Macht aandeelhouder valt wel mee

De macht van aandeelhouders is nog steeds beperkt. Een Europese richtlijn en nieuwe Nederlandse wetgeving ten spijt...

Twee maanden geleden, toen de Ondernemingskamer zich mengde in de overnamestrijd rond ABN Amro, schreeuwden vakbonden, het ABN Amro-personeel en volkspolitici moord en brand. Het aandeelhouderskapitalisme zou definitief in Nederland zijn entree hebben gemaakt. De Ondernemingskamer oordeelde immers dat de aandeelhouder niet mocht worden gepasseerd. Over de andere belanghebbenden (het personeel bijvoorbeeld, of de klanten van de bank) repte rechter Huub Willems niet.

Al die commotie lijkt voorbarig te zijn geweest en had met een beetje historische kennis kunnen worden voorkomen. Want telkens als de Ondernemingskamer oordeelt dat bestuurders naar de aandeelhouder moeten luisteren, fluit de Hoge Raad hem terug.

In 2002 gebeurde dat met het bouwbedrijf HBG. Dat wilde samenwerken met de baggeraar Ballast Nedam. Mocht niet van rechter Willems, want de aandeelhouders wilden dat het bedrijf zich door een andere baggeraar, Boskalis, zou laten overnemen.

Een jaar daarop was het opnieuw raak. Het Nederlandse vastgoedbedrijf Rodamco North America dreigde te worden overgenomen door het Australische Westfield en wierp daarom een beschermingswal op. Willems vond dat ongepast, maar de Hoge Raad (die het laatste oordeel velt) dacht daar opnieuw anders over: beschermingsconstructies mogen, mits ze tijdelijk en niet draconisch zijn, en ongedaan gemaakt kunnen worden.

Toegegeven, sindsdien is er veel veranderd in het Nederlandse aandeelhouderslandschap. De commissie-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur publiceerde eind 2003 een code die moest bewerkstelligen dat de macht van de aandeelhouder werd versterkt. In de Nederlandse wet werd eind 2004 vastgelegd dat bestuurders besluiten die ‘de identiteit of het karakter’ van het bedrijf sterk veranderen, aan de aandeelhouder moeten voorleggen. In datzelfde jaar bereikte Brussel overeenstemming over een Europese overnamerichtlijn die een einde moest maken aan gifpillen en beschermingswallen.

Maar uit het dinsdag verschenen advies van advocaat-generaal Vino Timmerman blijkt dat de macht van de aandeelhouder, tijdens een overnamestrijd althans, nog altijd aan banden ligt.

Hoe dat kan? De EU-lidstaten kregen veel vrijheid bij de invoering van overnamerichtlijn. Zo laat Nederland het aan beursgenoteerde bedrijven over om ‘in de statuten op te nemen dat het bestuur geen maatregelen mag treffen die een openbaar bod kunnen frustreren’. Doen ze dat niet, dan is er ook geen man overboord.

En ondanks de nieuwe Nederlandse wetgeving heeft het management nog altijd veel vrijheid om zelf te bepalen of het de aandeelhouders consulteert of niet. Want, zo staat in een toelichting op de nieuwe wet: het zou ondoenlijk zijn als een bedrijf in het heetst van de strijd voor iedere beslissing een aandeelhoudersvergadering moet uitschrijven. Dat kost immers veel tijd; midden in een overnamestrijd een schaars goed.

Makkelijk is het dus niet om aan te tonen dat een besluit aan de aandeelhouder moet worden voorgelegd – rechter Willems slaagt er volgens de advocaat-generaal in ieder geval niet in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden