Luchthavenland

Een luchthaven is een vreemde tussenwereld. Filmmakers, schrijvers en filosofen zijn er dol op, constateert Toine Heijmans. Maar gezellig wordt het er nooit....

Zou je verliefd kunnen worden op het meisje achter de Starbucks-balie op Calgary International Airport?

Het is een mooi meisje en ze knipoogt. Maar als je goed kijkt, over het scherm van je laptop heen, knipoogt ze ook naar anderen. Niemand reageert; luchtreizigers blijven liever opgesloten in hun computer. Ze weten dat het nauwelijks zin heeft contact te leggen – zo dadelijk is iedereen alweer vertrokken.

En jij ook, en dan staat er een ander meisje achter de Starbucks-balie, op Schiphol Amsterdam Airport.

Luchthavens zijn niet gemaakt om verliefd te worden. Daarin verschillen ze van treinstations. Er is geen romantiek in die oneindige terminals met hun efficiënte gang van zaken, hun droge lucht en hun bakken vol wegwerpbestek. Ze lijken ook nog eens op elkaar: ga geblinddoekt in een vertrekhal staan en je weet dat je in een vertrekhal bent. Calgary of Amsterdam – het is allemaal hetzelfde. Luchthavens willen graag op elkaar lijken, en daarom heeft het vliegveld van Kigali belastingvrije winkels, heeft Ouarzazate een businesslounge en heeft Lukla, dat over één stoffige startbaan beschikt, een panoramarestaurant.

Ze doen hun best maar wat ze ook verzinnen aan koffietenten en kunst aan de muur, een luchthaven blijft een tussenwereld. En de beveiligers maken het er de laatste jaren ook al niet gezelliger op.

Dus waar komt dan toch die liefde voor luchthavens vandaan, de laatste tijd, van schrijvers, filmers, filosofen en andere romantici? De Amerikaanse regisseur Jason Reitman verklapte zelfs onlangs aan The New York Times dat hij luchthavenverslaafd is. Zijn obsessie voert hem zo ver, dat hij een vlucht naar Chicago nam enkel om zijn keizerlijke frequent flyer-status veilig te stellen. Want alleen met een elitekaart is het luxeleven op een luchthaven volmaakt.

Reitman maakte er een film over. Up in the Air draait om de emotieloze consultant Ryan Bingham (George Clooney), die zijn hele huishouden meesleept in een rolkoffer, en 300+ dagen per jaar onderweg is in een onkreukbaar pak. Het is zijn taak overal in Amerika mensen te ontslaan, tot hij zelf het veld moet ruimen.

Kennelijk zijn luchthavens een goede plek voor gevoelloze mensen. Omdat niemand er vragen stelt, en alles goed geregeld is. Als de echte wereld gemodelleerd zou worden naar een luchthaven, droeg iedereen Hugo Boss en Chanel, dronk iedereen belastingvrije whisky, had iedereen een creditcard en zag niemand een probleem in het betalen van 5 euro voor een koffie bij Starbucks.

En toch. Als je op een luchthaven bent, zei Jason Reitman, is het leven heerlijk. ‘Dan schakelt de rest van de wereld uit. Niemand verwacht er iets van je.’ Tegelijkertijd heerst er een apart gevoel van gemeenschappelijkheid, zei hij, te vergelijken met die van sociale netwerken als Facebook. ‘Je hebt er het idee dat je verbonden bent met iedereen.’

De filosoof Alain de Botton heeft er een naam voor bedacht: Luchthavenland. Tot zijn genoegen kreeg hij vorig jaar de kans een week te wonen in Terminal 5 op London Heathrow Airport, een van de meest hectische luchthavens ter wereld. Als writer in residence zette hij zijn bureau pontificaal in de vertrekhal. Sommige passagiers vroegen hem naar het toilet, en dat wees hij ze dan vriendelijk.

Na een week had hij een boek bij elkaar, dat onlangs verscheen. Een luchthaven, schrijft De Botton in A Week at the Airport, is vooral een samenballing van mensen die spullen met zich meedragen, liefdes, emoties en gedachten. De luchthaven zoals die ook wel in het tv-programma Hello Goodbye is te zien. ‘Mijn notitieboekjes’, zei De Botton in een interview, ‘vulden zich met anekdotes over verlies en verlangen, met snapshots van de zielen van de reizigers op weg naar het luchtruim.’

Een prachtig jachtgebied dus voor filosofen zoals hijzelf. Maar denk niet dat het een vrolijke boel is, alles bij elkaar. Luchthavens, zei De Botton, staan buiten de werkelijkheid. Ze passen in geen enkele sociale of geografische structuur. Geen plek dus die beter de ‘functionele eenzaamheid en vervreemding’ van de mens weerspiegelt.

Laat het dus maar aan schrijver Arnon Grunberg over om zijn antiheld Jörgen Hofmeester, uit Tirza, een geheim leven te geven op Schiphol. Hofmeester wordt ontslagen en vindt op het vliegveld een reden van bestaan, ook al heeft hij er niets te zoeken. Hij loopt er rond en zit er wat, zwaait mensen uit. Niemand die het wat schelen kan; hij blijft er anoniem.

Hoeveel Hofmeesters lopen er rond op Calgary International Airport? Die man daar, half slapend weggedoken op een bank? Je zou ze niet herkennen. Bijna iedereen die langer dan een paar uur rondhangt op een luchthaven, ziet er rafelig uit.

Er zijn ook mensen die maandenlang op een vliegveld wonen, zoals in The Terminal van Steven Spielberg. Die film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een Iraniër zonder paspoort, vastgelopen op Paris Charles de Gaulle. Hij werd er uiteindelijk gek. In Luchthavenland is er nu eenmaal weinig om je aan vast te houden. De dingen lopen er permanent door elkaar heen. Passagiers leven in verschillende tijdzones; sommigen dineren, anderen ontbijten. Het is er ochtend en avond tegelijk en omdat alles in een glimlach is verpakt, is het lastig een echte glimlach te ontdekken.

De Poolse dichter Adam Zagajewski belandde op Schiphol voor een tussenlanding, en maakte het gedicht Het vliegveld van Amsterdam. Zijn moeder was overleden, wat de leegheid van de luchthaven nog tastbaarder maakte. ‘Die gangen zonder woningen,/ wachtkamers vol dromen van vreemden,/ door ongeluk bevlekt () Jouw begrafenis had hier kunnen plaatsvinden/ zoveel onoplettendheid, de menigte die zich weghaast,/ een goede plek om afwezig te zijn.’

Op Calgary International Airport bewegen de reizigers loom en met rode ogen, of juist overdreven actief door de ruimte. De meesten hangen in de banken. Oordoppen in, laptop aan, of zinloos zoekend in de belastingvrije stapel truien van Hugo Boss.

Nog een koffie bij Starbucks, en ze zijn weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden