LUDWIG ERHARD: Sigaren roken uit de doos van der Dicke

ALLEEN al fysiek was Ludwig Erhard een wonder. De vader van het na-oorlogse West-Duitse Wirtschaftswunder, wiens honderdste geboortedag in Duitsland al dagen uitbundig wordt gevierd, kreeg op tweejarige leeftijd kinderverlamming....

WILLEM BEUSEKAMP

Erhard (1897-1977) vocht in de Eerste Wereldoorlog als artillerie-officier aan twee fronten. In Roemenië werd hij geveld door vlektyfus, doorgaans een dodelijke ziekte. In het veldhospitaal, afdeling stervenden, opende hij tot verbijstering van de artsen ineens weer de ogen. In plaats van thuis het einde van de strijd af te wachten meldde hij zich vervolgens als vrijwilliger voor het westelijke front.

Aan de rivier de Yper dreigde Erhard definitief te bezwijken: in september 1918 doorboorde een granaat zijn linkerschouder en meer dood dan levend werd de held naar een ziekenhuis in het Roergebied getransporteerd. Vlak voor de operatie kreeg hij te horen dat zijn arm er waarschijnlijk af moest. Na in totaal zeven chirurgische ingrepen ontwaakte de officier uit een zware narcose. Hij voelde direct aan zijn arm. Die was weliswaar korter geworden, maar hij zat er in ieder geval nog aan: 'Dát is pas een wonder', riep Erhard.

Of hij het inderdaad toen heeft geroepen, is niet zo belangrijk, gedacht heeft hij het misschien wel. Erhard zelf vertelde het verhaal toen hem in de jaren zeventig door de Duitse televisie werd gevraagd wat nu precies het wonder was van het Wirtschafstwunder. Erhard: 'Het was helemaal geen wonder. Over alles is zorgvuldig nagedacht, gesproken en nog eens nagedacht.' En daarna zorgvuldig uitgevoerd, zou hij nu hebben toegevoegd.

Want, om direct maar het grootste onderscheid aan te geven tussen de Duitse economische politiek van toen en nu, wat Erhard als superminister van Economische Zaken (1949-1963) allemaal bedacht, met zijn staf bediscussieerde en nog eens tegen het licht hield, werd ook in de praktijk gebracht. Zijn opvolgers van de jaren tachtig en negentig heetten achtereenvolgens Bangemann, Haussmann en Möllemann. Toen iedereen riep dat er eindelijk eens een vakman moest komen, kwam Günter Rexrodt, 'sexy Rexy' - de denkbaar allerergste Fehlbesetzung.

Niettemin voelen de huidige machthebbers zich allemaal competente executeurs-testamentair van Erhards erfenis - voorop uiteraard bondskanselier Kohl. De kanselier, die volgens zijn omgeving geen notie heeft van Wirtschaft, heeft zich zelfs Erhards koosnaam toegeëigend; der Dicke, de enige echte, heet echter Ludwig Erhard. En die veroorloofde zich als enige luxe een dikke sigaar.

Het beeld van het vollemaansgezicht-met-de-sigaar werd wereldberoemd. De naam Erhard staat voor de wonderbaarlijke Duitse wederopstanding, voor de Kever van Volkswagen, de televisie van Max Grundig, het postorderbedrijf van Josef Neckermann en de eerste gastarbeider uit Italië, het land dat de stijve Duitsers op de Vespa kreeg en van tot dan toe onbekende delicatessen als espresso, pizza en Catherina Valente voorzag. Onder Erhard leerde de Duitser van de Amerikanen dat rock 'n roll leuker was dan marcheren.

Het had er alle schijn van dat Helmut Kohl afgelopen donderdag, tijdens de vroegtijdige feestelijke viering van Erhards geboortedag (4 februari), een lichte gêne bekroop bij zoveel zelfbewieroking. Anders is het moeilijk te verklaren waarom hij zijn aangekondigde redevoering toch maar onuitgesproken liet.

De laudatio hield een echte expert: Fritz Hellwig, de inmiddels 84-jarige voormalige voorzitter van de Bondsdag-commissie voor Economische Zaken. Hij had Erhard van nabij meegemaakt en verklaarde: 'De getuige van de jaren vijftig valt op hoe anno 1997 de ambtenarij is opgeblazen en bureaucratische muren zijn opgetrokken in een landschap waar volgens de generatie van Erhard vrijheid had moeten heersen.'

Politici, partijen, ambtenarij en belangenorganisaties hadden er volgens de spreker in Duitsland een onnavolgbaar zooitje van knellende regels en nodeloos ingewikkelde wetgeving van gemaakt, 'waardoor de Wirtschaft onrustig is geworden'. Het Rijnlandse model wordt het in de praktijk wel genoemd. De bejaarde econoom had er geen hoge pet van op. Hij haalde filosoof Ralf Dahrendorf aan: 'De politiek leeft van het dramatiseren van het onbelangrijke.'

De verzamelde elite van Erhard-vereerders in het Duitse regeringscentrum slikte even, en kreeg kort daarop nog een dreun. Er werd een notitie uitgereikt, die Erhard in september 1953 heeft geschreven. Daarin beschrijft de toenmalige minister van Economische Zaken onder kanselier Adenauer de praktische problemen die zouden ontstaan voor het geval DDR en BRD zich onverwacht verenigden. Erhard maakte de vereniging van oktober 1990 niet meer mee, maar zijn notitie moet voor Kohl c.s. adembenemend zijn.

In plaats van de Oost-Duitsers continu aan het infuus te leggen, stelde Erhard voor alle investeringen te concentreren op het in ijltempo verbeteren van de productiviteit. Het probate, want enige effectieve financieringsmiddel was volgens hem een tijdelijke fiscale vrijstelling van alle Oost-Duitse bedrijven. Gevoegd bij de behoefte van de DDR-bevolking om er in vrijheid eindelijk de schouders onder te zetten, zou vanzelf een concurrerende capaciteitsuitbreiding in geheel Duitsland ontstaan 'waarvan de plan-economen met hun schoolwijsheid niet durven dromen'.

Zoals bekend kwam het er na 1990 niet van. Sommige politici, onder wie de liberaal Otto Lambsdorff, pleitten met verwijzing naar Erhard destijds voor een extreem vriendelijk fiscaal regime in de ex-DDR, inclusief een tijdelijk lager btw-tarief. In plaats daarvan werd de voormalige Russische bezettingszone overspoeld met de verstikkende West-Duitse regelgeving en betaalt nu iedereen al jaren een solidariteitspremie voor de arme Ossi's. Het leeuwendeel van de jaarlijks 150 miljard mark, die in Oost-Duitsland worden gepompt, gaat op aan sociale uitkeringen.

Erhards overtuiging dat de Oost-Duitsers in staat zijn aan te pakken, baseerde hij op zijn waarnemingen in West-Duitsland, waar het landschap op dat moment nog werd gekenmerkt door bomkraters en puin. Het ontstaan van de ravage had Erhard er in 1943 toe aangezet eens diep na te denken over de gevolgen van de volgens hem onvermijdelijke ondergang van Hitlers Derde Rijk. Erhard, sinds 1922 verslingerd aan economische wetenschappen, produceerde in maart 1944 een proefwerk onder de titel Kriegsfinanzierung und Schuldenkonsolidierung.

Hoe en in wiens opdracht de studie precies tot stand kwam, is tot op heden niet helemaal zeker. Vooral de Britse pers wordt niet moe te onderstrepen dat een hoge SS'er Erhard liet uitrekenen wat er na de Endsieg allemaal moest worden gedaan. Zeker is dat de professor wars was van de nazi-ideologie, en door een groep industriëlen van Siemens, Flick, IG Farben, Deutsche Bank, Dresdner Bank en Reemtsma werd ingeschakeld uit te zoeken hoe het verder moest na de oorlog.

Erhard schreef een boek waarmee alle partijen uit de voeten konden, al moeten de echte nazi's van de inhoud hebben gegruwd. Voor iedereen te controleren is de uitgesproken heldere wijze waarop wetenschapper Erhard tijdens de oorlog haarfijn uit de doeken doet waarom een overheid zich zo weinig mogelijk moet bemoeien met het economische proces. Een facsimile van Erhards getypte 268 A-4'tjes is deze week als herdenkingsuitgave in de handel gebracht.

Erhard buigt zich over de gigantische schulden die Hitler heeft opgebouwd en schat zelfs nauwkeurig correct hoe groot de staatsschuld aan het einde van de oorlog zal zijn. Een geldsanering lijkt hem onvermijdelijk. De professor heeft het in 1943 ook al over Wiedergutmachung en legt uit dat een markteconomie slechts kan functioneren als de prijzen vrij zijn, kartelvorming is verboden en de overheid zich beperkt tot duidelijke richtlijnen waaraan iedereen zich heeft te houden.

Na de Duitse nederlaag belandde een kopie van Erhards Denkschrift bij de Amerikanen. Veel later vertelde Erhard de reactie. 'Er kwam een jeep bij mij voorrijden en de Amerikaanse officier zei: 'Come on' Ik moest meekomen.'

De na-oorlogse politieke carrière van Erhard begon in de provincie, in Beieren. Langer dan een jaar hield hij het niet vol als minister van Economische Zaken. In 1947 probeerden de westerse geallieerden het opnieuw met hem. Een jaar later maakten ze Erhard chef van de economische afdeling in de drie verenigde westerse bezettingszones, in welke hoedanigheid hij betrokken werd bij de geldsanering van 20 juni 1948. De waardeloze Rijksmark verdween, de beroemde Deutsche Mark, de D-mark, deed haar intrede.

Wat de Amerikanen niet wisten, was het eigenzinnige voornemen van Ludwig Erhard om de door hem al in 1943 beschreven geldsanering onmiddellijk te combineren met een vrijgave van alle prijzen. Tot 20 juni 1948 stonden de prijzen onder strenge controle van de geallieerden. Op de eerste dag van de D-mark waren plotseling alle prijsvoorschriften verdwenen. Als door een wonder was de zwarte markt weg en lagen de winkels vol met koopwaar.

De militaire gouverneur, de Amerikaanse generaal Lucius Clay, riep Erhard op het matje. Hoe hij op eigen gezag de prijsvoorschriften had durven te veranderen. Erhards antwoord is legendarisch, vooral omdat hij zelf er vaak aan herinnerde: 'Ik heb de voorschriften niet veranderd, ik heb ze afgeschaft.' Tien dagen later onderschreven de Amerikanen de maatregel. Elke dag vroeg Erhard voortaan aan zijn secretaresse: 'En, mevrouw Muhr, liggen er al meer textielwaren in de etalages?'

De legende van het Wirtschaftswunder ontstond pas veel later, medio jaren vijftig, toen het verslagen Duitsland, althans het westerse deel, in snel tempo de overwinnaars voorbij streefde. De Franse en Britse economie werden op alle fronten verslagen, vooral in de export. Zelfs de Amerikanen, die hun handen vol hadden aan de oorlog in Korea, konden het Duitse herstel nauwelijks bijbenen. Ondanks een invasie van twaalf miljoen vluchtelingen uit de verloren gebieden in het oosten daalde de werkloosheid van 14 procent in februari 1950 tot 1,3 procent in 1960.

De opbouw werd uiteraard in eerste instantie mogelijk gemaakt door de financiële Marshall-hulp van de Amerikanen. Verder had Erhard geen last van recessie of andere economische stagnatie; de boom vertoonde een ononderbroken steile lijn naar boven.

De bevolking was bovendien tot het uiterste gemotiveerd en wenste niet meer aan de Hitler-tijd te worden herinnerd. Men wilde weer een eigen dak boven het hoofd. Een generatiegenoot van Erhard vatte het onlangs als volgt samen: 'Onze welvaart hebben we te danken aan het feit dat de betonmolen vierentwintig uur per dag stond te draaien, en dat zeven dagen lang.'

Als minister raakte Erhard in eigen land omstreden door zijn verbeten gevechten met de werkgevers, die toch geen trek hadden in een strenge anti-kartelwetgeving. Kanselier Adenauer liet zich door de industrie op sleeptouw nemen en begon zijn minister intern te bestoken. De vakbonden eisten inmiddels meer loon en organiseerden stakingen. In 1957 schreef Erhard zijn bestseller Wohlstand für alle, een studie die door de internationale economische experts theoretisch niet hoog werd aangeslagen.

Voor de doorsnee-burger bleef Erhard echt een wonder, een man die op onverklaarbare wijze het land uit de ruïnes had gehaald. Zijn onweersproken integriteit en ontelbare redevoeringen voor radio en tv, waarin hij de bevolking telkens maande tot matiging, bezorgden hem zoveel goodwill, dat hij in 1965 Konrad Adenauer kon aflossen. Erhard werd de tweede kanselier van het na-oorlogse West-Duitsland. Het werd geen succes, nieuwe tijden waren aangebroken.

Ludwig Erhard: Kriegsfinanzierung und Schuldenkonsolidierung.

Ullstein; 303 pagina's; DM 8,-.

ISBN 35 4905 487 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden