‘Loodverf typisch probleem China’

Het is les 1 uit het boekje van de kwaliteitscontrole bij speelgoed: geen gevaarlijke loodverf gebruiken. Kinderen kunnen op speelgoed gaan sabbelen, en als ze zulke verf binnen krijgen kunnen ze ziek worden....

Van onze correspondent Hans Moleman

Mattel, het Amerikaanse concern dat speelgoed op de markt brengt als Barbie, Hot Weels, Fisher-Price en Matchbox, weet het als geen ander. En ook de vele Chinese fabrikanten waarbij de speelgoedreus het gros van zijn productie heeft ondergebracht, zijn van de regels op de hoogte.

Toch ging het fout. Een onderaannemer in het zuiden van China gebruikte verboden verf, met als gevolg een miljoenenstrop voor Mattel en nieuwe schade aan het imago van ‘Made in China’, een kwaliteitsimago dat vanouds wankel is en de laatste tijd door allerlei problemen extra onder druk is komen te staan.

‘Ik kan me precies voorstellen hoe het bij die fabrieken van Mattel is gegaan’, zegt een Nederlandse kwaliteitscontroleur die al vele jaren in Shanghai werkt. Zijn taak bestaat uit het controleren, in de fabrieken in China, van de orders die door Europese klanten worden gedaan; van bestek en keukenmachines tot barbecues en buitendeuren

Speelgoed met kleine magneetjes, dat lijkt op een domme ontwerpfout bij Mattel, taxeert de ervaringsdeskundige. Maar die loodverf, dat is een typisch Chinees probleem. ‘Ik maak het zelf ook mee: Chinese fabrikanten die zelf wat gaan improviseren. Dan gebruikt men verf X in plaats van de voorgeschreven verf Y, omdat de inkoper van zo’n onderaannemer er meer smeergeld van de verfleverancier mee in zijn zak kan steken. Het maakt zo’n man geen zak uit dat het gevaarlijk kan zijn: geld verdienen, dat is wat ’m interesseert.’

Het is het dilemma van China, het land dat zich met zijn lage kosten op vele terreinen tot de fabriek van de wereld heeft opgewerkt: die goedkoopheid komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Ze is het gevolg geweest van een bewuste politiek van Peking en het (lokale en internationale) bedrijfsleven gedurende de afgelopen twintig jaar: weinig tot geen bescherming van het milieu, amper rechten voor het personeel, weinig besef van kwaliteit.

Pas de laatste tijd begint hiervoor meer aandacht te komen, als gevolg van de vele incidenten die het label Made in China verdacht maken. Maar de mentaliteit en de manieren die in vele jaren zijn gevormd, laten zich niet eenvoudig veranderen, weten ervaren kwaliteitscontroleurs.

‘Het probleem bij een aanzienlijke groep Chinese bedrijven is dat ze graag bochten afsnijden. Als er geen consequent toezicht is, krijg je vaak niet wat je hebt besteld. Je moet met uitgebreide controlelijsten werken, zodat er zo min mogelijk ruimte is voor een eigen interpretatie. In feite moet je er constant met je neus bovenop zitten.’ Dat is lastig. Het kost ook geld, hetgeen weer ten koste gaat van de marge en daarom schiet de controle regelmatig tekort.

Het gevolg is dat ook wereldmerken die een reputatie te verliezen hebben, tegenwoordig met opvallende kwaliteitsproblemen kampen. Sony had vorig jaar het schaamrood op de kaken omdat de fabrikant die de batterijen voor de Japanse laptops leverde, een bochtje afsneed bij de productie: goedkoper isolatiemateriaal tussen de cellen, waardoor oververhitting mogelijk werd. Het kostte de Japanners een immens bedrag om de schade te herstellen. En nu is het dus de beurt aan wereldspeelgoedmerk Mattel.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden