Limburgers en Noord-Nederlanders doen veel groter beroep op hulp gemeenten

Inwoners van Noord-Nederland en Limburg doen een veel groter beroep op huishoudelijke hulp, jeugdzorg en andere hulp door gemeenten.

Visite is gearriveerd voor een man die 90 is geworden, in de Koperen Knoop, Amsterdam. Beeld Peter Hermanides

Inwoners van de drie noordelijke provincies en Zuid-Limburg maken relatief meer gebruik van ondersteuning door de gemeenten, zoals huishoudelijke hulp, jeugdzorg en hulp bij reïntegratie naar werk, ook als rekening wordt gehouden met bevolkingsgegevens (het aantal ouderen, mensen met een laag opleidingsniveau) in een gemeente.

In de gebieden rond de provincie Utrecht, zoals Delft en Westland, Zuidwest Gelderland, Oost-Zuid Holland, Leiden-Bollenstreek, de Veluwe en Gooi- en Vechtstreek, maken de inwoners juist relatief weinig gebruik van dergelijke voorzieningen.

Dit is een van de uitkomsten van een uitgebreide rapportage van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) die vandaag wordt gepubliceerd. In 2015 kregen de gemeenten nieuwe taken op het gebied van zorg, jeugdzorg en werk en inkomen. In dit rapport laat het ministerie van Binnenlandse Zaken weten hoe het ervoor staat met deze drie 'decentralisaties'.

Geen verklaring voor regionale verschillen

2,1 miljoen mensen, een op de acht inwoners van Nederland, maken gebruik van een of meer voorzieningen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet of de Participatiewet. Hiervoor krijgen de gemeenten 17,7 miljard euro uit het gemeentefonds. Niet onverwacht is dat 37 procent van alle maatschappelijke ondersteuning (bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of vervoer) voor 80-plussers is, en dat eenoudergezinnen relatief vaak een beroep doen op de Jeugdzorg.

Maar de onderzoekers zien ook dat de mate waarin de inwoners gebruikmaken van deze voorzieningen per regio verschilt. Onderzoeker Evert Pommer beklemtoont dat niet is gemeten hoe intensief deze geboden ondersteuning is. De onderzoekers hebben geen verklaring voor deze regionale verschillen in gebruik. Ze pleiten voor nader onderzoek.

'Welke extra gegevens je ook invoert, de verschillen blijven groot', zegt Pommer. 'Hoe kan dat nou, vragen wij ons af. Vragen mensen op de ene plek gemakkelijker hulp dan op de andere, zijn er cultuurhistorische verschillen?' Dat moet volgens hem worden onderzocht.

Beeld anp

Evelien Tonkens, hoogleraar burgerschap aan de Universiteit van Humanistiek, heeft ook op andere vlakken, zoals het gebruik van geestelijke gezondheidszorg, dergelijke regionale verschillen gezien; ook daarin kent bijvoorbeeld Zuid-Limburg volgens haar een hoger gebruik. 'Er roken daar bijvoorbeeld relatief meer mensen. Er wordt gezegd dat men rond de voormalige mijnen meer gewend was dat er voor hen werd gezorgd dan in gebieden met veel ondernemers. Dit zijn slechts aannames, die moeten worden onderzocht. Uit de noordelijke provincies en Zuid-Limburg is een grote groep mensen op zoek naar een beter leven naar het westen getrokken, onder de achterblijvers zijn veel mensen die niet weg kunnen. De trek naar de stad doet iets met die regio's. Maar het wil natuurlijk zeker niet zeggen dat iedereen die achterblijft hulpbehoevend is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden