Luchthijskraan zweeft weg met honderd ton

In Duitsland worden voorbereidingen getroffen voor de bouw van de grootste zeppelin ooit. Die zal dienst gaan doen voor vrachtvervoer....

OP EEN VOORMALIGE Russische vliegbasis bij Brand, ten zuiden van Berlijn wordt 's werelds grootste hangar gebouwd. In de stalen vakwerkconstructie, waar het Vrijheidsbeeld met gemak rechtop in kan worden geschoven, begint na de zomer de bouw van een reuzenluchtschip, de CL160 van het Duitse bedrijf CargoLifter. Een eerste prototype moet in 2002 vliegen. De bouw van de meer dan honderd meter hoge productiehal wordt met videocamera's vastgelegd en is van uur tot uur te volgen via internet (www.cargolifter.

com).

CargoLifter wil luchtschepen bouwen, en wel de grootste ooit, die vracht tot 160 ton kunnen transporteren, desnoods non-stop over een afstand van duizenden kilometers. Een vliegende hijskraan, noemt het bedrijf zijn sigaarvormige zeppelin.

Het luchtschip wordt 260 meter lang en krijgt een diameter van minimaal 65 meter. Het ballonvolume van 550 duizend kubieke meter wordt gevuld met - onbrandbaar - helium. Het luchtschip zal worden ingezet voor transport van bijvoorbeeld stoomturbines en elektrische generatoren voor elektriciteitscentrales. De CL160, aangedreven door vier straalmotoren, krijgt een kruissnelheid van honderd kilometer per uur.

De meeste luchtschepen, die nu in gebruik zijn voor reclamedoeleinden en (politie-)patrouilles boven steden, hebben een vijfhonderd tot duizend maal kleiner volume. De CL160 wordt wat volume betreft vier maal groter dan haar beroemde Duitse voorganger, de Zeppelin LZ 129 Hindenburg die, gevuld met explosief waterstofgas, in 1937 in brand vloog.

De CL160 is van het semi-rigide type, wat wil zeggen dat een lichte heliumoverdruk het luchtschip zijn vorm geeft. Er wordt bijna geen gebruikgemaakt van ondersteundende constructies voor de kunststof zepellinhuid. Enkele kunststoflagen, waaronder een dunne film van mylar, zijn op elkaar gelijmd tot een millimeters dikke, lekdichte huid.

Het idee is om in de hangar in Brand eerst een aantal prototypes te bouwen. Serieproductie, van minimaal vier luchtschepen per jaar, is gepland na 2004. CargoLifter voorziet op termijn een markt voor zo'n tweehonderd vrachtluchtschepen. Daarmee kan op jaarbasis gerekend dertig miljoen ton worden vervoerd. De marktontwikkeling begint in Europa. CargoLifter verwacht echter ook veel klandizie in Noord- en Zuid-Amerika en in Azië, met name in China.

Eind vorig jaar en begin dit jaar zijn er met een schaalmodel zes proefvluchten uitgevoerd. Het model - wat volume betreft eenachtste van de geplande commerciële CL160 - is in totaal drie uur in de lucht geweest, vooral voor manoeuvreerproeven. De komende maanden zullen meer vluchten volgen. De resultaten van die proefvluchten zijn belangrijk bij het verkrijgen van een vliegvaardigheidscertificaat van de Duitse autoriteiten. Dat wordt nog vóór de zomer verwacht.

De bestudering van het manoeuvreergedrag, afhankelijk van bijvoorbeeld de heersende wind, onder meer tijdens verankeren, is van cruciaal belang voor die certificering. CargoLifter onderhandelt op dit moment met het Nederlandse bedrijfje FlowMotion, dat gelieerd is aan de Technische Universiteit Delft. Dit bedrijfje is gespecialiseerd in het berekenen van stromingen en krachten onder invloed van zijwind, tijdens het maken van bochten en tijdens het opstijgen en landen.

FlowMotion doet vergelijkbaar onderzoek voor het Nederlandse bedrijf Rigid Airship Design (RAD) in Lelystad, dat eveneens plannen heeft voor de bouw van een luchtschip, zij het een aanzienlijk kleiner exemplaar dan die van CargoLifter. RAD ligt wat ontwikkeling betreft enige jaren achter op zijn Duitse concurrent.

Een van de Nederlandse deelnemers in het CargoLifter-project is het offshorebedrijf Smit Internationale. Dat bedrijf denkt aan toepassingen offshore zoals het takelen van windturbines voor windparken op de Noordzee. Luchtschepen zijn mogelijk ook in te zetten bij de ontmanteling van boorplatformen. Daar worden nu drijvende kranen voor gebruikt.

Mammoet in Amsterdam, gespecialiseerd in zwaar transport onder meer over de weg, is eveneens betrokken bij het Duitse zeppelinproject: 'We hebben wat aandelen gekocht om de vinger aan de pols te kunnen houden van die nieuwe technologie. Maar eigenlijk is die CL160 niet geschikt voor het marktsegment dat wij bedienen. We praten daarbij over vrachten zwaarder dan vierhonderd ton.'

P

ROJECTONTWIKKELAAR Stienstra in Heerlen, onder meer gespecialiseerd in het ontwikkelen van bedrijfsterreinen, verwacht in de toekomst veel van zeppelintransport. Het bedrijf, dat zich vermoedelijk voor enkele procenten heeft ingekocht in CargoLifter ('substantieel' is de aanduiding van het bedrijf) onderzoekt welke eisen er aan landingslocaties in de Benelux, als onderdeel van een wereldwijd netwerk, moeten worden gesteld.

CargoLifter is een initiatief van enkele grote bedrijven waaronder de Zwitserse centralebouwer ABB en het Duitse Siemens-concern. Na een aantal emissies, waarmee een kapitaal van 250 miljoen gulden is binnengehaald, is het aantal aandeelhouders gestegen tot zo'n tienduizend, onder wie veel kleine beleggers. De Duitse deelstaat Brandenburg heeft zestig miljoen gulden in het project gestoken.

Het bedrijf heeft de komende jaren nog eens enkele honderden miljoenen guldens nodig voor de bouw van prototypes. CargoLifter gaat daarom dit najaar nog naar de beurs, is vorige maand besloten. Dat is kansrijk. De waarde van het aandeel is de afgelopen drie jaar verdrievoudigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden