Loonkloof top en werkvloer groeit

De financiële sector kent de grootste loonkloof: de baas verdient ruim dertien keer meer dan de gewone werknemer. Over de hele linie groeit het verschil tussen top en medewerkers.

De werkvloer. Een sorteercentrum van TNT Express in Duiven. Beeld anp
De werkvloer. Een sorteercentrum van TNT Express in Duiven.Beeld anp

De loonkloof in Nederland is het afgelopen jaar verder opgelopen. In doorsnee verdiende de top in 2015 ruim zes keer zo veel als de werkvloer, tegen bijna zes keer een jaar eerder. In de financiële sector (met onder meer de banken) kregen de best betaalden zelfs ruim dertien keer meer dan de gewone werknemers.

Dat blijkt uit onderzoek naar de salarissen bij de duizend grootste bedrijven en organisaties, dat het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag presenteert. Het bruto jaarsalaris van de topverdieners kwam in 2015 uit op gemiddeld 252 duizend euro. Dat is ruim eenvijfde meer dan in 2010.

Tekst gaat verder onder the graphic.

null Beeld
Beeld

Het gemiddelde cao-loon van werknemers steeg in die periode met 6 procent, aldus het CBS. Doordat de brutosalarissen aan de top harder groeien dan op de werkvloer, loopt de loonkloof op. Bij de onderzochte duizend grootste bedrijven kreeg de (voltijds)werknemer vorig jaar in doorsnee 41 mille. Dat is 6,1 keer minder dan de top. Een jaar eerder was dat 5,8 keer.

Met onder meer de verkiezingen in zicht staan de inkomensverschillen weer hoog op de agenda. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën pleitte begin deze maand in een opiniestuk in de Volkskrant voor een bonusplafond van 20 procent van het vaste salaris voor het hele bedrijfsleven. Volgens de PvdA-bewindsman zijn de verhoudingen 'uit het lood geslagen'. Daarbij verwees Dijsselbloem naar onderzoek van de Volkskrant, waaruit blijkt de topmannen van grote bedrijven als Ahold, Unilever en Heineken meer dan honderd keer zoveel verdienen dan het gemiddelde van hun werknemers.

Ook in de Algemene Beschouwingen werd vorige week uitgebreid stil gestaan bij de al dan niet gegroeide inkomensverschillen. Volgens het CBS is - ondanks de gestegen loonkloof - de inkomensongelijkheid over alle huishoudens gemeten de afgelopen jaren 'vrij constant'. Bij de nettolonen - met belastingen en premies er af - verdiende de top vorig jaar in doorsnee 4,4 keer zo veel als de 'gewone' werknemers. Hoeveel dat nettoverschil een jaar eerder was, heeft het CBS niet berekend, waardoor onduidelijk blijft of de kloof ook netto groter is geworden.

In de financiële sector was die loonkloof het grootst. Daar kregen de best betaalden vorig jaar 13,4 keer meer dan de doorsnee-werknemer. In de handel en informatie en communicatie (de techsector) was het gat ook tien keer of meer. De loonkloof is het kleinst in de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur. In deze (semi)publieke sectoren geldt een salarisplafond van de Wet Normering Topinkomens. De kloof kan ook groot zijn omdat niet zozeer de top zoveel verdient, maar de werkvloer zo weinig. Dat speelt volgens het CBS onder meer in sectoren met veel jongeren, zoals de horeca en handel.

Hoe dan ook heeft de FNV genoeg van de groeiende loonkloof. 'De CEO's van grote bedrijven die elk jaar flink meer gaan verdienen vinden het geen enkel punt enorm te bezuinigen op mensen in het bedrijf, zeker op de lager betaalden. Elk moreel besef, elk gevoel voor fatsoenlijke verhoudingen is zoek', zegt FNV-bestuurder Mariëtte Patijn. 'Ze drukken loonkosten door onderbetaalde oproepkrachten en zzp'ers.'

Volgens de FNV tast de 'enorme kloof' het vertrouwen in de samenleving en economie aan. 'Werkenden moeten weer een eerlijk deel van koek krijgen in de vorm van een flinke loonsverhoging, in ieder geval gelijk aan die van de top', aldus Patijn.

Meer grootverdieners

Bij alle Nederlandse bedrijven stonden vorig jaar 179 duizend mensen op de loonlijst die een ton of meer verdienden. Dat is 2,3 procent van alle werknemersbanen. In 2014 waren er nog 165 duizend werknemers die minimaal 100 duizend euro verdienden. Bij negen bedrijven staan meer dan duizend werknemers op de loonlijst die minstens 100 duizend euro verdienen. Zulke aantallen grootverdieners komen vooral voor in de delfstoffenwinning (olie en gas, met een kwart van het totaal) en in de financiële sector (eentiende).

Bij 95 bedrijven verdiende de top meer dan tien keer zo veel als de doorsnee werknemer. Dit zijn vooral financiële instellingen en techbedrijven, maar ook een aantal uitzendbureaus, supermarkten en warenhuizen. Vrouwen rukken langzaam op. Een op de vijf topverdieners bij de duizend grootste bedrijven was vorig jaar een vrouw (20 procent). In 2010 was dat nog 17 procent. Het aandeel vrouwen bij de topverdieners is ongeveer in lijn met het aandeel vrouwen met een volledige baan: dat is 23 procent van het totaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden