ColumnPeter de Waard

Maakt industriebeleid na 25 jaar een comeback?

Nadat eind 19de eeuw de vraag naar steenkolen explodeerde door de groei van de Nederlandse industrie en vervoerswezen, maakt minister Cornelis Lely van Verkeer en Waterstaat, zich openlijk zorgen over de afhankelijkheid van buitenlandse mijnbedrijven.

Besloten werd in Limburg eigen staatsmijnen te openen. Als gevolg van de blokkade in de Eerste Wereldoorlog ontdekte Nederland tot zijn schrik dat het zelf geen staal kon maken. Een Limburgse mijnbouwingenieur mocht aan de monding van het Noordzeekanaal een eigen staalbedrijf oprichten. In 1919 werd KLM opgericht omdat een industrieland naast een eigen spoorwegvervoerder (NS) ook een eigen luchtvaartmaatschappij moest hebben.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ook het belang van een eigen auto-industrie (DAF) en vliegtuigindustrie (Fokker) benadrukt, naast Werkspoor dat treinen bouwde voor de NS. Al deze bedrijven hadden toeleveranciers nodig. Zo werd in 1946 in Enschede een autobandenfabriek van Vredestein geopend.

En zo werd Nederland een zelfvoorzienende natie. Dat veranderde in de jaren zestig en zeventig. De mijnen werden eind jaren zestig en begin jaren zeventig gesloten, omdat Nederland door de aardgasbel geen steenkolen meer nodig had.

Werkspoor leverde in 1972 zijn laatste treinstel bij de NS af. De thuismarkt was te klein om te kunnen concurreren. Fokker ging begin jaren negentig ten onder, omdat ook hier de kleine thuismarkt opbrak en de staat geen tweede RSV wilde riskeren.

Nu resteren nog de uit DAF voortgekomen autofabriek in Born, de uit Hoogovens voortgekomen staalfabriek Tata in IJmuiden en Vredestein in Enschede.

En Nederland heeft naast een eigen staatsspoorwegmaatschappij ook nog een eigen vliegbedrijf. Al deze bedrijven, uitgezonderd de NS, dreigen nu in de coronacrisis ook industrieel erfgoed te worden, terwijl tegelijk wereldwijd het protectionisme zich even snel verspreidt als het coronavirus.

De overheid moet nu het moeilijke besluit nemen waarin Nederland wel of niet zelfvoorzienend moet zijn. Het probleem is dat al die bedrijven buitenlandse belangen dienen. De autofabriek is is afhankelijk van BMW, Tata en Vredestein zijn Indiaas en KLM wordt overvleugeld door Air France. Voor hen zijn die bedrijven verdienmodel, geen strategische schakel in een natie die met de toekomst bezig is.

Een ander probleem is Nederland nogal ambivalent staat ten opzichte van deze bedrijven, omdat zij veelal vervuilend zijn in een tijd dat het land wil verduurzamen.

Nederland kan echter niet zonder staal, vliegverbindingen, auto’s en banden. Alleen kan het land die zelf niet rendabel meer maken, als het aan strikte regels moet voldoen.

Sinds Koos Andriessen in 1994 als minister van Economische Zaken opstapte is industriebeleid een vies woord geworden en mocht winst weer. Nu moet minister Wiebes dat mogelijk gaan omkeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden