Machine drukt goede oogst weg

Zware tractoren en andere landbouwmachines kunnen de grond zo platdrukken dat de gewassen minder goed gedijen. Het gevolg is vermindering van de oogst....

LANDBOUWDESKUNDIGEN uit de EU-landen hebben vorige maand in Wageningen voor het eerst vergaderd over een nieuw project. Zij moeten opheldering verschaffen over een probleem dat in de westerse landbouw al jaren aan de orde is: de aantasting van de bodem bij het gebruik van zware machines. De deskundigen moeten proberen antwoord te geven op de vraag bij welke belasting de bodem zover verdicht dat de vruchtbaarheid en daarmee de oogstopbrengst terugloopt.

Het probleem is dit voorjaar opnieuw actueel geworden door een grote Duitse studie waaraan onderzoekers van drie universiteiten en een landbouwinstituut meededen. Een van de conclusies luidde dat door het gebruik van zware tractoren en andere machines de landbouwoogst met zelfs 80 procent kan teruglopen. Dat komt vooral doordat in de aangedrukte grond kleine ongewervelde dieren als wormen en spinnen - die de grond openhouden door poriën te maken - voor een groot deel verdwijnen.

Daardoor vermindert de vruchtbaarheid van de grond, aldus de Duitse studie. Volgens de onderzoekers onder leiding van prof. Rainer Horn van de universiteit van Kiel is 30 procent van de Europese landbouwgrond aangetast door bodemverdichting. Het team concludeerde ook dat ploegen tot een diepte van dertig centimeter de situatie nog verergert. Want daardoor wordt de druk van de machines beter overgebracht op de niet geploegde laag daaronder. Soms wordt die zo hard, dat de wortels van de planten niet diep genoeg kunnen reiken.

De schade aan de landbouwgrond ligt voor de hand omdat machines en planten eigenlijk tegenstrijdige eisen aan de grond stellen, zoals de Wageningse hoogleraar in de grondbewerking, prof. ir. Udo Perdok, al in 1992 in zijn inaugurele rede verklaarde. De plant vraagt om optimaal te functioneren een relatief vochtige en losse ligging, terwijl de wielen van tractoren en combines gebaat zijn bij een draagkrachtige en dus vaste bodem. Gebruik van zware machines leidt dan ook altijd tot bodemverdichting en daardoor minder opbrengst.

Volgens de Nederlandse onderzoeker dr. Jos Koolen van de vakgroep Grondbewerking van de Landbouwuniversiteit Wageningen is het verminderde bodemleven niet het belangrijkste probleem. Het belang van de zogeheten bio-poriën, die ontstaan door allerlei ongewervelde diertjes, wordt sterk overdreven, vindt hij. 'Je kunt heel goed landbouw bedrijven in grond zonder bio-poriën.'

Door bodemverdichting ontstaan volgens Koolen vooral twee problemen. Het eerste is dat de grond te hard wordt voor de wortels van de plant. Die kunnen niet meer de kracht opbrengen om ver genoeg in de bodem door te dringen en dat leidt uiteraard tot minder gewasopbrengst.

Het tweede probleem is dat de grond te nat wordt door het inklinken. In de samengeperste grond kan water minder gemakkelijk weg en het verdringt de zuurstof. De plantenwortels kunnen dan gemakkelijk zuurstofgebrek krijgen.

In de Duitse studie worden enkele mogelijkheden genoemd om het probleem te verminderen. Eén daarvan is de grond zo weinig mogelijk te bewerken: zero -, dan wel low tillage. Ploegen zou bijvoorbeeld niet dieper mogen gaan dan acht centimeter. Deze vorm van grondbewerking wordt volgens Koolen vooral in de biologisch-dynamische landbouw gepropageerd.

Maar er is nog te weinig bekend over de gevolgen van ploegen op de normale diepte van dertig centimeter om dit resoluut af te wijzen, vindt de Wageningse onderzoeker. We weten nog lang niet genoeg over de gevolgen die het ploegen heeft voor de grond onder de ploegvoor. Hij hoopt dat de EU-studie hierover wat meer duidelijkheid zal verschaffen.

Een andere mogelijke oplossing is, de verdeling van een akker in vaste rijpaden en grote kweekbedden voor de gewassen. Daarvoor zijn dan wel zeer brede tractoren nodig, zogeheten breedspoor-portaaltrekkers. In 1992 zei Perdok dat die zich in de praktijk nog niet bewezen hadden en dat verder onderzoek van belang was. Volgens Koolen zetten deze brede tractoren niet door. Op de vaste rijpaden groeit uiteraard niets en dat leidt tot een oogstvermindering die in de kweekbedden niet wordt goedgemaakt.

In Nederland gaan steeds meer boeren over op machines met een lagere bandenspanning waardoor er minder druk op de bodem wordt uitgeoefend. Volgens de Duitse studie mag die druk nooit groter zijn dan honderd kilopascal (één bar). Perdok constateerde in 1992 dat veel boeren in West-Europa al gewonnen zijn voor het idee om de druk te beperken tot honderd kilopascal.

Die andere banden zijn duurder dan de gewone banden, aldus Koolen. Maar daar staat een hogere opbrengst tegenover. 'We zien in de praktijk dat na een jaar of vier gebruik van lagere bandenspanning een nieuw evenwicht wordt bereikt. De grond is losser en dus beter geworden en de hogere prijs van de banden wordt goedgemaakt door een grotere oogst. Steeds meer boeren zien dat in. Eigenlijk kun je zeggen dat bodemverdichting in Nederland geen groot probleem meer is.'

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden