Loon bestaand uit wc-potten, autobanden en kunstpenissen

Russische toeristen spenderen jaarlijks net zo veel miljarden als het buitenland in drie jaar in hun land pompt en buiten Moskou moeten burgers jaren wachten op hun loon....

MIDDEN IN Moskou, op het Manegeplein, loopt een keurige heer, jasje en dasje, met zijn broek netjes over zijn arm gevouwen. In zijn fleurige onderbroek stapt hij tussen de toeristen en de rollerskaters door. Het bijzondere is dat hij niet dronken is, maar nog gekker is dat bijna niemand opkijkt. De Moskovieten beseffen zelf niet hoe erg hun stad veranderd is: een paar jaar geleden zou de semi-streaker nog onmiddellijk ingerekend zijn door de politie.

De Sovjet-Unie was al twee jaar dood, toen ik vierenhalf jaar geleden mijn correspondentschap in Moskou begon, maar overal hing nog de onmiskenbare muffe geur van het communistische tijdperk. De etalages stonden nog vol met stapels onappetijtelijke potten met wortels of 'kompot', een waterig aftreksel van fruit dat in verre landen was achtergebleven.

In een paar jaar is Moskou van een wat groot uitgevallen provinciestad veranderd in een wereldstad met een bruisend nachtleven en schreeuwend dure winkels, de enige waar de Nieuwe Russen zich thuis schijnen te voelen. De stad heeft wat van een reusachtig kunstwerk van Christo: overal staan gebouwen ingepakt in plastic. Er wordt aan de lopende band gebouwd en het ene na het andere gebouw wordt gerenoveerd.

Toch klagen de meeste Moskovieten dat het leven alleen maar slechter is geworden sinds de ineenstorting van het Sovjet-rijk. Hoe dat te rijmen valt met de winkels vol importproducten die tot in de verste buitenwijken van Moskou opduiken, is onduidelijk.

Een ander teken van de verborgen welvaart zijn de files die het verkeer in de stad totaal verstikken. Volgens de verkeerspolitie komen er in Moskou jaarlijks ruim driehonderdduizend auto's bij. Daarop zijn zelfs de enorme heirbanen die de megalomane Sovjetleiders in hun nog bijna autoloze tijdperk door de hoofdstad van het wereldcommunisme lieten aanleggen, niet berekend.

De nieuwe welvaart valt ook af te lezen aan het aantal Russen dat in het buitenland op vakantie gaat: zeven miljoen per jaar. Samen geven zij jaarlijks ruim twintig miljard gulden uit, evenveel als Rusland de afgelopen drie jaar aan kredieten heeft gekregen van het Internationale Monetaire Fonds.

Voor een deel zijn het tsjelnoki, kleine handelaars die voor hun brood op en neer reizen naar het Westen, maar de meesten zijn toch gewone toeristen.

Het is duidelijk dat de afgelopen jaren een middenklasse is onstaan die een redelijk welvarend bestaan leidt, maar hoe groot die groep Russen is, blijft giswerk. Een probleem is dat de Russen massaal belasting ontduiken. Het Russische Bureau voor de Statistiek Goskomstat probeert dat te ondervangen door zich vooral op de uitgaven van de bevolking te concentreren. Die liggen bijna een kwart hoger dan de totaal opgegeven inkomsten. Kortom, er is heel wat verborgen rijkdom. Maar ook deze cijfers zijn onbetrouwbaar, aangezien veel fabrieken en winkels een dubbele boekhouding hebben en ook een deel van hun inkomsten verbergen.

Extra verwarrend is dat Goskomstat zelf ook een dubbele boekhouding blijkt te hebben: onlangs werd de baas van het Russische Bureau voor de Statistiek wegens geknoei met de cijfers opgepakt. Met het smeergeld van bedrijven wist hij zijn karige overheidssalaris zodanig bij te spekken dat hij zich een villa van bijna een miljoen kon veroorloven. Een van de nieuwe stille rijken.

In de satirische roman Moskou 2042 voorspelde de emigrantenschrijver Vojnovitsj ooit dat de communisten zich zouden moeten terugtrekken in de hoofdstad. In plaats van het 'socialisme in één land', propageert de nieuwe Leider in Vojnovitsj' roman het 'socialisme in één stad': Moskou. Het laatste restje Sovjet-Unie wordt omheind door hoge hekken die het morrende en muitende volk buiten moeten houden.

Wat het socialisme betreft zat Vojnovitsj er naast, maar verder is het een treffende beschrijving van de huidige situatie. De nieuwe heersers zijn vooralsnog niet veel verder gekomen dan het 'kapitalisme in één stad'. Wie in Rusland rondreist, merkt al snel dat de welvaart niet veel verder reikt dan de buitenwijken van Moskou.

Daarbuiten begint het andere Rusland, waar de werknemers maandenlang niet betaald krijgen of hun loon krijgen uitgekeerd in producten van de fabrieken waar ze werken: paraplu's, wc-potten of kunstpenissen die slecht in de markt liggen, omdat er een eng snoer aan zit dat in het stopcontact moet.

Er staat geen hek om Moskou, maar de Moskouse autoriteiten doen wel hun uiterste best om de stroom van gelukszoekers uit de verpauperde uithoeken van het Russische Rijk te beperken. Bezoekers van buiten moeten zich binnen drie dagen bij de Moskouse politie melden om zich te laten registreren. Wie geen Moskouse registratie heeft, kan de stad uitgezet worden.

Het Constitutionele Hof heeft Moskou al enkele malen op de vingers getikt omdat die maatregel tegen de grondwettelijke vrijheid van beweging ingaat, maar daarvan trekt de Moskouse burgemeester Loezjkov zich niets aan. Hij is bang dat zijn kapitalistische paradijs anders overstroomd raakt door berooide landgenoten uit de provincie.

Zelfs Sint-Petersburg loopt, ondanks alle buitenlandse toeristen die de voormalige hoofdstad bezoeken, ver achter bij Moskou. Dat is meteen al te zien aan de verveloze gevels en het gehavende plaveisel. De cijfers spreken ook boekdelen: terwijl Moskou goed is voor 42 procent van de bijdrage aan de staatsbegroting, blijft Sint-Petersburg, nota bene de tweede stad van het land, onder de 5 procent steken.

In de rest van het land - enkele uitzonderingen, zoals Nizjni Novgorod en Jekaterinenburg, daargelaten - gaat de economische neergang nog steeds door.

Hoe kan het dat er nog geen opstand is uitgebroken, hoewel miljoenen mensen al maanden - sommigen zelfs jaren - op hun loon of pensioen zitten te wachten? Vraag het aan de arbeiders van de autobandenfabriek in Voronezj, die al drie jaar lang worden afgescheept met banden die ze zelf aan de man moeten zien te brengen, en ze beginnen de dichter Poesjkin te citeren die in de vorige eeuw al waarschuwde dat de Russen, als ze in opstand komen, 'redeloos en meedogenloos' zijn. Wat heeft de revolutie van 1917 opgeleverd? Alleen maar verwoesting en ellende!

Maar wat de regering vooral beschermt, is vreemd genoeg het grenzeloze wantrouwen in de autoriteiten. De meeste Russen zijn er diep van overtuigd dat het niet uitmaakt wie er aan het bewind is: de autoriteiten zijn er immers altijd voornamelijk op uit hun zakken te vullen. Zo was het vroeger, zo is het nog steeds en zo zal het ongetwijfeld ook blijven.

HET IS net als met het weer in Nederland: het enige wat je er tegen kunt doen, is binnen blijven of op vakantie gaan. Wat zou het resultaat van een nieuwe omwenteling zijn? Hooguit dat er andere 'dieven' aan de macht komen.

Hand in hand met dit grenzeloze cynisme gaat het verlangen naar de sterke man die wel eens de bezem zou halen door de Russische Augiusstal. Maar de omlooptijd van de helden is kort. Er was een tijd dat de Russen geloofden in Jeltsin, maar die is allang voorbij. Ook Vladimir Zjirinovski, Ruslands vrolijke Führertje, is al weer uit de mode. De jongste kandidaat is generaal Lebed, maar hij loopt al weer zo lang mee in de Russische politiek (ruim twee jaar) dat hij het kritieke moment begint te naderen.

In How Proust can change your life verhaalt Alain de Botton van een experiment door een Frans blad. Dit legde begin deze eeuw enkele beroemdheden de vraag voor wat de mensheid zou doen als bekend zou worden dat de wereld over een paar jaar zou vergaan. Berg je dan maar, waarschuwde een schrijfster, want dan zullen de mannen alle remmen losgooien en alles doen waar ze zin in hebben. De schrijver Marcel Proust bekeek het van de positieve kant. Volgens hem zou het prachtig zijn, omdat we ons dan eindelijk zouden gaan bezighouden met de dingen die we anders uitstellen omdat er tijd genoeg is.

Als de ramp ons bespaard blijft, nemen we ons heilig voor elke week naar het museum te gaan om de schilderijen van Vermeer te bewonderen en het uiterste uit ons leven te halen. Maar in de praktijk komt van die fraaie voornemens niets terecht. En dus gaan we dood voordat we er aan toe zijn gekomen Vermeers meesterwerken nog eens te bewonderen.

Iets dergelijks lijkt zich de afgelopen jaren in Rusland te hebben afgespeeld. Eerst was er de perestrojka en de drang naar de vrijheid, maar op het moment dat het communistische systeem instortte, ebde het enthousiasme weg en ging men over tot de orde van de dag: afwachten wat er van boven komt.

Het moet gezegd dat de hervormers, president Jeltsin voorop, er zelf hard aan hebben bijgedragen dat het begrip 'democraat' nu een scheldwoord geworden is in Rusland. Voor de meeste Russen komt democratie neer op willekeur en wanorde, waarvan een kleine groep bevoorrechten dankbaar gebruik heeft gemaakt om zich te verrijken.

Van de Thatcheriaanse droom die Gajdar en zijn ploeg van radicale hervormers ooit koesterden om de Russen en masse aandeelhouders te maken in het nieuwe kapitalistische Rusland, is niets gekomen. In plaats daarvan is het privatiseringsproces uitgelopen op een dubieus onderonsje waarbij de kroonjuwelen van het Russische staatsbezit in handen zijn gekomen van een exclusief gezelschap business-tycoons.

Toen ik begin 1994 in Moskou aankwam, waren Turkse gastarbeiders nog druk bezig het geblakerde parlementsgebouw dat Jeltsin een paar maanden eerder had laten bestormen weer wit te schilderen. Een veeg teken was al dat het Witte Huis niet opgeknapt werd voor de afgevaardigden, maar voor premier Tsjernomyrdin en zijn staf. De pasgekozen Doema waarin Zjirinovski en de communisten de scepter zwaaiden, werd verbannen naar een foeilelijk gebouw ernaast.

Later kregen de afgevaardigden een wat prestigieuzer plek - het gebouw van het voormalige Staatsplanbureau vlakbij het Kremlin -, maar hun macht waren ze al kwijt. Na zijn confrontatie met de Opperste Sovjet had Jeltsin er een grondwet doorgedrukt die vrijwel alle macht in handen van de president legde.

Hoe weinig de Doema in de melk te brokkelen heeft, bleek dit voorjaar nog eens bij de benoeming van premier Kirijenko. Twee keer wees het parlement hem af, maar uiteindelijk gingen de afgevaardigden door de knieën voor Jeltsins dreigement hen naar huis te sturen en stemden ze toch in met de benoeming van de premier.

Dankzij die ongelijke verdeling van de macht heeft de regering de afgelpen jaren het economische hervormingsbeleid kunnen voortzetten, tegen de wil van het parlement in. Vanuit financieel-economisch gezichtspunt is dat misschien gunstig geweest, maar de politieke prijs is wel erg hoog. Door het machteloze gespartel van de Doema hebben de Russen alle respect voor de volksvertegenwoordiging en het democratische systeem verloren.

Misschien hadden we niets anders mogen verwachten, want uiteindelijk is Jeltsin, zoals Boris Toemanov onlangs opmerkte in het liberale blad Novoje Vremja, slechts bij toeval democraat geworden.

Als Gorbatsjov hem destijds niet uit de partijtop had verstoten, schrijft Toemanov, zou 'de communist Jeltsin nu in de Partij de meerderheidsfractie van de volkspatriotten aanvoeren'. 'Maar het is anders gelopen: Jeltsin viel toevallig de taak toe de democratie op te bouwen in Rusland.'

Het gevolg is dat Rusland een systeem heeft gekregen dat het midden houdt tussen een democratie en het aloude autocratische systeem uit het tsaristische tijdperk. Er is een vrije pers en oppositiefiguren hoeven niet bang te zijn dat ze achter de tralies belanden (dat moet je Jeltsin nageven). Maar tegelijkertijd is er, althans in het regeringskamp, een griezelige slaafsheid jegens de president.

De onderdanigheid neemt soms absurde vormen aan. Als Jeltsin op vakantie gaat - uiteraard in Rusland, in het buitenland zou onpattriotisch zijn - worden tienduizenden vissen uitgezet in de meren waar de president van plan is zijn hengel uit te werpen en worden tot in de verre omtrek de bossen van muggen gezuiverd.

Kennelijk slaat de autocratische stijl aan, want overal in het land duiken gouverneurs op die als tsaren over hun gebied heersen. De meest succesvolle is ongetwijfeld burgemeester Loezjkov van Moskou, die zich zo machtig acht - bij de burgemeestersverkiezingen werd hij met ruim 90 procent van de stemmen gekozen - dat hij vindt dat zelfs het weer zich aan hem moet onderwerpen. Op hoogtijdagen, zoals de opening van de Olympische Jeugdspelen, laat hij vliegtuigen van de metereologische dienst chemicaliën uistrooien op de wolken, zodat de regen buiten Moskou neerdaalt op de hoofden van provincialen.

De democratische regenmaker heeft dat afgekeken van de communistische leiders die de hemel boven Moskou desnoods kunstmatig lieten opklaren voor de 1 mei-parade op het Rode Plein. Is hij soms minder?

Het ziet er naar uit dat de Loezjkovs de opvolgers zullen worden van mensenrechtenactivisten zoals Sacharov en Kovaljov, democraten in een communistische verpakking of misschien andersom. In Rusland blijft alles immers altijd hetzelfde.

Daags voordat ik uit Rusland vertrek, komt mijn secretaresse Tanja helemaal uit haar doen het kantoor binnen. De bewakers van onze flat hebben haar aangehouden en al haar gegevens genoteerd. Waarom weet ze niet.

Puur uit veiligheidsoverwegingen, leggen de bewakers uit als ik langskom, om te voorkomen dat het personeel steelt. Na veel gesputter krassen ze de gegevens door. 'Als er iets gebeurt, komen jullie maar langs, dan krijgen je alle gegevens, maar zo gaat het niet', mopper ik.

's Middags proberen de bewakers het nog een keer. 'Meneer Lanting snapt niet hoe ons land in elkaar zit', zegt een van hen. Misschien heeft hij gelijk.

Bert Lanting

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.