'Made in Holland' is steeds aantrekkelijker

Eenvoudige arbeid laten doen in lagelonenlanden blijkt toch niet altijd slim. Steeds meer bedrijven halen werk terug naar Nederland. De sociale werkplaats vaart er wel bij.

Medewerkers van de sociale werkplaats verpakken snoep van Look-O-Look in de fabriek in Andelst.Beeld Marcel van den Bergh

Ondergrondse afvalcontainers in elkaar zetten. Luxe jachten bouwen. Persoonlijke snoepjes met je naam erop inpakken. Tuinpotten fabriceren. Steeds meer werk dat wegens lagere loonkosten werd uitbesteed aan China of Oost-Europa wordt teruggehaald naar Nederland. Made in Holland mag dan vaak duurder zijn, die extra kosten wegen niet altijd meer op tegen de hogere kwaliteit of snelheid waarmee binnenlands vervaardigde producten kunnen worden geleverd. Het is een voorzichtige trend die reshoring heet.

Harde cijfers over het aantal arbeidsplaatsen dat terugverhuist naar Nederland ontbreken, omdat daar nauwelijks onderzoek naar wordt gedaan. Betrokkenen zien echter steeds meer praktijkvoorbeelden. Tientallen, zegt de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. 'Terwijl er nog nauwelijks beleid is en bedrijven soms niet eens weten dat ze aan reshoring doen. Soms gaat het niet zozeer om het terughalen van werk, maar om het behoud van banen.'

Als ondernemers oog hebben voor de kosten die gemoeid zijn met het uitbesteden, maken ze soms andere afwegingen, zeggen betrokkenen. 'Goederen zijn vaak lang onderweg. Dat kost geld en soms is de vraag naar het product al veranderd voordat de containers uit China zijn aangekomen. Bovendien stijgen ook de overheadkosten, want wie uitbesteedt moet erop toezien dat de werkzaamheden elders goed worden uitgevoerd', zegt Jaap Docter, directeur regionale dienstverlening van de Kamer van Koophandel (KvK). 'Na de hype van uitbesteden die in de jaren negentig begon, worden bedrijven zich nu bewust van de verborgen kosten die ermee gepaard gaan.'

Kamer van Koophandel

Dat een toenemend aantal Nederlandse bedrijven reshoring belangrijk vindt, blijkt ook uit onderzoek van de Kamer van Koophandel. Van de kleinere bedrijven (tot vijftig medewerkers), overweegt 14 procent geoffshored werk terug te halen naar Nederland of toch niet aan het buitenland uit te besteden. Van de grote bedrijven is dat 24 procent. Bij de Kamer van Koophandel kunnen bedrijven aan de hand van een vragenlijst inschatten of reshoring zin heeft.

'Inmiddels doen al honderd bedrijven per maand de scan. Daaruit blijkt dat de belangstelling voor reshoring toeneemt', zegt Docter van de KvK. De Universiteit van Tilburg komt in het najaar met een vragenlijst waarmee ondernemers een kostenvergelijking kunnen maken tussen produceren in Nederland of in een lagelonenland.

Ondanks de interesse van ondernemers voor reshoring blijft de hoofdtrend tegengesteld: er verdwijnt meer werk naar het buitenland dan er wordt teruggehaald. Uit Europees onderzoek onder ruim 1.300 bedrijven met meer dan honderd werknemers blijkt dat bijna 10 procent in Nederland tussen 2009 en 2011 werk naar het buitenland heeft verplaatst, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. In dezelfde periode haalde 1,2 procent van de grote bedrijven naar het buitenland verhuisd werk terug. Daarnaast verplaatste 2,1 procent van de bedrijven activiteiten die altijd in het buitenland plaatsvonden naar Nederland. Over twee jaar wordt het onderzoek herhaald.

Beeld Marcel van den Bergh

Robots

Het verslepen van arbeidsplaatsen blijft een trend. Die pakt voor Nederland nadelig uit, zegt Steven Brakman, hoogleraar internationale economie aan de Universiteit van Groningen. 'Als in China de loonkosten stijgen, komt het werk niet terug naar Nederland. Dan wijkt een bedrijf uit naar Vietnam of Cambodja, waar het werk nog goedkoper is. Veel productiewerk dat terugkomt naar Nederland wordt hier bovendien door robots gedaan.'

Het eenvoudigste productiewerk dat terugkeert naar Nederland wordt gedaan in sociale werkplaatsen. Dankzij de subsidie die deze beschermde werkplekken nu nog krijgen, kunnen ze het opnemen tegen de lagelonenlanden. Maar door de bezuinigingen verdwijnt een groot deel van de SW-bedrijven in de komende jaren. In plaats daarvan komen er garantiebanen in het gewone bedrijfsleven. Ondernemingen betalen dan alleen voor wat iemand met een arbeidsbeperking levert (zie inzet).

Hoogleraar Wilthagen, pleitbezorger van reshoring, vindt dat de overheid het terughalen van werk meer moet stimuleren. Anders is er straks onvoldoende werk om het beoogde aantal garantiebanen te vullen. De economische groei blijft voorlopig bescheiden. 'De beste methode om toch veel banen te creëren is door het midden- en kleinbedrijf onorthodox veel ruimte te geven. Bijvoorbeeld door middel van overheidskredieten en het afschaffen van de verplichting om twee jaar loon door te betalen bij ziekte. Arbeid moet veel goedkoper worden. En waarom geen subsidie voor bedrijven die terugkomen naar Nederland? Ze maken daarvoor kosten waar iets tegenover mag staan.'

Veelbesproken onderwerp

Reshoring is een veelbesproken onderwerp, zegt Hans van der Steen, directeur arbeidsvoorwaarden van werkgeversvereniging AWVN. 'Soms houden ondernemers zich misschien nog te veel met hun bedrijf bezig en hebben ze onvoldoende oog voor wat de samenleving wil. Reshoren is een van de mogelijkheden om die kloof in het verwachtingspatroon te overbruggen. Het creëren van nieuwe werkgelegenheid zou nog mooier zijn.'

Hier en daar neemt de overheid al maatregelen om arbeidsintensief werk in Nederland aantrekkelijker te maken. Zo stelt de regio Tilburg eenmalig geld beschikbaar voor investeringen. Die half miljoen euro uit het Stimuleringsfonds Arbeidsmarkt Midden-Brabant levert dit jaar vijftig reguliere arbeidsplaatsen op.

Met steun van dat fonds heeft snoepleverancier Vero Sweet Presents geïnvesteerd in een vulmachine, waardoor werk voor tien man kon worden teruggehaald uit China. De Waalwijkse Willy Wonka wil met speciaal snoepgoed sneller inspelen op de vraag rond bijvoorbeeld Sinterklaas of de avondvierdaagse en naar snoep met de naam van de jarige erop.

De Europese Commissie heeft reshoren op de Europese agenda gezet, zegt Martin Verduyn van Callant, het bedrijf dat gemeenten en de sociale werkplaatsen adviseert over het terughalen van werk. 'In 2020 moet onder de noemer industriële renaissance 20 procent van de industriële productie van Europese bedrijven in de Europese Unie plaatsvinden. Dat ligt nu rond de 15 procent. Nederland produceerde in de jaren zestig 25 procent zelf. Doordat veel werk is geautomatiseerd en uitbesteed, heeft Nederland met 12,5 procent nu nog een slag te maken.'

Beeld Marcel van den Bergh

Hoogopgeleiden

Nieuwe arbeidsplaatsen die wel in Nederland worden gecreëerd, zijn vooral banen voor hoogopgeleiden, zegt hoogleraar Brakman. 'Nederland is aantrekkelijk als het om kennis gaat. Eindhoven trekt met ASML technologische bedrijven aan, Wageningen is aantrekkelijk op het gebied van landbouw, Groningen in de energiesector. Die vestigingen leveren niet altijd banen op voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Voor die groepen zijn speciale maatregelen nodig.'

Toch kan juist de maakindustrie profiteren van innovatieve bedrijven, vinden anderen. 'Ondernemers op een nichemarkt hebben behoefte aan kwaliteit en productie in kleine hoeveelheden. Dan is China echt te ver weg', zegt Docter van de Kamer van Koophandel. En zelfs als een robot het productiewerk uitvoert, levert reshoring nieuwe banen op. Bijvoorbeeld in de catering en de logistiek, stelt Wilthagen. 'Zonder robotisering was de scheerapparatenfabriek van Philips inderdaad nooit teruggekomen in Drachten. Dat heeft tweeduizend nieuwe banen opgeleverd. Philips produceert nog steeds in China voor de Aziatische markt. Het bedrijf is teruggekomen, omdat het ook dicht bij de Europese markt wil produceren. Ook dat is reshoren.'

Garantiebaan

De sociale werkplaatsen gaan op termijn zo goed als dicht. In plaats daarvan realiseren het bedrijfsleven (100 duizend) en de overheid (25 duizend) garantiebanen voor arbeidsgehandicapten die aan de slag moeten bij reguliere bedrijven. In 2026 moeten die banen er zijn. De afgelopen twee jaar zijn de eerste elfduizend gerealiseerd. Werkgevers krijgen loondispensatie: ze betalen alleen salaris over de productiecapaciteit van de werkende. De overheid vult dat aan tot het minimumloon. Het UWV en de gemeenten financieren de begeleiding die eventueel nodig is.

De garantiebanen horen bij de Participatiewet. Het kabinet wil daarmee zo veel mogelijk mensen met een uitkering aan een baan helpen. Dat moet een bezuiniging van 1,6 miljard euro opleveren. Arbeidsgehandicapten (Wajongers) krijgen voorlopig voorrang. Het is uiteindelijk ook de bedoeling dat mensen uit de bijstand, zo nodig in de vorm van aangepaste banen, in het bedrijfsleven aan de slag gaan. Het gaat in totaal om 700 duizend mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden