vier, vijf. Alfred Lion bereidde de zaakuitgebreid voor en had vooraf repetities met de musici. Je moet jevoorstellen, er waren geen overdubs of correcties mogelijk, dus het wasbehoorlijk intensief. We deden meestal zo'n twee of drie takes per nummer,meer niet. Bij Prestige ging het er losser aan toe. Er werd veelgeëxperimenteerd, dus ik deed dat ook. Wat ik ervan leerde, paste ik weertoe bij Blue Note.'

Wat vind Van Gelder er eigenlijk van dat cd's met opnamen uit die tijdtegenwoordig vaak meerdere takes van sommige nummers bevatten? 'Het zijnafgekeurde opnamen.' Maar misschien wel interessant, ook al zijn ze nietperfect. 'Misschien wel. Maar ze zijn afgekeurd, om wat voor reden dan ook.Dat is alles wat ik erover zeg.'

Over andere moderne ontwikkelingen is de technicus uitermate positief.Hij werkt met de nieuwste digitale apparatuur en is zeer te spreken overSuper Audio Cd en Surround Sound. Soms bellen muzikanten in de hoop dat hijnog opneemt met analoge spullen uit de jaren zestig. Nee dus. 'Ik wil echtniet terug naar de dagen van tape snijden met een scheermesje. Ik wil nietterug naar vinyl, niet terug naar buizenversterkers en ik wil niet meerzonder digitaal mixen en opnemen op meerder sporen. Analoog is een leukeplek om te bezoeken, maar ik zou er niet willen wonen.'

Dus Van Gelder zweert niet bij vinyl, zoals veel jazzliefhebbers? Detechnicus kijkt of hem zojuist is voorgesteld om zijn studio de Hudson inte schuiven. 'Je moet het zo zien: alle geluidsdragers zijn in feitekopieën van de mastertape. Die kan best analoog zijn. Maar analoog laatzich niet echt goed kopiëren naar een ander analoog formaat. Daaromklinken lp's vervormd ten opzichte van wat ik hier in de studio hebgehoord. Daar komt bij dat platen naar het midden toe slechter klinkenomdat ze daar minder snel draaien. Voorwaarde voor cd is wel dat hetmasteren goed is gedaan.'

Sinds enkele jaren is Rudy Van Gelder gestaag bezig met het opnieuwbewerken van een groot deel van de Blue Note catalogus. Remasteren moetniet worden gezien als digitaal oppoetsen. Er wordt uitgegaan van deoriginele mastertape en die wordt via moderne technieken op cd gezet. Vananaloog naar digitaal dus, waardoor de kopie die in de winkel ligt veeldichter het origineel benadert. 'Het remasteringproject is voor mij eengeschenk uit de hemel. Eindelijk kan ik de muziek zo laten klinken als ikbedoeld heb. Daarnaast is het een genot om al mijn oude opnamen tebeluisteren. Voor het eerst kan ik echt van de muziek genieten. Destijdswas ik te druk met technische zaken. Ik denk voortdurend: ongelooflijk datik erbij was toen dit gespeeld werd!' Zou Van Gelder niet ook zijn opnamenvoor andere maatschappijen onder handen willen nemen? 'Dolgraag, maar zijhebben daar blijkbaar geen behoefte aan. Ik heb het er liever niet over,want die opnamen worden nu dus op manieren bewerkt waar ik niet gelukkigmee ben.'

De pianostemmer die zojuist de twee vleugels in de studio heeft gestemdkomt even dag zeggen. Hij heeft zijn stagiaire meegenomen. Mag hij een keerterugkomen voor een foto en een handtekening? Is goed. Zelf heeft VanGelder nooit leerlingen. Zijn enige assistent is Maureen Sickler. Zij helptwanneer hij opnamesessies doet, tegenwoordig een paar in de maand. OokNederlandse musici onder wie Jesse van Ruller en The Houdini's zijn delaatste jaren bij hem geweest. Maar Sickler, die ook nu op de achtergrondeen vriendelijk oogje in het zeil houdt, is geen opvolger. 'Niemand heeftde oren van Rudy,' zegt ze. Maar waarom geeft Van Gelder zijn kennis nietdoor? 'Dat is een heel delicaat onderwerp,' zegt de technicus, 'en ik benbang om onaardig over te komen. Maar ik zal je zeggen hoe ik me daar diepvan binnen over voel.'

'Toen ik begon met opnemen was er niemand die me iets leerde. Als ikiets vroeg, kreeg ik geen antwoord. Ik heb alles zelf moeten uitvinden. Jehad in die tijd maar drie platenmaatschappijen: RCA, Decca en Columbia. Deonderlinge concurrentie was moordend, hun opnametechnieken waren alsstaatsgeheimen. Als er brand was in een studio lieten ze de brandweer nogniet naar binnen. Waarom zou iets waar ik zo ontzettend hard voor hebgewerkt zomaar te geef zijn? Echt waar, de keren dat ik per ongeluk ietsheb verklapt, voelde ik me daarna beroofd. Ik had een knoop in mijn maag.En soms vertelde ik hoe ik iets deed en dan geloofden mensen me niet,haha.'

'Ik vraag me af wat voor zin het heeft om mijn methoden te vertellen.Francis Wolff was de vaste fotograaf van Blue Note. Al die beroemde hoezenzijn van hem. Hij kwam hier altijd fotograferen en ik hielp hem soms metde techniek van zijn camera. Bij een sessie van de altsaxofonist JackieMcLean werd ik gevraagd of ik even een foto wou maken. Ik gebruikte zijnspullen, precies dezelfde techniek waar hij al die fantastische plaatjesmee heeft geschoten. Het werd een waardeloze foto.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden