Loonkloof tussen top en werkvloer groeit gestaag

De loonkloof in Nederland is de afgelopen jaren gestaag groter geworden. In doorsnee verdient de top bijna zes keer zo veel als de werkvloer. In de financiële sector, met onder meer de banken, krijgen de best betaalden zelfs twaalf keer meer dan de gewone werknemers.

Een loonstrookje.Beeld anp

Dat blijkt uit onderzoek naar de salarissen bij de duizend grootste bedrijven en organisaties, dat het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag presenteert. Het bruto jaarsalaris van de topverdieners kwam in 2014 uit op gemiddeld 234 duizend euro. Gecorrigeerd voor het effect van parttimers en stagiairs lag het salaris van de doorsnee-werknemer 5,8 keer zo laag. In 2010 was dat nog 5,5 keer; de loonkloof is de afgelopen jaren dus geleidelijk verder gegroeid.

Plafond

De kloof is het grootst bij banken en verzekeraars, waar de top (de vijf best betaalden) gemiddeld 11,7 keer meer verdiende dan de doorsnee-werknemer. Dat gat was in 2010 met 15,7 keer nog veel groter. De afname is waarschijnlijk te verklaren door maatregelen om de beloning in de sector te matigen. Bij banken en verzekeraars die gered zijn met belastinggeld, steeg het salaris niet of nauwelijks en waren bonussen uit den boze. Ook kan het zijn dat de aandelenpakketten van de top minder waard werden.

Ook in de informatie en communicatie (de techsector) en de zakelijke dienstverlening is het beloningsgat relatief groot. Bij 88 van de duizend onderzochte bedrijven verdiende de top meer dan tien keer zo veel als de doorsnee-werknemer.

Dat kan ook komen doordat die zo weinig verdient, noteert het CBS, in verhouding tot de top. Dat is onder meer te zien bij uitzendbureaus, supermarkten en warenhuizen, waar ook relatief veel jongeren werken. De loonkloof is het kleinst in het onderwijs, de zorg en het openbaar bestuur. Voor (semi)publieke topinkomens geldt sinds 2013 een plafond via de Wet Normering Topinkomens.

(Tekst gaat verder onder infographic).

Vrouwen rukken op

Het gros van de grootverdieners is man, maar vrouwen rukken op. Bij de duizend grootste bedrijven was in 2014 een op de vijf (19 procent) van de topverdieners vrouw. In 2010 was dat 17 procent. Dus net als bij de topfuncties gaat het ook bij de topinkomens tergend traag. Het CBS wijst op de rol van deeltijdwerk: in 2014 had 23 procent van de werkende vrouwen een volledige baan. Bij 914 van de duizend bedrijven waren de mannen in de meerderheid bij de best betaalden. Bij drie van de duizend bedrijven, allemaal in de zorgsector, waren de topverdieners allen vrouw.

Beeld de Volkskrant

Factor 20

De groeiende kloof kwam vorig jaar al naar voren uit het jaarlijkse onderzoek van de Volkskrant naar de beloning bij 130 grote bedrijven. Een topman bleek gemiddeld 1,5 miljoen euro te verdienen, 20 keer het salaris van een gemiddelde werknemer. In 2012 was dat nog 16 keer.

Bij enkele grote internationale ondernemingen zoals Unilever, Shell, Reed Elsevier, Wolters Kluwer en Heineken verdienden directeuren al meer dan honderd keer het inkomen van een gemiddelde werknemer. De FNV hanteert de factor 20: een baas zou niet meer dan twintig keer meer mogen verdienen dan de laagst betaalde werknemer (dus niet de gemiddelde).

Bij 165 duizend banen (2010: 133 duizend) werd meer dan een ton verdiend, waarbij de delfstoffenwinning (de olie- en gassector) nog beter scoort dan de financiële dienstverlening. Bij acht bedrijven staan op de loonlijst meer dan duizend mensen die meer dan een ton verdienen. Hier is de financiële sector oververtegenwoordigd. Het CBS tekent aan dat de bruto inkomens in kaart zijn gebracht. Netto zijn de verschillen kleiner, door belastingen en premies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden